Armeense kinderen mogen niet in Nederland blijven

Volgens de bestuursrechter was de beslissing terecht om twee Armeense kinderen geen verblijfsvergunning verlenen terecht.

Kinderen demonstreren in augustus 2017 op het Binnenhof tegen uitzetting van twee Armeense klasgenoten die dreigen uitgezet te worden. Foto Jerry Lampen/ANP

De beslissing om de twee Armeense kinderen Lily en Howick geen verblijfsvergunning te verlenen, was terecht. Dat heeft de bestuursrechter in Utrecht maandag besloten. De kinderen mogen dus niet in Nederland blijven. Ook de uitzetting van de moeder in augustus was terecht.

Klaas Dijkhoff wees vorig jaar als staatssecretaris van Veiligheid en Justitie de aanvraag voor een verblijfsvergunning af. De moeder spande toen een spoedprocedure aan om uitzetting te voorkomen. De bestuursrechter besloot in augustus dat het gezin mocht worden uitgezet. Alleen de moeder is toen op het vliegtuig gezet omdat haar kinderen waren ondergedoken om uitzetting te voorkomen.

De uitzetting van het gezin leidde vorig jaar tot veel protest: Nu nog op basisschool ’t Anker, maar straks wonen ze in Armenië

De moeder spande vervolgens een tweede procedure aan in de hoop dat de kinderen alsnog een verblijfsvergunning zouden krijgen. Volgens haar was het namelijk niet zeker dat de kinderen in Armenië bij haar konden opgroeien. Ze verwees naar de Raad van de Kinderbescherming die het “zeer schadelijk en zorgelijk” noemde als de kinderen in Armenië in een pleeggezin of tehuis zouden worden geplaatst. De Raad verwacht echter dat de moeder “binnen een aanvaardbare termijn” de opvoeding van de kinderen op zich kan nemen. Daarom mogen de kinderen alsnog worden uitgezet.

Het gezin woonde al negen jaar in Nederland en wilde graag blijven. De kinderen waren nog nooit in Armenië geweest. De uitzetting leidde tot veel protest. Zo trokken honderden mensen, onder wie klasgenootjes van de kinderen, vorig jaar naar het Binnenhof om hun onvrede kenbaar te maken.

    • Belia Heilbron