De Dordtse moskee kreeg 88.888 dollar uit Saoedi-Arabië

Buitenlandse financiering moskeeën Koeweit en Saoedi-Arabië subsidiëren talrijke moskeeën in Nederland. Hoe groot is hun invloed?

De Al Fath-moskee in Dordrecht, na het vrijdagmiddaggebed. Toen door geldgebrek de nieuwbouw van het gebedshuis in de knel kwam, wendde het bestuur zich tot de Saoedische ambassade. Foto Merlin Daleman

Een tabel van terrorismecoördinator NCTV brengt een schok teweeg binnen de overheid. De dienst informeerde gemeenten vorig jaar over de explosieve groei van het salafisme, de fundamentalistische islam. Uit die vertrouwelijke cijfers blijkt dat het aantal Nederlandse moskeeën en imams van salafistische signatuur de afgelopen vier jaar is verdubbeld.

Voor de groei van het salafisme zijn veel verklaringen. Zeker is dat een van de oorzaken in het buitenland ligt: de oerconservatieve olielanden Saoedi-Arabië, Qatar en Koeweit subsidiëren talrijke moskeeën in Nederland.

‘Salafisme’ is een verzamelnaam voor moslims die streven naar strikte naleving van de islamitische regels uit de tijd van hun profeet Mohammed, 15 eeuwen geleden. De stroming is onverdraagzaam tegenover iedereen die niet zo ‘puur’ in de leer is als zijzelf. Democratie wordt door de meeste salafisten verworpen: niet de wetten van de mens, maar de goddelijke wetten dienen te worden gevolgd. Dit soort leerstellingen kunnen volgens inlichtingendienst AIVD een voedingsbodem zijn voor radicalisering.

Zendingsdrang

De bakermat van het salafisme is Saoedi-Arabië, dat vanaf de jaren zeventig begint met de internationale verspreiding van het gedachtengoed. Het land van de heilige steden Mekka en Medina ziet zichzelf als hoeder van de islam en heeft een enorme zendingsdrang, zegt Paul Aarts, Midden-Oostendeskundige aan de Universiteit van Amsterdam. „Sindsdien zijn er miljoenen euro’s, sommigen zeggen zelfs miljarden, gestoken in de export van het salafistische gedachtengoed over de hele wereld”, aldus Aarts. „In de eerste plaats ging het geld naar landen waar moslims in de meerderheid zijn. Dat heeft zich uitgebreid naar landen waar moslimminderheden leven – ook Nederland.”

Die verspreiding gebeurt door imams op te leiden, die met Saoedisch geld moskeeën oprichten en daar uit Saoedische boeken onderwijzen. De inlichtingendienst signaleert vanaf de jaren negentig dat fundamentalistische moskeeën in Nederland worden ondersteund vanuit Saoedi-Arabië, later ook vanuit Qatar en Koeweit. Over de omvang van de steun is niets bekend. De Tweede Kamer vraagt al sinds 2004 om meer transparantie: om welke moskeeën gaat het, hoeveel geld is ermee gemoeid?

Diplomatieke relaties

Na de uitreisgolf van jihadgangers in 2013 neemt de druk uit de Kamer toe. Het kabinet laat onderzoek doen door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC). Dat concludeert in 2015 dat het onmogelijk is de omvang van buitenlandse financiering in te schatten. Kamerleden reageren verbolgen op deze „rare” conclusie.

Wat de Kamer dan niet weet, is dat het WODC onderzoek moest doen met een blinddoek voor. Buitenlandse Zaken beschikt namelijk al over informatie over moskeefinanciering. Het ministerie wordt sinds 2010 door Saoedi-Arabië, en vanaf 2013 ook door Koeweit, vertrouwelijk geïnformeerd over welke Nederlandse moskeeën in die twee landen geld aanvragen.

Buitenlandse Zaken doet er echter alles aan om te voorkomen dat de informatie bij de onderzoekers van het WODC belandt. Hoewel een woordvoerder van het ministerie zegt dat de onderzoekers inzage kregen in de vertrouwelijke informatie, zegt onderzoeksleider Stijn Hoorens dat hiervan geen sprake was. „Wij hebben nooit iets van het ministerie gekregen”, laat hij weten.

