Foto Merlijn Doomernik

Deze arts behandelt alleen dansers en musici: ‘Wil je roken of dansen?’

Boni Rietveld (65) is zonder twijfel de meest opvallende arts van het Haagse HMC Westeinde. In zijn ‘medisch centrum voor dansers en musici’ ontvangt hij zijn patiënten. „De psychosociale kant is extreem belangrijk, een blessure is meteen bedreigend voor de passie van hun leven.”

Aan de muur van de spreekkamer hangt niet zijn doktersbul, maar wel het diploma van het conservatorium. Hoofdvak: trompet. Bijvak: harp. En wanneer je weggaat krijg je weliswaar zijn vorig jaar verschenen proefschrift mee, maar ook iets waar hij eigenlijk trotser op is. Of laten we zeggen dat hij er nog blijer mee lijkt: een cd waarop hij met zijn trompet een aantal klassieke stukken speelt. De opname van die cd heeft de voltooiing van het proefschrift zelfs nog vertraagd.

Boni Rietveld (65) is zonder twijfel de meest opvallende arts van het Haagse HMC Westeinde. In zijn ‘medisch centrum voor dansers en musici’, op de negende verdieping, ontvangt hij de patiënten met een vlinderdas geknoopt boven zijn witte doktersjas, een paar van die dasjes hangen om de nek van het geraamte in de hoek. Verder in de spreekkamer: een piano en een barre, en, ook niet onbelangrijk: op zijn bureau een zakje boterhammen met kaas, voor als ook vandaag weer de tijd voor de lunch erbij inschiet.

Maar eerst over die trompet.

Want daar begon het allemaal mee, meer dan vijftig jaar geleden nu. Boni Rietveld: „Ik was zo’n jongetje dat overal muziek op maakte, dus kreeg ik vanaf mijn vijfde blokfluitles. Daarna, op mijn zevende, achtste wilde ik harp spelen, dat was mijn droominstrument geworden. Maar mijn ouders dachten dat het een bevlieging was, daar gingen ze niet een paar duizend gulden aan uitgeven. Ik kreeg een lier, dat mocht wel. En toen ik naar de middelbare school ging vroegen ze de dirigent van het schoolorkest: aan wat voor instrument hebt u behoefte? Nou, dat was dus een trompet, en dat vonden ze wel een idee, want ik trok te hard aan die lier en behalve op de blokfluit maakte ik ook muziek op de wasmachineslang. Als je daar goed op blaast, haal je er nog best een mooi geluid uit.”

Toeval dus, dat vanaf dat moment een steeds grotere rol ging spelen. Met als uiteindelijke resultaat de oprichting van het eerste en, hoewel er ook navolging is ontstaan, nog altijd enige ‘medisch centrum voor dansers en musici’ in Nederland.

Dat is nu vijfentwintig jaar geleden.

Boni Rietveld kreeg toch nog harples, vanaf zijn veertiende. Hij was getalenteerd, maar ging niet naar het conservatorium, hij ging medicijnen studeren („Dat deed iedereen in mijn familie”). Nieuw toeval: op stage in het buitenland was hij eenzaam, hij merkte dat de trompet hem troost bracht, en bedacht dat hij weer op les wilde. Bij het conservatorium waar hij naartoe was gestapt om als pedagogische leerling goedkoop trompetles te kunnen krijgen, dachten ze dat hij auditie kwam doen – en werd hij toegelaten.

Duizenden dansers en musici zijn de afgelopen jaren bij hem langs gekomen, de dansers vaak met acute problemen

Weer toeval: in zijn opleiding tot orthopedisch chirurg („Dat was mijn vader ook, ik dacht laat ik dat dan ook maar gaan doen”), die hij naast het conservatorium gewoon bleef volgen, zat een jaar wachttijd. „Ik hoorde toen van een orthopedisch chirurg die in de VS verbonden was aan het New York City Ballet, Bill Hamilton. Bij hem ben ik een jaar in de leer geweest.” Na het voltooien van het conservatorium en zijn medische specialisatie, en nog een tijd als dienstplichtige bij de commando’s, begon hij een orthopediepraktijk, als opvolger van zijn vader.

Waarna het laatste, doorslaggevende toeval volgde. Op tournee in New York had het Nederlands Dans Theater met een paar geblesseerde dansers aangeklopt bij Bill Hamilton. En die had gezegd: in jullie eigen land zit iemand die ik heb opgeleid, ga maar naar hem toe. „Toen kwamen ze bij mij op het spreekuur. Weer later kreeg ik een telefoontje: wil je onze orthopedisch chirurg worden.”

Dus zo.

Vijfentwintig jaar later noemt Boni Rietveld zijn „belangrijkste wapenfeit” niet het proefschrift, dat gaat over zijn ervaringen, toegespitst op de typische dansblessure van een pijnlijk en beperkt relevé, maar iets heel anders: „Het feit dat ik als medisch specialist een eigen tarief voor de orthopedische behandeling van dansers en musici kreeg.”

Eeltknobbels en bloedende tenen - elke ballerina heeft wel een horrorverhaal. Lees hier wat de boosdoener is.

Waarom was dat zo belangrijk? „Dit is een groep patiënten die meer tijd en aandacht vragen dan je hebt wanneer je standaardzorg biedt. De psychosociale kant is bij dansers en musici extreem belangrijk, een blessure is meteen bedreigend voor de passie van hun leven. Ook neemt het veel tijd omdat al die aandoeningen onderling steeds net iets verschillen, per instrument en per danstechniek. Het kostte me honderden brieven en telefoontjes, maar dankzij dat ruimere tarief kon ik me vanaf dat moment louter op dansers en musici gaan concentreren.”

