Het nieuwe woord in de wereldeconomie: ‘plurilateraal’

IMF en Wereldbank Nu mondiale samenwerking steeds moeilijker wordt, legt het economische overlegcircuit zich neer bij de op één na beste oplossing.

Voorjaarsbijeenkomst van het IMF deze zaterdag in Washington. Foto IMF via EPA

‘Plurilateraal’. Laat het even door de mond spoelen – en raak er maar beter aan gewend. Het is deze term, bedoeld voor samenwerking of afspraken tussen een klein groepje van partijen of landen, die de eerstvolgende jaren de internationale politieke en economische betrekkingen zal domineren. Op de voorjaarsvergaderingen van Internationaal Monetair Fonds en Wereldbank, dit weekeinde in de Amerikaanse hoofdstad Washington, zong het woord plotseling overal rond.

Nu multilaterale overeenkomsten, tussen alle landen, steeds lastiger worden om te sluiten, en bilaterale deals de dreigende fragmentatie in de wereld alleen maar zouden bevestigen, is de liefde voor het plurilateralisme opeens overal. De Wereldhandelsorganisatie WTO, die voortkomt uit alomvattende handelsverdragen, kwam er als eerste mee. Maar dinsdag liet IMF-topeconoom Maurice Obstfeld het woord ook al vallen en daarna was het hek van de dam.

Het gaat uitstekend met de wereldeconomie, stelde het IMF afgelopen dinsdag. Maar de welvaartsgroei wordt nooit meer zo hoog als voor de crisis

Minister Kaag van Ontwikkelingssamenwerking en Buitenlandse Handel bevestigde het opkomende plurilateralisme. Al is zij er, als bewindsvrouw van een land dat van oudsher zeer internationaal denkt, niet blij mee. Maar het is beter dan niets. „Het is een manier om multilateraal te blijven werken, maar nu niet vast te blijven zitten. Je werkt met ‘coalitions of the willing’. Maar het mag zeker geen permanent alternatief worden.”

Meer geld voor de Wereldbank

Toch wist juist de Wereldbank, waar Kaag haar eerste voorjaarsvergadering bijwoonde, een succes te boeken. Daar werd een kapitaalsverhoging met 13 miljard dollar overeengekomen, die de Bank ruimte geeft om 100 miljard extra uit te gaan lenen. Met instemming van de Amerikaanse regering. Dat werd een aantal maanden geleden nog niet voor mogelijk gehouden. Maar het Witte Huis was om.

Toch weten ingewijden de omslag juist niet aan een oplevende Amerikaanse liefde voor de wereldgemeenschap. Integendeel. Aan de overkant van de straat, bij het Internationaal Monetair Fonds diende de Amerikaanse minister van Financiën Steven Mnuchin vrijdag twee eisen in. Als eerste vindt het Witte Huis dat het IMF zich veel intensiever bezig zou moeten houden met de onbalans in het mondiale economische en financiële verkeer. Zo zou moeten worden voorkomen dat landen te grote overschotten op hun handels- en betalingbalans bereiken.

Sterker nog, de minister wil dat het Fonds, net zoals bij financiële stabiliteit en begrotingsbeleid, elk halfjaar een stevig rapport over deze kwestie publiceert. Daarnaast zei Mnuchin dat het IMF strenger moet gaan toezien dat armere landen zich niet te veel in de schulden steken.

Amerikaans-Chinese animositeit

Beide eisen leken vooral gericht op China. Want, zoals een ingewijde constateerde: overal waar de Amerikanen kwamen, leken zij enkel en alleen nog met dat land bezig. De handelsoorlog waar het Witte Huis al meer dan een maand mee dreigt wordt gemotiveerd met het te hoge Chinese overschot. Dat is, in de simpele kijk op internationale handel die de regering-Trump hanteert, oneerlijk.

Er valt veel op af te dingen. Donderdag zei Harvard-econoom Jason Furman, tijdens een sessie bij denktank Peterson Institute, dat de regering-Trump het zelf alleen maar erger maakt. President Trumps belastingplan zorgt ervoor dat de VS nóg minder sparen dan zij al doen, terwijl het de investeringen opjaagt.

Alles bij elkaar zorgt het Witte Huis volgens Furman er zelf voor dat het tekort op de betalingsbalans met 3 procent van het bbp oploopt. Daar komt geen China aan te pas. Dinsdag zei IMF-topeconoom Obstfeld te verwachten dat de Amerikaanse import door het plan-Trump met 150 miljard dollar oploopt.

Lees ook de column van Caroline de Gruyter: Een handelsoorlog kent geen winnaars

Chinese schulden

China speelt ook een rol bij de plotselinge Amerikaanse bezorgdheid over de schulden van arme landen. Met name de Chinese kredieten die in het kader van het Chinese investeringsprogramma ‘One Belt One Road’ worden verstrekt aan de landen langs de nieuwe zijderoute naar Europa, het Midden-Oosten, tot in Afrika toe.

De VS moesten, al onder president Obama, niets hebben van de Aziatische Infrastructurele Investeringsbank (AIIB), die onder Chinese regie mede is gericht op de investeringen die voor de zijderoute nodig zijn. Europese landen sloten zich in 2014, tot Amerikaans afgrijzen, te elfder ure bij aan bij de AIIB. Die overigens een schoolvoorbeeld is van het nieuwe plurilateralisme.

China zelf werd met zijden handschoenen aangepakt in Washington. Christine Lagarde, directeur van het IMF, werd gevraagd of alle alarmbellen die afgingen over de dreigende fragmentatie van de wereldeconomie niet simpelweg te herleiden waren tot het beleid van de regering-Trump. Nee, was haar antwoord. Het rommelt al jaren, „met name op het gebied van de bescherming van intellectueel eigendom en de gelijke kansen van buitenlandse bedrijven”. Het woord China stond in grote letters over deze opmerking heen geschreven, maar het land noemde zij niet bij naam.

De weerzin tegen de regering-Trump is internationaal zo dominant, dat Beijing met veel wegkomt. Want de schuldproblematiek waar het IMF deze week de noodklok over luidde is met name in China brisant.

Jaren van soepel monetair beleid hebben de wereld achtergelaten in een poel van schuld en speculatie. Voorzichtigheid is geboden, stelde het IMF deze week.

Nederland geen doelwit Witte Huis

Zo stond veel in het teken van de Amerikaans-Chinese animositeit. En kon Europa zich er, bij deze titanenbotsing, in verheugen niet langer het internationale probleemgeval te zijn dat het sinds de eurocrisis was.

En dat terwijl de eurozone zelf een steeds grotere bijdrage levert aan de door Amerika zo vermaledijde onbalans in de wereldeconomie. De eurozone als geheel was lang in balans met het buitenland, maar ziet zijn overschot dit jaar oplopen tot 3,5 procent van het bbp. Vrijwel alle eurolanden, uitgezonderd een paar kleintjes, hebben nu een overschot. Al steken Duitsland (een overschot van 8,2 procent) en Nederland (9,5 procent) daar ver bovenuit.

Gelukkig, zei een Nederlandse aanwezige, hebben we Rotterdam. Omdat deze wereldhaven Amerikaanse goederen doorsluist naar het Europese achterland, heeft Nederland een bilateraal handelstekort met de Verenigde Staten. Een goede reden om, anders dan Duitsland, gespaard te blijven van de toorn van het Witte Huis. Tot de kwade dag dat regering-Trump deze zaak ook eens ‘plurilateraal’ onder de loep neemt.