Opinie

    • Coen van Zwol

De oorlog tussen Netflix en Cannes

Coen van Zwol Netflix trok recentelijk vijf films terug uit het filmfestival van Cannes. Beschermen de Fransen hun bioscoopsector te rigide, of stelt Netflix zich puberaal op?

Wie wint de koude oorlog tussen Netflix en Cannes? Twee weken geleden trok Netflix vijf films terug van ’s werelds grootste filmfestival. Dat gunt Netflix best een rode loper, maar geen deelname aan zijn competities.

Het is niet onredelijk te eisen dat je pas een Gouden Palm kan winnen als je film in de Franse bioscoop draait. Maar Frankrijk beschermt zijn bioscoopsector nogal rigide: pas drie jaar na de bioscoop mag een film op televisie, of Netflix. Dat is anno 2018 een absurde eis.

Sinds de breuk verzekert directeur Thierry Frémaux van Cannes dat de deur op een kier staat. Netflix wordt geleid door „mensen met smaak die houden van cinema”, vleide hij onlangs – Frémaux hoopt nog altijd dat Netflix als geste Orson Welles’ onvoltooide metafilm The Other Side of the Wind vertoont en stuurt daarover naar eigen zeggen nog altijd mail naar Netflix.

Sarcastisch interview

Of hij antwoord krijgt? Netflix geeft geen krimp sinds een sarcastisch interview van topman Ted Sarandos, die Cannes afschilderde als reactionair stofnest en speelbal van lokale bioscoopbelangen. Als dat zwaarder weegt dan de filmkunst, zoekt Netflix zijn heil elders, aldus Sarandos.

Op het eerste gezicht heeft Netflix weinig te verliezen. Volgens de laatste kwartaalcijfers groeide het aantal abonnees vorig jaar met 7,4 miljoen naar 125 miljoen; op Wall Street is Netflix nu 145 miljard dollar waard, bijna net zoveel als Disney. In 2018 steekt Netflix 7 tot 8 miljard dollar in films en tv-series, dit jaar lanceert het 80 eigen films (‘Orginals’).

Toch is Netflix’ positie niet onaantastbaar. Disney, druk bezig met de overname van rivaal Fox en platform Hulu, aast met zijn imposante catalogus op een eigen streamingdienst: een potentiële ‘Netflix-killer’. En wat als andere ‘majors’ – Warner Bros, Sony, Universal, Paramount – fuseren en dat voorbeeld volgen?

Dat kan de zwakke plekken van Netflix aan het licht brengen. Zijn series zijn van topniveau – House of Cards, The Crown, Stranger Things – maar als filmstudio levert het bedrijf tot dusver matig werk af. Netflix leunt sterk op films in licentie en bouwt een reputatie op van dumpplaats voor Hollywoods afleggertjes en Adam Sandler. Prestige ontleent Netflix vooral aan films die het op festivals als Sundance koopt, zoals Mudbound of de documentaire Icarus, Netflix’ eerste Oscar.

De laatste jaren slaagde Netflix erin enkele grote namen te verleiden met creatieve vrijheid en hoge budgetten: Noah Baumbach, Bong Joon-Ho, Alfonso Cuarón, Paul Greengrass en Martin Scorsese, die 125 miljoen dollar krijgt voor zijn gangsterepos The Irishman. Maar als je Netflix-film niet in de bioscoop draait, geen rode loper krijgt en weinig kans maakt op prijzen? Dan wordt het de plek waar topfilmers aankloppen als alle hoop is vervlogen.

Misschien moet Frankrijk zijn filmmodel moderniseren, misschien is Netflix de toekomst. Maar het helpt niet om als puberale ‘disruptor’ op de filmwereld in te blijven schoppen en tegelijk schouderklopjes te verwachten.

Coen van Zwol is filmrecensent.
    • Coen van Zwol