Daarna probeert Hoorens op een andere manier de gegevens over financiering te achterhalen. Hij wil aan liefdadigheidsorganisaties en overheden in de Golfregio vragen of zij moskeeën in Nederland financieren. Maar Buitenlandse Zaken geeft hem te verstaan dat hij dit „beter niet kan doen”, zegt Hoorens. In plaats daarvan mag hij per e-mail een paar vragen stellen aan Nederlandse ambassades in die landen. Die beantwoorden zijn vragen echter ook niet, wat leidt tot de onbevredigende conclusie van zijn rapport. Het ministerie van Buitenlandse Zaken erkent dat het de onderzoeker adviseerde niet met Golflanden te gaan praten, „omdat dit op dat moment de relatie met de landen niet ten goede zou komen”.

Er zit altijd een prijskaartje aan een donatie

Mohamed Ajouaou islamitisch theoloog

Hoorens is „verbaasd” als hij nu hoort wat voor informatie Buitenlandse Zaken precies heeft. Met de vertrouwelijke informatie uit de Golfregio had de conclusie van zijn onderzoek er anders uitgezien: het was wel degelijk mogelijk geweest te schatten wat er minimaal aan buitenlands geld voor moskeeën binnenkomt.

De informatie waarover het ministerie beschikt, betreft drie lijsten: één uit Saoedi-Arabië, twee uit Koeweit. De Saoedische lijst vermeldt achttien organisaties die op de nominatie staan voor financiering. Van één moskee op die lijst, in Dordrecht, weet Buitenlandse Zaken dat er 88.888 dollar aan uitgekeerd is. De informatie uit Koeweit bestaat uit één lijst met financieringsverzoeken uit Nederland, en een tweede met uitgekeerde bedragen van samen bijna 6 miljoen euro.

Op de drie lijsten samen gaat het om dertig organisaties. Aangevuld met al bekende andere namen uit rapporten van onder meer inlichtingendienst AIVD, blijkt dat van de circa 450 islamitische organisaties in Nederland bijna 10 procent contact heeft met landen uit de Golfregio over financiering, of daadwerkelijk vanuit die landen is gefinancierd.

De lijsten leggen niet alle financieringsstromen bloot. Zo weten NRC en Nieuwsuur een geldstroom van Koeweit naar een Nederlandse moskee te achterhalen die ontbreekt op de lijst die Koeweit heeft verstrekt. Sommige geldschieters doen donaties via persoonlijke netwerken, waardoor de overheid er geen zicht op heeft. Bovendien ontbreekt informatie uit Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten, twee andere voorname geldschieters.

Midden-Oostendeskundige Aarts juicht het toe dat details over financiering nu in de openbaarheid zijn gebracht. Ook Mohamed Ajouaou, islamitisch theoloog aan de Vrije Universiteit, is voor openbaarheid van grote buitenlandse giften. Omdat met deze donaties vaak invloed meekomt, verklaart hij. „Er zit altijd een prijskaartje aan, je moet er altijd iets voor terugdoen. Een podium geven aan hun predikers, bijvoorbeeld, of hun leer gaan verkondigen. Dat is de prijs die je betaalt.”

Moslimbroederschap

NRC en Nieuwsuur onderzochten de moskeeën die voorkomen op de lijsten. Staan ze onder invloed van organisaties uit het buitenland? Het Sociaal Cultureel Centrum in Den Haag ontvangt van alle moskeeën op de lijst het meeste geld, uit Koeweit. Bij elkaar gaat het om zo’n anderhalf miljoen euro, bevestigt het bestuur van dit centrum. Het grootste deel komt van de Social Reform Society, een organisatie verbonden aan de Moslimbroederschap, een politieke islamitische beweging. Met het geld koopt het bestuur onder andere een voormalig ziekenhuis in Den Haag, waar kinderen bijles en koranles krijgen. Hoewel het centrum stelt dat er geen bemoeienis is uit Koeweit, worden op evenementen topmannen van de Koeweitse geldschieter gesignaleerd, blijkt onder meer uit foto’s op de eigen website.

Een ander voorbeeld is de Al Fath-moskee in Dordrecht, die bij de gemeente bekendstaat als een gematigd gebedshuis. Maar als het geld tijdens de bouw van een nieuwe moskee opraakt, wendt het bestuur zich tot de ambassade van Saoedi-Arabië. Het land is bereid de tekorten aan te vullen. Er volgt een donatie van 88.888 dollar. Dit wordt aan het ministerie van Buitenlandse Zaken medegedeeld. Volgens oud-bestuursleden wordt hetzelfde bedrag daarna nog twee keer overgemaakt. Dit wordt niet gemeld. Hiermee kan de moskee worden afgebouwd.

