Profiel

Bart Nijman

Bart Nijman van GeenStijl viert zijn cynisme het liefst bot achter z'n laptop

Bart Nijman van GeenStijl hekelt ‘ijdele mannetjes’. Nu is hij het gezicht geworden van de campagne voor een referendum over de Donorwet.

Bart Nijman vergelijkt zichzelf graag met één van zijn honden. Een defensief beestje uit het asiel. Eentje die al op voorhand begint te blaffen. ‘Terrorpluis’, noemt hij de mokkakleurige shiba met de spitse kop. Ook met Smuk – alias The Furry Tractor – pronkt Nijman op Twitter. Het is een akita, ook een Japans ras. Door de rashondenvereniging wordt dit type „onverstoorbaar” en „zelfstandig” genoemd. „Niet voor iedereen de ideale gezinshond.”

In een felblauwe Ford Mustang reed Nijman op 13 april naar de kiesraad in Heerlen. Achterin: 35.000 handtekeningen. Ingezameld voor een referendum over de nieuwe Donorwet. Een „horse race” tegen de senaat in een „pony car”, verklaart hij in een filmpje. Nijman is het gezicht van ‘Hart voor Democratie’, de nieuwste campagne van GeenPeil, dat in 2015 bekend werd met het Oekraïne-referendum en in 2017 zonder succes meedeed aan de verkiezingen. Wat vindt Nijman eigenlijk van de Donorwet, wil presentator Tom Staal weten als ze samen naar de kiesraad rijden. Nijman: „Doet niet ter zake in deze.”

Ook in talkshow Pauw was een week eerder een bedachtzame Nijman aangeschoven. In de auberginekleurige capuchontrui waarin je hem kunt uittekenen op de dagen dat hij geen houthakkersoverhemd draagt. In neutrale bewoordingen vertelde hij over zijn initiatief. De Donorwet was in de Eerste en Tweede Kamer door een kiertje geglipt, „zonder dat wij allemaal zelf iets over dit ingrijpende wetsvoorstel te zeggen hebben”. Het is dé kans op een „constructief referendum”, aldus Nijman. Als Jeroen Pauw suggereert dat het D66 pesten is, lacht hij alleen.

Nijmans optreden oogst verwondering én kritiek. Nijman, adjunct-hoofdredacteur van GeenStijl, is onder zijn pseudoniem Van Rossem een uitgesproken tegenstander van de nieuwe Donorwet. In februari nog noemde hij de wet „doodeng”, in een eerdere post „doodziek”. Voorstanders zijn „orgaangraaiers”, en initiatiefnemer Pia Dijkstra? Die „wil al uw organen roven”.

Bart Nijman groeit op in Roosendaal, in een modaal rijtjeshuis met voor- en achtertuin. Zijn moeder is lerares Engels, zijn vader ambtenaar bij de sociale dienst. Hij doet vwo op het katholieke Norbertuscollege en werkt als taxichauffeur voor familiebedrijf De Groen.

In de taxi komt Nijman in aanraking met mensen en problemen die in zijn wereld niet voorkwamen, vertelde hij onlangs in Nieuwe Revu. „Het is niet alleen kroegjes leegrijden, maar ook bejaarden, moeilijk opvoedbare kinderen... Alle rangen en standen stappen in. In die tijd ben ik de samenleving echt als een puzzel gaan zien.”

Hij volgt een master American Studies aan de Universiteit Utrecht. Hoofddocent Jaap Verheul noemt hem een „onopvallende, brave student”. Er was volgens Verheul van oudsher een grote groep studenten die „de multiculturele agenda” aanhing. „Zij wilden debatten houden over post-kolonalisme en over identiteitspolitiek, er was veel aandacht voor diversiteit.” Maar in de tijd dat Nijman studeerde, vonden steeds meer mensen dat irrelevant. „Er zijn studenten weggelopen die militaire geschiedenis gingen doen omdat ze er klaar mee waren.” Of Nijman bij die tegenbeweging hoorde, weet Verheul niet. In 2011 studeert hij af met een portfolio onder de titel ‘Hate to love, love to hate’.

