Opinie

Met ‘onsje minder’ zullen wij onze klimaatdoelen niet halen

In het verduurzamen van de economie kan de industrie een hoofdrol pakken, schrijven milieuactivist en Akzo-directeur .

SNEEK - Koning Willem-Alexander opent circulaire isolatiefabriek EverUse. Foto ANP / Patrick van Katwijk

Een van de meest energie-intensieve bedrijven van Nederland, AkzoNobel Specialty Chemicals, en een van de prominente voorvechters tegen klimaatverandering, Stichting Urgenda, verwacht je misschien eerder tegenover elkaar dan met een gezamenlijke oproep in de krant. Maar de onderhandelingen voor een nieuw energie- en klimaatakkoord stellen ons allemaal voor de cruciale keuze: gaan we, met ‘een onsje minder’, hier en daar nog een ton CO2 besparen, of durven we te kiezen voor een fundamentele transitie naar een duurzame economie?

Dit is hét moment om Nederland schoner te maken door te bouwen aan een duurzame economie voor 2030, 2050 en daarna. Een CO2-emissievrije economie, gebaseerd op de kracht van onze huidige industrie.

De industrie in Nederland heeft de afgelopen jaren al veel gedaan om het CO2-verbruik terug te brengen. Vanaf 1990 is ruim 30 procent reductie aan broeikasgassen gerealiseerd zonder verlies van concurrentiekracht. Voor volgende stappen zijn fundamentele veranderingen in grondstoffen, processen en producten noodzakelijk. 2030 en 2050 klinken misschien ver weg, maar voor grote industrieën zijn dit de investeringen van vandaag.

In de emissievrije economie is recycling van groot belang, maar er zijn ook nieuwe grondstoffen nodig om de wereldbevolking te voorzien van dagelijkse producten – van medicijnen en kleding tot huisvesting en elektronica. Hoe mooi zou het zijn als deze worden gemaakt uit groene grondstoffen of circulaire chemie uit Nederland? Dat de Nederlandse energie- en chemiereuzen van vandaag de marktleiders in de duurzame wereldeconomie van morgen zijn? Met onze sterke industrieclusters, de unieke logistieke positie en ijzersterke kenniseconomie hebben we een uitgelezen kans om deze economische activiteiten in Nederland uit te bouwen.

Alle technologieën op het gebied van wind, waterstof en circulaire chemie zijn in handen van onze industrie

Een voorbeeld hiervan is de transitie naar de waterstof-economie. Waterstof wordt nu nog op grote schaal geproduceerd uit aardgas, onder andere voor de productie van kunstmest, waarbij veel CO2 vrij komt. Vergroening is dus essentieel als we onze industrie duurzaam willen maken. AkzoNobel bezit nu al enkele van de grootste electrolyzers in Europa, waarmee op basis van duurzame stroom groene waterstof gemaakt kan worden uit water. Dat zullen we verder op moeten schalen, zodat deze waterstof de grondstof kan zijn in vele industrieën waar nu nog aardgas wordt gebruikt.

Met dit soort initiatieven kunnen we onze industrie een duurzame toekomst geven. Dan moeten we, met het energie- en klimaatakkoord in de hand, nog wel echte keuzes durven maken. Zoals: ‘wind op zee’ moet snel worden opgeschaald naar een vermogen van industriële omvang met een werkeiland in de Noordzee en goede verbindingen met het vasteland. Versnel de bouw van offshore-energie naar 3 gigawatt per jaar voor de komende tien jaar en zet daarvan minimaal 1 gigawatt in om de industrie te verduurzamen. Gebruik deze elektriciteit bijvoorbeeld om warmte te produceren voor de industrie en om waterstof te maken uit water via elektrolyse als opslagmedium en als vervanger van aardgas in chemische processen. Daarmee kunnen we direct het gasverbruik verlagen, CO2 reduceren en bouwen aan een duurzame industrie.

Laten we daarnaast de kans pakken om koolstof (C) steeds nuttig opnieuw in te zetten (circulaire economie), met initiatieven zoals Waste to Chemistry in Rotterdam, waarbij straks nieuwe chemische bouwstenen met koolstof erin worden gemaakt uit afval. Dan hoeft dat afval niet verbrand te worden, waarbij de koolstof vrijkomt in de vorm van CO2 in de atmosfeer. Ook de koolmonoxide (CO) uit de staalindustrie kan heel goed ingezet worden in de chemie, want koolmonoxide en waterstof zijn dé bouwstenen van de bulkchemie. Zolang we koolstof in de kringloop weten te houden en niet als broeikasgas (CO of CO2) naar de atmosfeer laten ontsnappen, is er geen probleem. Koolstof blijft ook in 2050 de belangrijkste bouwsteen voor het leven op aarde, daar maakt geen energie- en klimaatakkoord verschil in.

Alle technologieën op het gebied van wind, waterstof en circulaire chemie zijn in handen van onze industrie. Maar als we willen opschalen naar een duurzame én competitieve economie moeten we leiderschap tonen en groot durven denken over het nieuwe energie- en klimaatakkoord. Dat geldt voor industrie, overheid, NGO’s en andere partijen.