Commentaar

Het zekeren van onze herwonnen voorspoed heeft nu prioriteit

Het gaat zeer goed met de wereldeconomie, maar voor hoe lang nog? Zo was de sfeer samen te vatten op de voorjaarsvergaderingen van het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank. Het IMF schroefde voor de derde achtereenvolgende maal zijn prognoses voor het mondiale bruto binnenlands product op. De aandelenmarkten zitten, na een korte siddering in februari, weer in de lift. De werkloosheid daalt vrijwel overal.

En toch is er sprake van wat ‘conjunctureel wantrouwen’ mag worden genoemd: het idee dat deze hoogconjunctuur zal eindigen in tranen, net als die in 2008. Het vermoeden dat er een addertje onder het gras zit, dat de voorspoed kunstmatig is opgewekt.

Daar zit wel wat in: het monetair beleid van de centrale banken is nog steeds zeer ruimhartig. In de eurozone zal het nog een jaar duren voordat, misschien, de rente weer wordt opgeschroefd. Er is de erfenis van jaren van uitbundige geldcreatie die nodig werd geacht om een herhaling van de jaren dertig te voorkomen. Dat laatste lijkt gelukt, maar wel ten koste van een mondiale schuldenberg die record na record breekt. De laatste stand: 225 procent van het mondiale bruto binnenlands product.

Beleggersgeld op zoek naar de laatste drup rendement heeft de koersen van, ook wrakke, leningen opgedreven. Bedrijven die hadden moeten sneuvelen, bestaan nog. De leningen die zij afsloten liggen als dood gewicht op de balans van hun bank. Huizenprijzen gaan vrijwel overal door het dak in de grote steden, mede opgedreven door internationale beleggers.

Er valt, kortom, een boel te repareren, bij te stellen en te zekeren. Want hoe stevig het herstel ook mag overkomen, de fundamenten zijn fragiel. Daarom is het zo onfortuinlijk dat de regering-Trump juist dezer maanden zo wild om zich heen slaat waar het de internationale vrijhandel betreft, en dan vooral Amerika’s gepercipieerde nadelen daarvan.

De pijlen van het Witte Huis richten zich daarbij met name op China. Maar ook de Europese en Aziatische bondgenoten worden niet gespaard, in een kennelijke poging hen te bewegen zich achter het Amerikaanse standpunt te scharen.

China gaat zeker niet vrijuit. De bescherming van intellectueel eigendom is nog steeds gebrekkig. Buitenlandse bedrijven lijken geen gelijke kansen te krijgen als hun concurrenten op de Chinese thuismarkt. Veel formele en informele regels en gewoontes schermen China nog steeds af van de vrije wereldmarkt waar het zich begin deze eeuw bij toetreding tot de wereldhandelsorganisatie WTO toe had bekeerd.

Overleg is daar de oplossing voor. Dat geldt ook voor het verminderen van de schulden, het coördineren van de normalisering van het wereldwijde monetaire beleid en het zekeren van de financiële sector. Het zijn alle onderwerpen die moeten worden geadresseerd. Deze hoogconjunctuur is daar de gelegenheid bij uitstek voor. En succes op dit front kan helpen de huidige periode van voorspoed zeker te stellen en te verlengen.

Daarbij is geen plaats voor conflict. Dat wordt lastig, nu de VS en China steeds dieper verwikkeld lijken in een wedijver om mondiale invloed. Maar de zittende macht en de opkomende macht hebben zelf baat bij een geleidelijke herschikking. Economie gaat om vreedzame concurrentie. Handelsconflicten mogen geen voortzetting zijn van diplomatie met andere middelen. Dialoog is en blijft geboden. Dat is geen teken van zwakte, maar van kracht.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.