Cynische blik op de wereld

Al tijdens zijn studie klust hij bij als freelancer voor onder meer muziekwebsites, recenseert hij winkels die audioapparatuur verkopen en houdt hij ‘Bartsblog’ bij. Ondertitel: ‘I hated smoking until I saw my first no smoking sign.’ Muziek is belangrijk voor Nijman, hij luistert vooral naar rock.

Aan The Wall van Pink Floyd ontleent hij zelfs zijn wereldbeeld: „Dat album bevat zo’n beetje precies mijn eigen cynische blik op de wereld dus ik haal er zelf veel boodschap uit”, twittert hij in 2011. Achter dat album gaan „grootse ideeën over de wereld schuil”, schrijft hij op The Post Online, zoals controle door overheden en slaafsheid van de massa.

Nijman vindt het verfrissend dat het geen intieme liedjes zijn, maar dat bassist Roger Waters „met grof geweld en groots opgezet spektakel vol op het orgel gaat”. Volgens een oud-collega heeft Nijman een tattoo van twee hamertjes – het logo van The Wall – op de binnenkant van zijn arm.

Het is in die periode, zegt oud-collega Oscar van der Horst, dat Nijman zich zichtbaarder gaat verzetten tegen bemoeienis van bovenaf. Samen met Nijman was hij van 2008 tot eind 2010 eindredacteur bij het inmiddels opgeheven huis-aan-huisblad Ons Utrecht. Op de redactie werd veel muziek geluisterd, in het begin nog gerookt en „keihard gewerkt”. „We hadden een eigenzinnige krant, echt een familiebedrijfje.”

Nadat die krant in 2008 werd overgenomen door de Telegraaf Media Groep, ontstond er volgens Van der Horst „oorlog” tussen het kantoor in Utrecht en dat in Amsterdam. „Van vijftig kilometer verderop gingen ze bepalen wat we moesten doen. Vooral Bart is er bikkelhard tegenin gegaan.”

„De eigenaars waren heel erg van de regeltjes. Dat is niets voor Bart.” Die spanning had hij nodig, zegt Van der Horst. „Dan raakt hij getergd, dat maakt hem scherp.”

Met een lange brief vol sneren aan de uitgever heeft Nijman uiteindelijk zijn onvrede geuit, zegt Van der Horst. Ondertekend met ‘Bart Nijman, MA’. „Even laten blijken wie de hoogst opgeleide is.” Nijman vraagt om zijn naam uit het colofon te halen en gaat op zoek naar een nieuwe baan.

In 2011 raakt hij onder de pannen bij GeenStijl. Van der Horst: „Aan zijn stukken kon ik zien: alle remmen zijn nu los.” Op GeenStijl eigent Nijman zich al snel een portefeuille toe. Hij schrijft – als Van Rossem – veel over politiek. Hij is tegenstander van overheidsbemoeienis, wantrouwt traditionele media en is uitgesproken islamcriticus. De islam is „the biggest enemy within us”. Hij ziet een „cordon sanitaire” – gevaren worden ontkend en genegeerd. Nijman kijkt alle IS-propaganda.

Van Rossem wordt door de achterban van GeenStijl op handen gedragen. Al vindt een enkeling zijn stukjes soms wat doorwrocht („Volgende keer iets meer à la Janneke en Jip graag”), of te lang.

Wat (oud-)collega’s van hem vinden, weet vrijwel niemand. Daar praten ze niet over. Annabel Nanninga sms’t, net als anderen: „Ik verwijs je graag naar the first rule of Fight Club”. In de gelijknamige film over een vechtclub is de eerste regel: „Je praat niet over Fight Club.”

Rob Goossens, die voor weblog Das Kapital werkte, vertelt dat de twee redacties een koelkast deelden. „Bij GeenStijl zit iedereen de hele dag achter de computer te rammen. Ze komen om negen uur binnen en vertrekken om zeven uur. Alleen maar schrijven, denken, schaven.” Elkaar aanspreken doen ze met hun alias.

