Column

Goede bedoelingen, verkeerde beslissingen in adoptiedrama

Zap Kinderhandel, zwakke plekken in het adoptiesysteem en de druk van dat alles op ouders: de makers van de korte dramaserie Exportbaby (KRO-NCRV) willen veel tegelijk. Des te knapper is het dat ze daar zo goed in slagen.

Rifka Lodeizen in dramaserie Exportbaby (KRO-NCRV)

Adoptie-enthousiasme heeft op de Nederlandse televisie allang plaatsgemaakt voor adoptiescepsis. Programma’s als Spoorloos en het dit jaar begonnen Eindelijk thuis ontlenen er deels hun bestaansrecht aan: het inzicht dat een adoptie nooit ‘af’ is – niet voor het opgroeiende kind, niet voor de adoptieouders en vaak ook niet voor de ouders die het hebben afgestaan.

Afgaande op alle reizen naar landen van herkomst zou je je bijna afvragen of er wel geadopteerde kinderen bestaan die schouderophalend aan hun afkomst voorbij gaan en die naadloos als alle andere kinderen in hun omgeving opgaan.

De veertienjarige Zawadi is zo’n kind. Ze is op haar derde geadopteerd in Oeganda en woont ruim tien jaar met het hotelhoudersechtpaar Paul en Hanna in een Nederlands dorp. Ze heeft een beugel, is verliefd op een jongen van een jaar ouder die haar op een schoolfeest aan de wodka brengt. Als op haar verjaardag de homevideo’s van haar adoptie op een diascherm worden geprojecteerd heeft zij meer aandacht voor haar smartphone. Wanneer haar beste vriendin haar vraagt hoe ze heeft ontdekt dat ze geadopteerd is, antwoordt ze dat ze toch een andere kleur heeft. Het vriendinnetje: „O ja, dat vergeet ik altijd.”

Zwakke plekken in adoptiesysteem

Een modeladoptie? Er is een probleem: Zawadi is verzonnen. Bovendien wordt de harmonie waarin ze opgroeit ruw verstoord wanneer haar moeder Hanna een Amerikaanse documentaire over kinderhandel ziet waarin een hoofdrol is weggelegd voor precies het weeshuis waar Zawadi vandaan komt. Daar wil Hanna meer van weten en dat verlangen zal heel veel overhoop halen.

De makers van de korte dramaserie Exportbaby (KRO-NCRV) hebben zich nogal wat doelen gesteld: zwakke plekken in het adoptiesysteem laten zien, waarschuwen voor kinderhandel, een beeld geven van de manier waarop ouders onder druk worden gezet om hun kinderen af te staan. Regisseur Rita Horst liet zich onder meer adviseren door de organisatie Against Child Trafficking.

Zulke ethische doelstellingen kunnen in een vloek en een zucht een draak van een dramaserie opleveren. Des te knapper is het dat het vierdelige Exportbaby zo goed is geslaagd. Dat zit vooral in de aandacht waarmee het Nederlandse adoptiepaar (ijzersterk gespeeld door Rifka Lodeizen en Stefan de Walle) wordt geportretteerd. Hij is de man die, nu hun dochter wat ouder wordt, met kleine stapjes vooruit wil in de wereld. Hij droomt van een verbouwing van hun aftandse hotel/partycentrum. De groepen bejaarden die er komen lunchen zet hij alvast cordon bleu zonder korstje voor. Dan komt de smaak veel beter tot zijn recht. (Spoiler: ze lusten het niet.)

Ernstige misstanden

Over de adoptie wil hij het niet meer hebben en zaterdag, in de derde aflevering, bleek waarom: hij is tien jaar geleden over de schreef gegaan. De dreigende kinderloosheid duwde Hanna een ravijn van depressies in en Paul zag maar één uitweg. Inmiddels is Hanna de sterkste van de twee. Ze trekt naar Oeganda om uit te zoeken waar Zawadi precies vandaan komt, waarbij ze de vasthoudendheid en inventiviteit van een bevlogen onderzoeksjournalist aan de dag legt.

Exportbaby maakt inzichtelijk en invoelbaar hoe de heftigheid van ‘onze’ kinderwens in combinatie met de enorme welvaartsverschillen in de wereld tot ernstige misstanden kan leiden – hoe mensen met louter goede bedoelingen toch de verkeerde beslissingen kunnen nemen. En dat het mogelijk is om ‘ethisch’ televisiedrama te maken dat van het begin tot het einde boeit.

Correctie: in een eerdere versie van dit stuk werd het 14-jarige kind in het drama Zanawi genoemd, maar het kind heet Zawadi. Dit is aangepast.