‘Iedereen wil met Rifka werken’

Profiel Rifka Lodeizen schittert in de roadmovie ‘La Holandesa’. Waarom is ze een van de meest gevraagde filmactrices? „Ze zal nooit iets spelen wat ze niet gelooft. Haar intuïtie is vlijmscherp.”

Rifka Lodeizen in La Holandesa.

Zou het echt zo zijn dat we op goede acteurs vooral onze eigen emoties projecteren? In elke beschrijving van een filmacteur naar wie je wel kunt blijven kijken komt op een gegeven moment dat ‘geheim’ op de proppen. Dat geheim dat ze ‘achter hun ogen’ zouden dragen. Maar omdat de ogen de spiegel van de ziel zijn, zien we misschien regelrecht en haarscherp de zieleroerselen van de toeschouwer weerkaatst.

Actrice Rifka Lodeizen (Amsterdam, 1972) heeft zulke ogen; ogen die tegelijkertijd naar binnen en naar buiten kijken. Maar wat zij ziet weet zij alleen. Dat geheim herkent regisseur Marleen Jonkman. Lodeizen is vanaf deze week te zien in haar roadmovie La Holandesa. Jonkman: „Ze durft ook met dat geheim te spelen. Tegen te kleuren.”

Regisseur-scenarist Frank Ketelaar werkte veel met Lodeizen, die bij een breed publiek doorbrak in zijn serie Overspel (2011-2015). Ketelaar omschrijft wat er achter Lodeizens ogen gebeurt als „iets wat met doodsverachting en onverschrokkenheid te maken heeft”. Dat is bijna hoe Lodeizen zelf de rollen omschrijft die ze het liefste speelt. Ze moet er iets in herkennen, maar zich ook stiekem afvragen: kan ik dat wel waarmaken? Dan gaat ze ‘aan’.

Net als veel filmacteurs kan ze moeilijk naar zichzelf kijken, maar door de jaren heen snapt ze wel waarom anderen graag naar haar kijken. „Mensen projecteren schijnbaar makkelijk iets op me.”

Kunstenaarskind

Maar dat is niet het hele verhaal. Lodeizen is een van de meest gevraagde actrices van dit moment. Deze week gaan simultaan een film en een tv-serie in première waarin ze te zien is als vrouw met een kinderwens. In Jonkmans regiedebuut La Holandesa speelt ze Maud, een vrouw die op vakantie met haar vriend in Chili na de zoveelste miskraam besluit om haar biezen te pakken, zich tijdens een trektocht over een kind ontfermt, en tijdens dit surrogaatmoederschap gedwongen wordt om haar eigen moedergevoelens onder de loep te leggen.

In televisieserie Exportbaby volgt ze het spoor terug van haar adoptiekind in een weeshuis in Oeganda. De rol is niet de eerste moeder die ze speelt. Actrices spelen na hun veertigste nu eenmaal bijna altijd moeders. Vers in het geheugen ligt ook nog haar rol als Mirjam in Tonio, naar het boek waarin schrijver A. F. Th. van der Heijden het verlies van zijn zoon beschrijft, van regisseur Paula van der Oest. Met haar schreef ze ook het scenario voor Een kleine ijstijd (2017), waarin ze ook ervaringen uit haar jeugd als kunstenaarskind verwerkte. Ze is de dochter van beeldend kunstenaar Frank Lodeizen.

Eigenlijk is elke productie waarin ze recentelijk te zien was opgevallen bij de belangrijkste Nederlandse filmprijzen: twee keer won ze een Gouden Kalf als beste actrice, voor tv-serie Overspel en voor haar rol als een verkrachtingsslachtoffer in Kan door huid heen (2009). Dat was bijna geen rol meer, of een personage, maar een psychogram, waarin Lodeizen haar blik op de wereld binnenstebuiten had gekeerd, en we konden ervaren hoe teer en kwetsbaar de binnenkant van de oogbol is.

In 1997 kwam ze de Nederlandse film binnen-skaten in Hufters & Hofdames van Eddy Terstall: een lome zomerkomedie over het liefdesleven van jonge Amsterdammers. Ze werd een vast gezicht in zijn tableau van steeds terugkerende acteurs. Ongrijpbaar, naturel, een Eddy Terstall-meisje met een veel vanzelfsprekender lichamelijkheid en erotiek dan diva-generatiegenoten Carice van Houten en Halina Reijn.

Iedereen die met haar werkt prijst haar intuïtieve acteren. Ketelaar: „Je gelooft haar altijd. Goed acteren heeft met intelligentie te maken. Een acteur moet snappen wat een scène betekent, en waar de film heen gaat. Maar ze is ook bereid om alles te geven. En dan heeft ze natuurlijk ook nog dat klassieke Italiaanse filmsterrengezicht.”

Smekend aan zijn voeten

Intuïtief acteren is niet zomaar wat doen. Volgens Lodeizen komt daar een hoop voorbereiding bij kijken. „Lezen. Eindeloos praten met de regisseur. Je moet toch eerst een scène begrijpen. En dan zijn er een heleboel afspraken. Waar staat de camera? Waar moet je naartoe lopen? Maar vervolgens moet je al die dingen ook kunnen loslaten en iets in het moment laten ontstaan.”

Dat betekent dat er soms iets onverwachts kan gebeuren. „Dan kun je boven de scène uitstijgen.” Dat betekent ook dat je altijd iets van jezelf inbrengt, zelfs als dat „iets is wat je nog niet van jezelf weet”.

Of wat de regisseur nog niet weet. Jonkman: „Ze speelde Maud veel afstandelijker dan ik me haar eerst had voorgesteld. Maar dat klopte fantastisch. Zo zie je echt dat die vrouw zich uit zelfbescherming niet te veel kan laten gaan.”

En als ze zich dan laat gaan, aldus Ketelaar, dan komt ze er ook mee weg. „Er zit een scène in Overspel waarin Fedja [van Huêt, haar tegenspeler, red.] haar net verlaten heeft en ze zich smekend aan zijn voeten werpt. Heel melodramatisch. Dat gaat echt heel ver. Niet elke actrice kan dat. Maar zij maakt het volkomen geloofwaardig.”

Lees ook het interview met ‘La Holandesa’-scenarist Daan Gielis: ‘Geen kinderen kunnen krijgen is een heel eenzaam verdriet’

Een heel andere aanpak had regisseur Shariff Korver die haar castte voor zijn misdaadserie Fenix. „Een meisjesdroom”, noemde ze de rol van rechercheur Jara Terwijde die een ‘cold case’ uit het verleden moet oplossen. „Lekker met pistolen en plastic handschoentjes in de weer.” „Ik heb haar heel technisch geregisseerd”, vertelt Korver. „Dat betekent dat je meer afspraken van tevoren vastlegt, zoals waar een acteur moet staan en waarheen hij moet kijken. Maar dat is uiteindelijk ook een manier om in de flow te komen, die voor een intuïtieve acteur belangrijk is.”

Jonkman: „Het intuïtieve komt op de set. Maar vooraf is ze superanalytisch. Ze heeft een vlijmscherp kompas. Ze weet precies wanneer een element van de scène niet klopt. Ze bewaakt haar rollen. Ze zal nooit iets spelen wat ze niet gelooft.”

    • Dana Linssen