Opinie

    • Jutta Chorus

Normaal doen met oude mensen

Toen ik GroenLinks-Kamerlid Corinne Ellemeet hoorde zeggen dat het „bespreekbaar” moet zijn om ouderen niet meer te opereren – en goedkoper – moest ik denken aan de man in Zwolle die zichzelf „overtollig” noemde. Ik sprak hem op straat. Hij ruimde zijn garage op tijdens het middagdutje van zijn demente vrouw. Voor thuiszorg kwamen zij niet in aanmerking. De Voltooid Leven-wet, de uitgeklede thuiszorg – hij voelde zich een tweederangsburger.

Ellemeet had, zei ze, „vanuit de ouderen zelf gedacht”. Haar nota heet Lachend Tachtig. Typisch GroenLinks (of D66), dacht ik. Voor hen is de ideale burger altijd tussen de 25 en 50 jaar oud, hoogopgeleid, tanden zonder gaatjes en liefst ook lid van de Tweede Kamer.

Ik bel Bert Keizer, die als verpleeghuisarts altijd tussen de tachtigers gestaan heeft. Hij begint te vertellen over een 96-jarige man, die naakt in zijn badkamer was gevallen en naar de Eerste Hulp werd gebracht. Keizer had de man vaak gezien, hij woonde vlak bij het verpleegtehuis. Hij was dement, maar dat zagen de artsen niet, en hij had geen kinderen die hun dat konden vertellen. Ze stelden hartritmestoornissen vast en installeerden een pacemaker – uit het handboek.

In het ziekenhuis kreeg de man longontsteking en dat „pakte zijn nieren in”, zoals Keizer het noemt. „Aan het einde van de week brachten ze hem naar mij. Hij heeft nog een uur geleefd. Een verschrikkelijk sterfbed.”

Wat is zijn conclusie? De zelfbeheersing van de geneeskunde moet groter. Artsen werpen zich „geplaagd door hun verlegenheid” op het protocol, zegt Keizer. In plaats daarvan zouden ze zich moeten afvragen: wie is dit? Wat is zijn achtergrond, zijn sociale netwerk, zijn kwetsbaarheid? Dan hadden ze een man gezien die bezig was dood te gaan.

Het getuigt van zelfkennis, vindt Keizer, als een arts in zo’n geval eerder besluit te stoppen met behandelen. Dus toen hij over het plan las om ouderen op hun kwetsbaarheid te onderzoeken alvorens hen te behandelen, dacht hij: „We gaan eindelijk normaal doen met oude mensen.”

Zijn bezonnen oordeel verjaagt mijn scepsis.

Bert Keizer is net zeventig geworden. Wat als hij nou zelf niet door de frailty-index komt? „Van dat idee gaan mijn haren overeind staan”, zegt hij.

„En toch. In de geneeskunde ben je overgeleverd aan de kennis van de dokter. Ik leg me daarbij neer.”

Maar zadelt de overheid de arts straks niet op met een politieke in plaats van een medische keuze? Dat vindt Keizer ook een gevaar. Maar: „Ik weet gelukkig dat artsen in Nederland eerder redeneren: dan kost het maar wat.”

(j.chorus@nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.

    • Jutta Chorus