Bekenden omschrijven Nijman als een rustige, hardwerkende man. Mensen die hem aanvankelijk alleen online kennen, vinden hem verrassend beheerst in het echt, maar ook rechtlijnig en direct. „Het was voor hem moeilijk om iets met vrouwen te beginnen”, zegt oud-collega Van der Horst over zijn Utrechtse jaren. „Hij had even een meisje, een schat van een kind. Maar zij kon hem niet aan. Hij is heel eerlijk.”

De laatste jaren lijkt Nijman harder geworden, zeggen mensen die hem online volgen. Minder genuanceerd. Op kerstavond 2015 schrijft Nijman dat hij zich in het defensief gedrongen voelt, dat hij er genoeg van heeft om GeenStijl en zijn eigen meningen te moeten rechtvaardigen. „Kanker allemaal maar op.”

‘Zou u haar doen?’

Onder zijn leiding als adjunct-hoofdredacteur raakt het blog meermaals in opspraak. Wanneer ze de plasseksvideo van Patricia Paay verspreiden bijvoorbeeld, en de achternaam en afkomst bekendmaken van de man die in juni vorig jaar een ongeluk veroorzaakte op het Centraal Station in Amsterdam.

Toen de Volkskrant-redacteur Loes Reijmer vorig jaar een column schreef over de ‘seksistische’ cultuur op GeenStijl, plaatste Nijman een foto van Reijmer: ‘Zou u haar doen? Graag alleen antwoorden met seksistische complimentjes’. Een van de honderden reacties: „Met haar armen op haar rug gebonden en een stevig stuk grijze tape over haar mond geplakt zou ik haar zeker doen!” Er werd een pamflet geschreven tegen de seksistische cultuur van GeenStijl, adverteerders trokken zich terug.

Over de bekritiseerde bijdrage toont Nijman geen berouw, hij zou het zo weer doen, zegt hij in Nieuwe Revu. Het is de verantwoordelijkheid van de lezer om de „hyperbolische vorm” van hun artikelen te begrijpen.

Hyperbolisch of niet, Nijmans directheid beperkt zich niet alleen tot zijn redactionele bijdragen. Op Twitter maakte hij zich deze week nog druk over „de hele schurft-Islam”. Mensen aan wie hij zich ergert, krijgen er publiekelijk van langs. En op een vraag van NRC over de beschuldigingen van seksisme mailt hij terug: „Nee, tiefstraal op met je nazikrant, gore NSB’er.”

Wie actie voert, heeft een duidelijke vijand nodig, vindt Nijman zelf. Om die vijand een hak te zetten, wordt ook de achterban ingeschakeld. Beproefd concept op de site is het delen van contactgegevens, reaguurders doen de rest. Wie onderwerp van gesprek is op GeenStijl, kan intimiderende e-mails en tweets verwachten. Nu zetten ze hun reaguurders in om een Donorreferendum af te dwingen. Ze vragen hen om donaties voor de printkosten van de handtekeningen. En werven vrijwilligers voor het Leger des Peils dat onder meer moet gaan flyeren.

Nijman zit het liefst aan zijn laptop gelijmd, zegt hij zelf. Bij de start van GeenPeil vroeg hij collega Rob Goossens het woord te voeren, en toen GeenPeil meedeed aan de Tweede Kamerverkiezingen, stapte Jan Dijkgraaf naar voren. „Hij kon heel slecht tegen mensen die zichzelf belangrijk vinden”, zegt oud-collega Van der Horst. Nadat Thierry Baudet en Jan Roos weggingen bij GeenPeil om politieke partijen te beginnen, haalde Nijman flink naar ze uit in een interview met RTL Nieuws: „Narcisten, egocentrische opportunisten, ijdele mannetjes.”

Nu doet Nijman zelf een stap naar voren, naar eigen zeggen voor de democratie. In de spotlights bij Pauw, van de publieke omroep. Op Twitter postte Nijman dit weekend een linkje naar een interview in BN DeStem. Iemand reageert: ,,Je wordt nog eens beroemd.” Zijn antwoord: „Paar weken afzien, dan wel/geen referendum, en dan razendsnel terug naar de vergetelheid.”

    • Lineke Nieber
    • Kim Bos