Column

Ongewenste berichten

Het kon op elk uur van de dag gebeuren, maar meestal was het vroeg in de morgen of laat in de avond. Dan ging onze vaste telefoon over en meldde zich namens KPN een automatische, vrouwelijke telefoonstem met een of ander raadselachtig sms-bericht. Het ging gepaard met de vermelding van het telefoonnummer van een mij onbekende afzender.

Enkele voorbeelden van die vreemde sms-berichten.

„Zal de toekomst ons brengen wat het verleden ons niet wilde geven?”

„Alle begin is moeilijk, maar daarom nog niet onmogelijk.”

„Ik zal er altijd voor je zijn, zelfs als ik er niet ben.”

Een licht filosofische inslag was de opsteller niet vreemd, maar verder tastte ik omtrent zijn of haar identiteit volledig in het duister. Als je zoiets overkomt, probeer je het eerst op jezelf te betrekken. Was er iemand die mij of mijn vrouw een hart onder de riem wilde steken met teksten die alleen wij konden begrijpen? Of was het juist iemand die een hekel aan ons had en ons probeerde te pesten met teksten die zó cryptisch waren dat je voortdurend over betekenis en bedoeling zat te piekeren?

Soms waren de teksten onbegrijpelijk doordat woorden wegvielen. Dan hoorde je: „Ja. Gaat wel. Gelukkig is.. zodat dagritme hetzelfde blijft.”

Geleidelijk werden de berichten steeds zwoeler, zodat soms het gevoel ontstond dat je ongewild inzage had in andermans liefdesbrieven. „Je voelde weer heel fijn. Ook de soep was lekker.” „Bij jou is een hoogtepunt nooit een dieptepunt.” „Wat er tussen ons is, dat mag toch?”

Ik wilde de geliefden niets verbieden, maar vroeg wel aan KPN of deze berichten voortaan geblokkeerd konden worden. Dat bleek niet mogelijk, de provider moest doorgeven wat hem opgestuurd werd. Inmiddels had ik het telefoonnummer met enige moeite genoteerd, zodat ik na een poosje kon constateren dat het steeds dezelfde afzender was.

Ik besloot de betrokkene zelf te bellen. „Met Karel!” klonk een opgeruimde, luide stem.

„Goedemorgen, meneer”, zei ik effen. „U spreekt met Abrahams, ik wilde u vragen waarom u mij steeds van die rare sms-berichten stuurt.”

Het bleef even stil. Toen riep de man schaterend: „Ha, Frits! Dat is lang geleden, hoe is het ermee? Jij dacht zeker dat je gestalkt werd?”

„Ik word nogal vaak gebeld”, zei ik, „maar verder is alles goed.” Intussen dacht ik koortsachtig: welke Karel is dit?

„Jij moet nu wel mijn halve liefdesleven kennen”, lachte hij, en hij legde uit dat ik bovenaan zijn telefoonlijstje stond en dat hij mij kennelijk soms abusievelijk moest hebben ‘ingedrukt’.

Gelukkig begon mij nu ook te dagen om wie het ging: een oud-collega van érg lang geleden.

„Verrek, Karel, ben jij het… en hoe gaat het met jou?” vroeg ik werktuigelijk.

„Dat is een heel verhaal”, riep hij, „maar dat kan ik nu niet vertellen, want ik loop met vriendinnen in het bos. Laten we gauw een afspraak maken.”

Vriendinnen? Ik besefte dat hij die sms- berichten aan verschillende vriendinnen kon hebben gestuurd. Misschien belegde hij af en toe een gezamenlijke bijeenkomst met ze in een bos. Ik zal het hem te zijner tijd zeker vragen.