Recensie

Was die cover nou racistisch?

Theater Alle discussies rond identiteit en privilege worden dunnetjes overgedaan in de nieuwe voorstelling van Wunderbaum.

Het lijkt een hachelijke onderneming om een voorstelling over wit privilege te maken zonder daarin personages (en daarmee acteurs) van kleur te verwerken. Het interessante van de nieuwe voorstelling van acteursgroep Wunderbaum is echter dat het de afwezigheid van niet-witte stemmen aangrijpt om een vernietigend oordeel over de zelfgenoegzaamheid van de witte hoofdpersonages te vellen.

In Daar gaan we weer (White Male Privilege) zit de redactie van een links-progressief tijdschrift te wachten op een telefoontje van hun Amerikaanse baas. Ze hebben namelijk in het kader van ‘black appreciation week’ een nogal problematische cover gepubliceerd en beraadslagen over hoe ze op de ophef moeten reageren. Ton (Matijs Jansen) vindt alle ophef maar onzin en verzet zich tegen de ‘overgevoeligheid’ van de criticasters. Inge (Wine Dierickx) is juist doordrongen van het belang van de anti-racistische strijd, en Leslie (een prachtige, kwetsbare rol van Maartje Remmers) probeert het ‘redelijke midden’ tussen de twee kemphanen te bepleiten.

Een rond speelvlak in een leegstand kantoorpand vormt de arena voor dit gesprek, waarin zo’n beetje alle hedendaagse discussies rond identiteit en privilege dunnetjes worden overgedaan. Jansen weet het bloed onder je nagels vandaan te halen als het soort man dat zich bij iedere kritiek op zijn daden of uitspraken meteen de slachtofferrol aanmeet. Het is dan ook een verademing als Ton even niet aan het woord is, en de minder activistische Leslie in een onderonsje aan Inge toevertrouwt dat ‘het zo weinig zin heeft om te proberen die gast iets bij te brengen.’

Dit relativerende standpunt wordt in de voorstelling steeds verder uitgewerkt. Eerst door middel van de uitfoetering die de Nederlanders van hun Amerikaanse baas ontvangen, waarmee Wunderbaum de vloer aanveegt met de morele superioriteit die veel Europeanen tegenover de VS voelen, en ten slotte met het plots zeer theatrale einde. In een sequentie waarin de spelers tot apen devolueren worden de voorgaande anderhalf uur oeverloze discussie tot voetnoot in de geschiedenis gedegradeerd. De prikkelende poëtische slottekst is zo’n sterk staaltje cultuurrelativisme dat het aan de ene kant een satire lijkt op de apocalyptische visioenen van de ondergang van het Westen, en aan de andere kant een bevrijdende werking heeft ten opzichte van de verbetenheid waarmee de culture wars worden uitgevochten. Het is een provocatieve ontknoping voor dit interessante ideeënstuk.

    • Marijn Lems