Recensie

Poolse Romeo met Friese Julia in een tomatenkas

Theater Oost-Europese migranten krijgen niet zo vaak een plek in Nederlandse theaterstukken. Orkater speelt nu Lost in the greenhouse, een liefdesdrama over een Poolse arbeider en een Nederlandse vrouw.

Hoofdrolspelers Peter Jakubow en Maartje van de Wetering in Lost in the Greenhouse. Foto Ben van Duin

De paprika wordt bezongen, de komkommer toegesproken. We zitten in een grote glazen kas in Sexbierum, waar Orkater de muziektheatervoorstelling Lost in the greenhouse speelt, een voorstelling die is gemaakt in het kader van Leeuwarden-Fryslân Culturele Hoofdstad van Europa. Aan de rijen planten hangen groene, nog onrijpe tomaten, maar vleugjes van de intense geur van de plant drijven richting tribune en verhogen de bijzondere sfeer op deze landelijke locatie.

De bazen in deze kas zijn Hollanders, de arbeiders komen uit Oost-Europa, vooral Polen. Tussen Klaske, de dochter van de baas, en de Poolse nieuwkomer Wojtek, bloeit voorzichtig liefde op. Het is een schetsmatig, uit natte klei opgetrokken plotje, met een Poolse Romeo en een Friese Julia.

Lost in the Greenhouse stipt ook de malheur aan die de Polen uit hun land verdrijft: 20.000 werklozen, 97 vacatures. De Poolse grafisch ontwerper en de Poolse dierenarts plukken nu paprika’s. Het is mooi dat de Oost-Europese migranten een serieuze plek krijgen in het Nederlands theater. Hun worsteling komt in deze voorstelling overeen met die van niet-westerse migranten, waar meer theater over is: ondergewaardeerd zijn, geen band met de Hollanders hebben, de taal niet spreken, nog vastzitten aan het moederland.

De teaser van Lost in the greenhouse.

De scènes in het door Titus Tiel Groenestege en Geert Lageveen geschreven script worden door een band van muziek voorzien en zijn door Groenestege, die ook de regie doet, aantrekkelijk snel gemonteerd. Het tempo zit er goed in, met vurig spel van de acteurs en muziek die de voorstelling een filmische kwaliteit geeft. Maar de makers willen veel tegelijk. De combinatie van meerdere verhaallijnen, de ambitie om maatschappelijke achtergronden te geven en een hoofdrol voor muziek maakt de scènes te kortademig om diep te graven. De tragiek en de lach komen vooral los bij vader Leopold Witte en dochter Maartje van de Wetering, die allebei op een onhandig-stugge (Friese?) manier hun gevoelens tot uiting laten komen.

Gedurfd is de inzet van Poolse acteurs. In het eerste deel van de voorstelling is Pools de voertaal. Dat de dialogen maar fragmentarisch vertaald doorkomen op de schermen zorgt wel voor een wat stroeve aanloop. Gelukkig leert Wojtek (een gedreven Peter Jakubow) Nederlands om met zijn Klaske te kunnen praten. Intrigerend is Redbad Klijnstra als de Pool Pawel, die verbergt dat hij al tien jaar Nederlands spreekt. ‘Blijf droevig, dan hou je het hier wel vol’, zegt hij tegen Wojtek. Zijn melancholie blijft helaas van onbestemde aard.

Want de Polen zingen, het vriendje van Klaske speelt gitaar en de harmonie van Franeker doet ook mee: het is voortdurend feest in de kas, met uitgebreide groepsdansen. Wat Lost in de Greenhouse ontbeert aan theatrale gelaagdheid, compenseert het met energie en vrolijkheid. Het gemeenschapsgevoel dat de voorstelling hierbij uitdraagt, is van grote waarde.

    • Ron Rijghard