opinie

    • Menno Tamminga

Vrijhandel is aardig, veiligheid voelt beter

In 2010 publiceerde klokkenluiderswebsite WikiLeaks een overzicht van de Amerikaanse regering met meer dan 300 fabrieken, knooppunten en infrastructuur buiten de VS die cruciaal zijn voor Amerika’s nationale veiligheid. Op de lijst stonden drie namen in Nederland: de Rotterdamse haven en twee transatlantische (internet)kabels die aan land komen in Katwijk en Beverwijk.

Sindsdien kun je de vraag stellen: is de Amerikaanse economische veiligheid ook onze nationale veiligheid?

Achtereenvolgende Amerikaanse regeringen hebben daarover altijd ruime opvattingen gehad. De wereldmacht VS toetst buitenlandse overnames op de gevolgen voor de nationale veiligheid. Dat is een politieke toets. Ideologie (vrijhandel versus protectionisme) is leuk, maar wat echt telt zijn defensiebelangen en industriepolitiek.

In maart zette president Trump een streep door de overname van Qualcomm, een Amerikaanse chipmaker. Hij was bang dat de buitenlandse koper investeringen zou staken in cruciale technologie voor de 5G-telecominfrastructuur. Dan zou de VS afhankelijk worden van China.

De hele wereld is de laatste jaren economisch nationalistischer geworden. Nederland volgt

Nederland is geen wereldmacht, maar een handelsland, dat graag buitenlandse investeringen aantrekt. Onze vrijhandelsopvattingen hebben zich lange tijd verzet tegen een politieke toets op buitenlandse overnames. Maar dat is voorbij. De hele wereld is economisch nationalistischer geworden. Nederland volgt. Het kabinet-Rutte II ging om toen het Belgische Bpost PostNL wilde overnemen. Het ongevraagde, mislukte Amerikaanse bod op voedings- en zeepgigant Unilever vorig jaar nam de laatste aarzelingen weg.

Staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken en Klimaat, CDA) kondigde vorige week wetgeving aan waarmee Nederland een serieuze stap zet naar meer economisch nationalisme. Het kabinet wil een overnametoets invoeren voor buitenlandse overnames in bedrijfstakken die van vitaal belang zijn voor de Nederlandse economie. Keijzer begint met de telecomsector in brede zin: van internetknooppunten en datacentra tot en met KPN en Ziggo.

Lees ook hoe het Nederlandse PostNL een nationaal icoon werd

Het zou me niks verbazen als deze wetgeving in Europese hoofdsteden en in Washington tevreden wordt verwelkomd. Door Nederland stromen goederen (Rotterdamse haven, Schiphol), mensen (Schiphol) en data (via de transatlantische kabels en de digitale knooppunten).

Je wilt als Navo en als Europese Unie niet dat Nederland het afvoerputje van Europa wordt, waar buitenlandse opkopers vrijelijk in vitale infrastructuur winkelen omdat Nederland met liberale politiek zo nodig een concurrentievoordeel wil houden. Je wilt in sectoren met een vitale rol in de samenleving geen eigenaren die je niet goedkeurt. Lees: bedrijven uit China of andere landen die politiek ‘verdacht’ zijn.

In Europa mág je buitenlandse overnames tegenhouden met een beroep op nationale veiligheid en openbare orde. Daarmee ben je er nog niet. Duitsland verbood in 2016 de Chinese overname van een technologiebedrijf. Maar wat te doen als er niet sprake is van een echte overname? Bij twee toonaangevende Duitse bedrijven, Deutsche Bank en Daimler, zijn Chinese concurrenten inmiddels de grootste aandeelhouder.

En wat te doen als China zelf buitenlandse overnames toetst, bijvoorbeeld op de gevolgen voor de lokale mededinging? China eiste vorige week extra concessies bij de overname van NXP (Eindhoven) door Qualcomm. Ja inderdaad, dat Amerikaanse bedrijf dat de VS niet in buitenlandse handen wilde zien vallen. Zo ziet de nieuwe globalisering er uit. Naast handelsoorlogen worden overnameblokkades de voortzetting van machtspolitiek met economische middelen.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.
    • Menno Tamminga