Abdeslam: 20 jaar cel voor moordpoging op agenten

België

Verdachte van de aanslagen in Parijs, Salah Abdeslam, is schuldig aan terroristische moordpoging op agenten in het Brusselse Vorst.

Extra maatregelen in Brussel foto stephanie lecocq/epa

De 28-jarige Salah Abdeslam, verdachte van de aanslagen in Parijs in november 2015, is maandag door de rechter schuldig bevonden aan een terroristische moordpoging op agenten in 2016 in de Brusselse gemeente Vorst. Ook medeverdachte Sofiane Ayari (24) is volgens de rechter schuldig. In het Paleis van Justitie in Brussel oordeelde de rechtbank dat ze allebei twintig jaar de cel in moeten.

Het tweetal was poging tot moord op meerdere agenten en verboden wapenbezit „in een terroristische context” ten laste gelegd. De verdediging had in februari gepleit voor vrijspraak, maar de rechter volgde de eis van het OM. Dat had voor beide verdachten de maximale straf van twintig jaar geëist.

Deze zaak gaat weliswaar niet over de aanslagen in Parijs, zij trok wel internationale aandacht. Het is het eerste Belgische vonnis waarbij personen terechtstaan die ook betrokken waren bij de aanslagen in november 2015 in Parijs. De schietpartij in Vorst vond plaats in maart 2016, vier maanden na de aanslagen in Parijs.

Meerdere agenten, die huiszoeking deden, raakten gewond en Mohamed Belkaïd, vermeend logistiek brein achter de Parijse aanslagen, kwam om het leven. DNA-bewijs toonde aan dat ook Abdeslam, toen al een tijdje op de vlucht, en de Tunesiër Ayari in het appartement waren geweest van waaruit werd geschoten. Drie dagen later werden ze ingerekend in de Brusselse gemeente Molenbeek.

Abdeslam en Ayari waren maandag niet aanwezig bij de uitspraak in Brussel.

Op de eerste van in totaal drie procesdagen werd Abdeslam op eigen verzoek wel nog onder zware politiebewaking overgebracht naar de Brusselse rechtbank vanuit zijn cel in Frankrijk. Hij verscheen voor het eerst sinds zijn arrestatie in het openbaar.

Journalisten waren in groten getale naar de rechtbank gekomen, maar nieuwe antwoorden kregen zij en de ook naar de rechtbank gekomen nabestaanden niet. Abdeslam sprak toen wel, maar gaf aan geen antwoord te willen geven op vragen en trok vervolgens de objectiviteit van de rechter in twijfel. Het proces dient volgens hem „enkel de publieke opinie”. „Doet u met me wat u wilt, ik ben niet bang voor u. Ik plaats mij in de handen van Allah.”

Na de eerste zittingsdag is Abdeslam niet meer in de rechtbank verschenen. Ayari gaf in februari slechts zeer beperkt antwoord op vragen, maar is wel bij het hele proces aanwezig geweest.

    • Anouk Eigenraam