De extra tijd en aandacht zie je af aan het nog altijd onaangebroken zakje met boterhammen, ’s middags om half vier, maar ook wanneer je met hem meekijkt naar de honderden foto’s die hij in de loop van de tijd maakte van de aandoeningen van zijn patiënten: vreemde standen van vingers, handen, voeten, armen, benen. „Toen ik begon was er helemaal geen literatuur, er was niemand die er opleidingen in gaf. Zodoende ben ik zelf de informatie gaan verzamelen.”

Dansers en musici vragen meer tijd en aandacht, een blessure is meteen bedreigend voor de passie van hun leven

Boni Rietveld

In die begintijd was er ook geen secretaresse, die kwam pas na zeven jaar, tegelijk met het eigen tarief. Sindsdien is zij het die tegen patiënten zegt dat ze hun dansschoenen of muziekinstrument mee moeten nemen naar de afspraak, „dan ziet de dokter beter hoe u beweegt”.

Duizenden dansers en musici zijn de afgelopen jaren bij hem langs gekomen, de dansers vaak met acute problemen. Boni Rietveld: „Vanuit orthopedisch standpunt zijn dat meestal interessantere blessures dan bij musici. Je kunt er ook snel wat aan doen, in tegenstelling tot wat je hebt bij chronische overbelastingsblessures. Die zijn vaak meer houdingsbepaald: lang in dezelfde pose spelen, steeds dezelfde riff oefenen. Vooral strijkers krijgen problemen.”

Belangrijk advies voor iedereen die vreest voor blessures: Pas op voor de ongetrainde personal trainer

Maar niet alleen professionele dansers en musici melden zich, ook amateurs zijn welkom – op voorwaarde dat ze ten minste drie uur per week dansen of musiceren. Zo bezien heeft Boni Rietveld zo’n drie miljoen potentiële patiënten: 1,7 miljoen Nederlanders musiceren (waaronder zingen), 1,3 miljoen mensen dansen.

Wat kan hij hun aanraden, om blessures te voorkomen?

1. Bouw langzaam op, reken op anderhalf jaar bij een nieuw instrument

„Het bindweefsel in je lichaam heeft tijd nodig om zich aan te passen aan het bespelen van een instrument. Vergelijk het met hardlopen, daarbij ga je ook niet van vijf kilometer meteen naar de marathon. De ombouw van collageen weefsel, dus de tijd die de aanhechtingen van je pezen nodig hebben om zich aan te passen is driehonderd tot vijfhonderd dagen.”

2. Oefen mentaal

„Dat is een les uit de neuropsychologie. Dus: speel je muziek in gedachten, voer een beweging uit in je hoofd. Zeker als je geblesseerd bent, werkt dat: je traint en verbetert alvast de aansturing in je brein. Het wordt in de sport ook veel gedaan, professionele turners kunnen in gedachten hun oefeningen van seconde tot seconde uitvoeren. Ik heb het zelf aan den lijve ondervonden, wounded physicians make the best healers. Ik had twee gebroken heupen, ik liep met krukken en zag mezelf tijdens de revalidatie drie meter voor me uit hardlopen, dat deed ik heel bewust. Nu loop ik weer tien kilometer hard, ondanks twee heupprotheses.”

3. Wees je bewust van stapelbelasting

„In principe is de verhouding belasting en belastbaarheid in balans, anders krijg je klachten. Maar soms komt er een extra beweging bovenop het stapeltje dat je al had en dat keurig in evenwicht was. Een mooi voorbeeld is de beroepsmusicus: jonge moeder, klein kindje, schouderklachten. Maar zodra er iets bij komt, moet er ook iets af: hou de stapel op gelijk niveau. Je kunt ook op een kussen de borst geven in plaats van in de arm, als die arm ook al de viool vast moet houden.”

4. Combineer tip 3 met tip 2

„Ik heb er het woord belastbaarheidskrediet voor. Door overbelasting te vermijden in het dagelijkse leven, en door je muziek ook mentaal te oefenen, heb je belastbaarheid over voor wanneer je echt muziek gaat maken.”

5. Neem regelmatig micropauzes

„Afhankelijk van hoe ernstig je blessure is, zet je een eierwekkertje, en steeds als dat afloopt leg je je instrument neer en neem je even pauze. Voelt het goed, dan ga je na vijftien seconden weer door. Voelt het niet goed, dan neem je een langere pauze. In die tijd ga je mentaal oefenen en neemt je lijf de tijd om zich te herstellen.”

En dan de belangrijkste: stop met roken

„In alle anti-rookcampagnes gaat het over hart- en vaatziekten en over longkanker, maar er is ook een relatie tussen roken en overbelastingsblessures. Nicotine geeft vasoconstrictie, dichtgeknepen bloedvaatjes, dus minder doorbloeding in weefsel dat van zichzelf toch al slecht doorbloed is: aanhechtingen van pezen aan botten, aanhechtingen van kapsels aan botten. En waar ontstaat overbelasting: daar. Wil je roken of dansen? Muziek maken of roken? Je zult moeten kiezen.”

Meer informatie op de site van de Nederlandse Vereniging voor Dans- en Muziekgeneeskunde, nvdmg.org.
    • Gretha Pama