‘De kritiek op Orbán is belachelijk’

Dzsingisz Gabor Oud-staatssecretaris CDA Dzsingisz Gabor vluchtte op zijn 16de uit Hongarije. Later maakte hij naam binnen het CDA. Hij heeft begrip voor de Hongaarse leider Orbán.

Dzsingisz Gabor, oud-staatssecretaris (CDA): „In Hongarije is het historisch besef veel sterker dan in Nederland.” Foto Merlijn Doomernik

Zijn probleem is dat hij er te veel van af weet, verzucht de 78-jarige Dzsingisz Gabor. Hij zit aan de keukentafel in zijn lichte appartement in een voormalige graansilo in Almere, een schaaltje met koekjes en een kop koffie binnen handbereik. Als zestienjarige vluchtte Gabor met zijn moeder uit Hongarije naar Nederland. Later werd de CDA’er burgemeester in Haaksbergen en staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij in het derde kabinet-Lubbers. Nu is hij voorzitter van Vluchtelingen Organisaties Nederland.

De vraag was of Gabor de kritiek op de Hongaarse premier Viktor Orbán, na diens recente verkiezingsoverwinning, kon duiden. En wat hij vindt van de druk op zijn partij, het CDA, om niet langer met Orbáns partij samen te werken – in het Europees Parlement zit het CDA in de christen-democratische Europese Volkspartij (EVP) met de Fidesz-partij.

Lees ook het profiel over de Hongaarse premier: Viktor Orbán is de machtigste Hongaarse leider sinds de val van het communisme.

In Nederland klinkt, net als elders in Europa, felle kritiek op Orbán. Eerder deze maand concludeerde Europarlementariër Judith Sargentini (GroenLinks) na onderzoek dat in Hongarije sprake is van „systematische dreiging voor de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten”. Gabor ziet het rapport als „een fantastisch links circus”. Gabor heeft ook geen goed woord over voor de politicoloog Cas Mudde, die het CDA in een opinieartikel in NRC opriep te breken met Orbán. „Er bestaat een totaal verkeerd beeld van Orbán”, zegt Gabor. „Hij wordt gestigmatiseerd. Weggezet als de duivel, de bad guy, het zwarte schaap. Dat is belachelijk.”

Hij ziet dan ook geen aanleiding om Fidesz uit de EVP te zetten. „Als Hongarije inderdaad zou afzakken naar een dictatoriaal systeem waar de mensenrechten niet in acht worden genomen, waar journalisten voor de rechter worden gesleept … Dan moeten we ons bedenken: willen we daar zaken mee doen?”

Maar het is niet zo, zegt hij. Critici zoals Cas Mudde, die beweren dat dat Orbán een groot fan van de Russische president Poetin is, „hebben zich niet in Hongarije verdiept”.

Gabor is wél van mening dat Europa al eerder serieus met de Hongaarse leider in gesprek had moeten gaan over het migrantenprobleem. Ze hadden Orbán, fel tegenstander van de immigratie van moslims, moeten vragen wat zijn bijdrage is. „Orbán wil dat Hongarije een christelijke natie is en dat verdraagt zich niet met de islam. Maar voor de goede orde: vluchtelingen wil hij wel helpen.”

Wat vindt u van de anti-islamteksten van Orbán?

„Het is ondenkbaar dat islamieten in Hongarije een leven hebben. Dat weet Orbán en daar speelt hij op in.”

Waarom is dat ondenkbaar?

„Als Nederland 150 jaar onder een islamitisch bewind had geleefd en de helft van zijn bevolking had zien uitmoorden door soldaten van de sultan, zoals Hongarije, dan zou men hier ook anders praten over de islamisering. In Hongarije is het historisch besef veel sterker dan in Nederland. Ik weet niet of dat goed is, maar het is zo.”

U heeft begrip voor de achtergrond van Orbáns standpunt?

„Ik beoordeel zijn uitspraken vanuit de Hongaarse werkelijkheid. Die is compleet anders dan in Nederland. In Hongarije wonen drie- à vierduizend goed functionerende en gewaardeerde Turken, vaak met eethuizen. Van die mensen zegt Orbán: jullie zijn hartstikke welkom. Maar ze hebben nog niet om een moskee gevraagd. Die krijgen ze ook niet, dat is uitgesloten. Orbán is wel negatief, erg negatief, over ongeletterde Noord-Afrikanen. Daar hebben we niks aan, zegt hij.” 

Hoe kijkt u aan tegen de anti-islampolitiek van Geert Wilders?

„Walgelijk. Walgelijk. Walgelijk. Als christen-democraat zeg ik: je moet de mensen in nood altijd helpen. Dat is voor mij de vluchteling, niet de migrant. Orbán is volstrekt anders dan de PVV, hij hecht veel waarde aan humanitaire hulp in oorlogsgebieden. De Hongaren bouwen scholen en ziekenhuizen in die gebieden. Daar heb ik de PVV nooit over gehoord.”

Hoe keek u naar het gedoogkabinet uit 2010, waarbij uw partij, het CDA, samenwerkte met de PVV?

„Ik was mordicus tegen. Ik vond dat mijn partij daar nooit in had mogen stappen. Het uitsluiten van mensen is zo in strijd met mijn opvoeding en geloof. Dat was op de achtergrond door Wilders wel als doel gesteld.”

Hoe zit het hier met de islam?

„Onze integratiepolitiek is natuurlijk mislukt. Kijk maar naar hoe we omgaan met nieuwkomers. Hoe we de Turkse gemeenschap niet hebben geïntegreerd. Ze zijn hier wel, maar we leven hartstikke naast elkaar. Dat geldt zeker voor de Marokkaanse gemeenschap. Dat in de Nederlandse gevangenissen tien keer zo veel Marokkaanse jongeren zitten als Nederlandse jongens, geeft al aan dat de integratie niet functioneert.”

Moet Europa christelijk zijn?

„Dat hoeft van mij niet. Dat mag iedere bevolking zelf weten. Europa is gestoeld op de joods-christelijk-humanistische waarden en traditie, maar als de Nederlandse bevolking dat niet belangrijk vindt... Ik ben geen federalist. Landen hebben eigen identiteiten. Dat moet je respecteren.”

Heeft Orbán er zelf aan bijgedragen dat hij wordt gezien als boeman?

„Hongarije en de mensen in het land zijn zeer pessimistisch. Orbán is bezig die samenleving een positieve, eigen identiteit te geven. Daarin past niet een aarzelende, terughoudende Orbán, daarin past een charismatische, doortastende leider. Zijn nationalisme is niet tegen anderen gericht, maar bedoeld om de eigenwaarde op te krikken.”

    • Barbara Rijlaarsdam