Hoe de dividendbelasting een blok aan het been van Rutte III is geworden

Pijnlijk dossier

De ‘dividendtaksmemo’s’ worden toch openbaar. Beëindigt premier Rutte hiermee de discussie over zijn geloofwaardigheid?

Premier Mark Rutte maandag na het coalitieoverleg over de afschaffing van de dividendbelasting. Foto Lex van Lieshout/ANP

Het is écht een „eenmalige uitzondering”, zei premier Rutte. Na coalitieberaad maakte hij maandag bekend dat het kabinet tóch interne stukken over de omstreden afschaffing van de dividendbelasting openbaar zal maken. Dat gaat deze dinsdag gebeuren.

Sneller dan verwacht is Rutte overstag gegaan. De roep om openbaarmaking zwol aan toen eind vorige week duidelijk werd dat er tijdens de kabinetsformatie wel degelijk documenten zijn opgesteld over het afschaffen van de dividendbelasting. Rutte en zijn collega-onderhandelaars hebben altijd beweerd dat ze dergelijke stukken nooit onder ogen hebben gekregen.

Afgelopen vrijdag was Rutte nog buitengewoon stellig: aan het verzoek tot openbaarmaking van twee onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam (UvA) kon absoluut geen gehoor gegeven worden. Tijdens zijn wekelijkse persconferentie bleef de premier er maar op hameren: kabinetsformaties kunnen niet zonder vertrouwelijkheid van ambtelijke stukken. Als we die weg verlaten, was zijn boodschap, kunnen er in Nederland geen kabinetten meer geformeerd worden.

Maandagochtend concludeerde de coalitietop iets heel anders: politiek gezien is het onhoudbaar geworden om de stukken binnenskamers te houden. De geloofwaardigheid van de VVD-premier en zijn coalitiepartners CDA, D66 en ChristenUnie wegen nu zwaarder dan artikelen uit de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De enige manier om de schijn van geniepigheid en jokken die is ontstaan rondom de dividendbelasting weg te nemen: naar buiten met die stukken.

Veel mist over Eric Wiebes

De dividendbelasting begint steeds meer een blok aan het been van Rutte III te worden. De afschaffing, die de schatkist jaarlijks 1,4 miljard gaat kosten, werd gepresenteerd als maatregel om het vestigingsklimaat voor grote bedrijven te verbeteren – en zo banen te behouden. Maar vanaf het begin was er schimmigheid over de herkomst van het plan, dat in geen enkel verkiezingsprogramma stond.

Van de lange lijst aan documenten die dinsdag openbaar worden, zal de oppositie met name benieuwd zijn naar twee stukken. Dat zijn de ambtelijke notities die Eric Wiebes vorig jaar ontving over het afschaffen van de dividendbelasting en de financiële consequenties ervan.

Over de rol van VVD’er Wiebes is veel mist ontstaan. Hij is nu minister van Economische Zaken en Klimaat maar was tijdens de formatie demissionair staatssecretaris van Financiën en zat dus dicht op de fiscale beleidsmedewerkers van zijn ministerie. Vrijdag beweerde Wiebes deze stukken nooit gezien te hebben. Maar dat kan onmogelijk waar zijn: uit de afwijzing van het Wob-verzoek blijkt dat hij van zijn eigen ambtenaren ten minste twee memo’s gekregen heeft over de afschaffing van de dividendbelasting. De eerste al in april, aan het begin van de formatieonderhandelingen, de tweede in augustus.

Bovendien zat Wiebes namens de VVD aan de ‘fiscale zijtafel’ van de formatie, om over tal van belastingplannen na te denken. Dat was de plek waar volgens de hoofdonderhandelaars van de formatie dit soort documenten zijn besproken. Zelf verklaren partijleiders Rutte, Buma (CDA), Pechtold (D66) en Segers (ChristenUnie) nog altijd „naar eer en geweten” dat ze nooit een dergelijk stuk hebben gezien.

Lees ook ons profiel van Eric Wiebes, de minister die het liever zelf uitzoekt

Dat staat op gespannen voet met het beeld dat vorig najaar ontstond over de meest omstreden maatregel uit het regeerakkoord. Betrokkenen bij de kabinetsformatie vertelden destijds namelijk dat de vier specialisten aan de fiscale zijtafel verrast waren door het besluit om de dividendbelasting af te schaffen. Dat was – op een laat moment en vrij plotseling – aan de hoofdtafel genomen.

De twee rollen die minister Wiebes in de kwestie heeft gespeeld – staatssecretaris van belastingzaken en fiscaal onderhandelaar bij de formatie – zal voor de oppositie munitie opleveren in haar verzet tegen de voorgenomen maatregel, die pas eind dit jaar in de Tweede Kamer in behandeling gaat.

Buitenlandse aandeelhouders

Toch blijft de slepende discussie het lastigst voor Rutte. In het najaar werd duidelijk dat het vooral de premier was geweest die op de afschaffing van de dividendbelasting had aangedrongen – de voormalige Unilever-manager had immers uit „internationale gesprekken” begrepen dat multinationals er graag van af wilden.

De stukken die straks openbaar zullen worden, kunnen om verschillende redenen pijnlijk zijn voor de premier. Want wat als daaruit naar voren komt dat deskundige ambtenaren van Financiën vooral argumenten tégen de afschaffing van de dividendbelasting hebben gegeven? Dan zou Rutte een goed onderbouwd advies in de wind hebben geslagen. Waaróm precies?

En wat als blijkt dat het inderdaad Unilever en Shell zijn geweest die bij Rutte persoonlijk hebben gevraagd de dividendbelasting af te schaffen? De buitenlandse aandeelhouders van deze Nederlandse multinationals zijn de grootste betalers van deze belastingsoort. Dat zou het beeld van Rutte III bevestigen dat de oppositie al tijden probeert op te roepen: een kabinet aan de leiband van het grootkapitaal.

Het meest pijnlijk zou zijn als blijkt dat Rutte wel degelijk de ontvanger is geweest van de interne, ambtelijke memo’s, en niet alleen de fiscale zijtafel of de demissionaire staatssecretaris. Dan heeft de premier aantoonbaar gejokt: bij een debat in november zei hij dat hij over de afschaffing van de dividendbelasting nooit „memo’s had uitgevraagd” of „concludente stukken” had gezien.

Komende woensdag debatteert Rutte waarschijnlijk met de Tweede Kamer over de kwestie. Normaal gesproken blijft de premier in dit soort debatten overeind door een onvermoeibare reeks handige formuleringen. Deze keer heeft de oppositie wel érg veel mogelijkheden om zijn geloofwaardigheid in twijfel te trekken.

    • Thijs Niemantsverdriet
    • Philip de Witt Wijnen