Daags na de opening in 2017 duiken salafistische predikers op in Dordrecht. Een van hen is de Saoediër Ahmed Al-Zaraa. Hij komt naar Dordrecht om vrouwen te waarschuwen dat zij in de hel zullen branden als hun kleding niet genoeg bedekt. En dat ze naar hun man moeten luisteren. „De vrouw moet weten dat, zodra ze getrouwd is, haar plicht om haar ouders te gehoorzamen overgaat naar de man”, aldus de Saoediër tijdens een preek.

Een andere imam die in Dordrecht komt preken, is Abdelhamid Ain el Hayaat. Hij treedt ook op als bemiddelaar in een ruzie in de moskee over financiën. De imam is vaker opgedoken in moskeeën die Saoedische steun ontvangen. Zo was hij verbonden aan een Saoedische missie-organisatie uit Eindhoven, de stichting Waqf. In Spanje ziet de geheime dienst hem als tussenpersoon voor het aantrekken van Saoedische fondsen, berichtten Spaanse media. Ain el Hayaat raakte eerder in opspraak doordat hij in een preek in Helmond fel van leer trok tegen democratie. „Wij geloven niet in wetten die door politici zijn gemaakt, wij geloven in de sharia, de wetten van Allah”, zei hij daar later over.

In nog een preek in Dordrecht gaat de Saoediër Al-Zaraa een stapje verder. Hij smeekt Allah de overwinning te schenken aan de moedjahedien [strijders] in „Syrië, Palestina, Jemen en Irak”. Al-Zaraa: „Allah, geef de overwinning aan onze broeders in Shaam [de regio Syrië]. Bescherm hun levens. Allah, geef ze de overwinning op hun vijanden die ook uw vijanden zijn. Geef de overwinning aan de moedjahedien in Palestina. Ook de moedjahedien in Irak.”

Steunbetuiging aan jihadisten

Dergelijke smeekbeden zijn in Saoedi-Arabië niet ongewoon, maar in de Nederlandse context ligt dat anders. De impliciete boodschap van de preek is dat de jihadstrijd in Syrië en Irak legitiem is, zegt Bart Schuurman, terrorismedeskundige aan de Universiteit Leiden. „Hoewel de imam niet zegt op welke moedjahedien hij precies doelt, mogen we aannemen dat hij verwijst naar de religieuze groeperingen die daar strijden. Toehoorders kunnen dit opvatten als een steunbetuiging aan de jihadistische strijd die daar bijvoorbeeld wordt gevoerd door IS of Al-Qaeda.”

Lang niet in alle moskeeën op de lijsten duiken buitenlandse imams op met radicale preken. Er staan ook heel wat gematigde moskeeën op. De Raad van Marokkaanse Moskeeën, waarbij zeventig moskeeën zijn aangesloten, roept wel alle moskeeën op waakzaam te zijn bij het aannemen van buitenlands geld. „Let daar alsjeblieft mee op, want je weet niet altijd wat je daarmee aan voorwaarden binnenhaalt”, zegt Saïd Bouharrou, woordvoerder van de koepelorganisatie.

Met name de buitenlandse steun aan salafistische organisaties is volgens Aarts reden tot zorg: ze zijn onverdraagzaam tegenover iedereen die niet de pure islam aanhangt. Als dat gedachtengoed zich verspreidt onder moslims buiten het Midden-Oosten, zegt Aarts, bijvoorbeeld in Nederland of in West-Europa, ontstaat „een kloof” tussen bevolkingsgroepen.

De vraag is of de Nederlandse overheid verspreiding van salafistisch gedachtengoed kan voorkomen. Het is een dilemma: verbieden van financiering zou indruisen tegen de vrijheid van godsdienst. Maar landen die hier gebruik van maken, zoals Saoedi-Arabië, kennen zelf géén vrijheid van godsdienst. Aarts: „Terwijl Saoedi-Arabië hier vrijelijk zijn geld uitstrooit onder Nederlandse moslims, is daar het jodendom of christendom gewoon verboden.”

De geldstromen komen de integratie van moslims in Nederland niet ten goede, vreest VU-theoloog Ajouaou. „Moskeeën denken vaak dat een buitenlandse donatie goedkoop is: ze hoeven zelf immers geen geld meer in te zamelen. Maar wat is de prijs die je betaalt? Wat als je daarmee een islam binnenhaalt die intolerant is, die je zelf ook niet wil? Dan verkoop je eigenlijk je geweten.”

Vorm Koen Smeets.

Correctie (23 april 2018): eerder stond de naam van Mohamed Ajouaou abusievelijk als Mohammed Ajouaou gespeld, dit is gecorrigeerd.

    • Andreas Kouwenhoven
    • Milena Holdert