Column

Rutte versus slimme types van Financiën

Het vreemde van de Haagse politiek is: je struikelt er over oud-ambtenaren van Financiën. Ze komen vaak van ‘AFEP’, Algemene Financiële en Economische Politiek, waar de slimste jonge medewerkers worden gestationeerd. The best and the brightest.

Op AFEP leren ze hoe Den Haag werkt. Wouter Koolmees, minister van Sociale Zaken, voormalig financieel woordvoerder van D66, zat op AFEP (2003-2007). Bart Snels, financieel woordvoerder van GroenLinks, zat er ook (2001-2003), net als Henk Nijboer, financieel woordvoerder van de PvdA (2008-2012).

Die laatste twee seconderen nu hun fractievoorzitters, Klaver en Asscher, en ik vermoed dat het geen toeval is dat de GroenLinks- en PvdA-leiders metéén doorhadden dat er iets vreemds was aan Ruttes verdediging van de afschaffing van de dividendbelasting.

Helemaal nadat Rutte 15 november, op aandringen van Klaver, zei dat er over de afschaffing in de formatie „naar mijn beste weten geen memo [heeft] gelegen”. Door die zin is hij nu in de problemen: er waren wél memo’s van Financiën, die Rutte maandag beloofde alsnog te openbaren.

Iedereen op AFEP weet: in formaties is Financiën hyperactief. Ambtenaren schrijven overal stukken over, zodat ze alles paraat hebben mochten onderhandelaars iets willen weten. Andere departementen wachten vaak, waardoor zij geregeld te laat zijn om invloed te hebben.

Dus na Ruttes uitspraak dachten insiders vorig jaar ogenblikkelijk: hier krijgt hij spijt van. Martin van Rooijen (50Plus) zei meteen hardop: „Het is praktisch zeker dat er een nota ligt van Financiën waarin het voor en tegen [van de afschaffing] staat.” Detail: Van Rooijen is oud-staatssecretaris van Financiën.

Rutte was toen al weken in het defensief gebracht door Klaver en Asscher. Als je het eerste debat terugleest, zie je dat zij moeten hebben geweten dat Rutte amper ambtelijke of academische onderbouwing had.

Kon hij economen noemen die de maatregel steunen? „Nee, dat kan ik niet.” Kon hij de lijst van bedrijven geven die hem hierom vroegen? „Dat doen we niet.” Wat had hem dan tot het besluit gebracht? „Een totale mix van signalen.”

Ofwel: een totale mix van niks.

Het ging natuurlijk om Unilever en Shell, maar dat kon hij niet zeggen, en het probleem is: Unilever en Shell zeiden het ook niet.

Dus hij zat klem, hij moest blijven bluffen en vooral niet concreet worden, maar uiteindelijk floepte er 15 november, wéér uitgedaagd door Klaver, die zin over dat memo uit.

Zo werkt Haagse politiek ook: een premier in de hoek gedreven met weetjes van de AFEP-werkvloer.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Jutta Chorus

Correctie 24-4: In een eerdere versie van deze column stond dat Rutte ‘kon zeggen’ dat het om Unilever en Shell ging. Hij kon dat juist niet zeggen.