Vechten voor je relatie – maar dan letterlijk

Wie: Nasr

Kwestie: stalken, dreigen, schending contactverbod

Waar: rechtbank Lelystad

Op de zitting tegen Nasr ontbreken de hoofdrolspelers – geen advocaat, geen verdachte. Tegenover de rechters, officier en griffier zit helemaal niemand, behalve de verslaggever. De advocaat schreef de rechtbank een dag eerder dat hij geen contact met zijn cliënt kon krijgen en zich dus niet gemachtigd voelt hem te vertegenwoordigen.

En het Openbaar Ministerie beschikte niet over een geldig woonadres van Nasr. Er ging een brief naar zijn laatst bekende adres, maar dat was van een daklozenopvang. Dit wordt dus een ‘verstekzaak’. Het OM heeft volgens de regels geprobeerd de verdachte in staat te stellen zich te verdedigen, maar die ziet daar kennelijk vanaf. En dus wordt de zaak beknopt en tamelijk eenzijdig behandeld, in een dialoog tussen de rechters en de officier. We móéten zo’n zaak behandelen, legt de officier me na afloop uit. Een verdachte mag de rechtsgang nooit verhinderen door onder te duiken. En het slachtoffer heeft recht op een oordeel. Dan maar een zitting met lege stoelen.

Knipperlichtrelatie

Over de verdachte wordt duidelijk dat hij geboren is in 1989, werkte als orderpicker in Zeewolde en ooit woonde in Almere. In 2016 kreeg hij in een snelrechtprocedure een ‘gedragsaanwijzing’ van het OM nadat zijn ex-vriendin aangifte had gedaan wegens stalking en bedreiging. Nasr mocht haar of haar familie niet meer opzoeken, bellen, mailen of chatberichten sturen. Daar hield hij zich vervolgens niet aan, wat hem in 2017 een veroordeling tot twee weken voorwaardelijke celstraf opleverde van de politierechter. Hij blijkt in een proeftijd te lopen van een eerdere veroordeling: huiselijk geweld.

Tot 2016 had Nasr met zijn vriendin een knipperlichtrelatie: veel ruzie en veel goedmaken, waardoor hij naar eigen zeggen ‘niet in de gaten had’ dat zijn vriendin het op enig moment écht uitmaakte. Hij meende „voor haar te moeten vechten”, zoals hij dat ook eerder deed. Toen zijn ex een nieuwe woning betrok, ging hij bijvoorbeeld bij haar klussen, waarna hij vervolgens niet vertrok. En zij dus aangifte deed. Soms belde hij 79 keer op één dag. Het liep verder uit de hand, met talloze tekstberichten via Facebook, met achtervolgen op straat, het lastigvallen van vrienden, bekenden en familieleden. En posten bij de werkplek van zijn vriendin, waarbij hij collega’s van zijn ex aansprak of die haar ‘even konden halen, want ik krijg nog geld van haar’. Eenmaal wist hij naast haar in de stadsbus te gaan zitten, waar hij een gesprek begon en dat met zijn telefoon filmde. Aan een wederzijdse kennis bood hij 500 euro om haar meest recente telefoonnummer te krijgen.

Dan was er nog sprake van bedreigingen, ook van haar moeder, bij wie hij aanbelde. Die kreeg te horen dat als „zij niet met me wil praten” ze „ten dode was opgeschreven, en jullie ook. Ik maak jullie kapot en steek jullie in de fik”.

Inmiddels is de toestand wat bedaard – in 2018 waren er geen incidenten meer, zegt de officier. Hij beperkt zijn requisitoir tot het opnoemen van de pagina’s in het dossier waar de griffier de bewijsmiddelen kan vinden. De bekentenis van de verdachte, getuigen, verklaringen bij de rechter-commissaris, de aangiftes en de ‘processen verbaal van bevinding’ van de politie. „Dat kunt u vinden op pagina 32, 36, 42, 56 en 112.”

Met het slachtoffer gaat het „niet zo goed”, zegt de officier. Zij heeft last van stress, angst en vermoeidheid; ze is steeds op haar hoede en verlaat haar woning alleen om naar haar werk te gaan. Ze is vandaag niet aanwezig omdat ze doodsbang is hem te ontmoeten. Stalking is zeer ernstig gedrag, aldus de officier, dat bij slachtoffers voor depressie, gevoelens van machteloosheid en schaamte zorgt. Hij eist daarom zes maanden onvoorwaardelijke celstraf met een contact- en locatieverbod voor de wijk van het slachtoffer van drie jaar. Daarna blijft het stil. Geen weerwoord of uitleg. De rechter sluit de zitting. Twee weken later wordt Nasr veroordeeld tot drie maanden cel en een contact- en locatieverbod van drie jaar. Door zijn eerdere veroordeling is een taakstraf niet meer mogelijk.