Column

Mensen hebben niets meer te verliezen in de Gazastrook

Carolien Roelants sprak met een afgezant uit Gaza over de abominabele toestand van het door Israël geblokkeerde gebied.

Gevechten tussen Palestijnen en Israëlische troepen vrijdag aan de grens met Gaza. Foto Khalil Hamra/AP

Opnieuw de Gazastrook, want ik sprak vorige week Ruba Akkila, die hier met een delegatie van de hulporganisatie Oxfam uit dat gebied was om regering en politiek te informeren over de abominabele situatie daar. Akkila, geboren en getogen in de Gazastrook, zei een heleboel maar het kwam hierop neer: dat alles er alleen maar slechter gaat sinds Israël ruim tien jaar geleden het gebied begon te blokkeren. Dat is het basisprobleem, dat nog eens wordt verergerd door de Egyptische blokkade, de Palestijnse verdeeldheid en het beleid van Hamas. De internationale hulp vermindert ook nog eens, met name doordat president Trump vindt dat hij voor zijn geld „geen dank of respect” krijgt.

Akkila’s missie was Nederland en de Europese Unie er toe te bewegen zoveel druk op Israël uit te oefenen dat het de beperkingen op personen- en goederenverkeer versoepelt in plaats van verscherpt, zoals de laatste paar jaar gebeurt. Zodat de economie zich weer kan gaan ontwikkelen in plaats van on-ontwikkelen. Zodat de Gazastrook niet onleefbaar wordt, zoals de Verenigde Naties binnen twee jaar voorzien.

De abominabele staat van de Gazastrook stimuleert de protestbereidheid die sinds 30 maart in de vorm van de Grote terugkeermars aan het grenshek met Israël te zien is. Ik doel op de volstrekte uitzichtloosheid van de jeugd, meer dan de helft van de bevolking. Denkt u eens in: na school geen werk (jeugdwerkloosheid ruim 60 procent; in Nederland 4 procent in 2017), vier uur per dag stroom, geen schoon water uit de kraan en met z’n in totaal twee miljoen geen stap buiten dat derde deel van de Flevopolder dat de Gazastrook is.

In de Gazastrook is niemand onschuldig

Minister van Defensie Lieberman

De atmosfeer is explosief, zei Akkila, de mensen hebben niets te verliezen. Dat blijkt wel; anders zouden ze afgelopen vrijdag niet opnieuw – op een enkeling na ongewapend, ik onderstreep het maar weer – zijn gaan protesteren bij het grenshek. Sinds het eerste protest op 30 maart tot en met het vierde van vrijdag, zijn 39 Palestijnen door kogels van Israëlische scherpschutters gedood, onder wie vrijdag een 15-jarige jongen op 50 meter van de grens. Ik onderstreep: scherpschutters, er wordt niet zomaar wat geknald.

Het is duidelijk dat het leger zo probeert de demonstraties de kop in te drukken met het oog op alle andere protestmomenten die er nog aankomen. Ik noem de Grote Start van de Giro d’Italia in Jeruzalem op 4 mei; de opening van de Amerikaanse ambassade in Jeruzalem op de 70ste verjaardag van de staat Israël op 14 mei; en op 15 mei de Nakba, de catastrofe, wanneer de Palestijnen de vlucht/verdrijving herdenken uit hun woningen in wat sindsdien Israël is. Dan is ook de laatste demonstratie van de terugkeermars gepland.

Gaat het iets oplossen? De missie van Akkila, de protesten bij het grenshek – of de éénvrouwsactie van de Amerikaans-Israëlische filmster Natalie Portman die weigert naar Israël te komen om de prestigieuze Genesisprijs in ontvangst te nemen: „Omdat ik geef om Israël moet ik opstaan tegen geweld, corruptie, ongelijkheid en machtsmisbruik”.

Nee. Europa is van goede wil, maar gezien de stemming in Israël en de internationale constellatie is daarop weinig kans. Het is allemaal de schuld van Hamas, aldus Israëlische leiders. Minister van Defensie Lieberman legde uit dat er „geen onschuldige mensen zijn in Gaza”; „ze zijn allemaal verbonden met Hamas”. De Arabische wereld is niet geïnteresseerd, en Trump evenmin. De Gazanen moeten maar zien te overleven in een onleefbaar gebied.

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.