Opinie

Gemuilkorfde pers in Turkije verdient onze solidariteit

President Erdogan maakt de laatste tegengeluiden in de Turkse media monddood, schrijft .
Aanhangers van de oppositiepartij CHP. Foto James Dobson/Polaris

De snelheid waarmee Turkije afglijdt naar een land waar enkel nog de regeringsstem wordt gehoord, is alarmerend. Negentig procent van de media ligt aan de ketting van Ankara. Als laatste is de Dogan Media Groep, het vlaggenschip van de mainstream Turkse media (waaronder de krant Hürriyet en de televisiezender CNNTurk) overgenomen door Erdogan Demirören, een ondernemer die nauwe banden onderhoudt met de regerende conservatief-nationalistische AK-partij van president Recep Tayyip Erdogan. In 2011 nam Demirören Holding ook al enkele grote kranten over uit de Dogan Media Groep: Milliyet en Vatan.

Ook stemde het Turkse parlement recent in met een wet die de internetcensuur uitbreidt. De Opperste Raad voor Radio en Televisie (RTÜK) is nu ook bevoegd om een breed scala aan nieuws- en entertainmentsites te reguleren. Deze moeten een uitzendvergunning aanvragen. Onwelgevalligheden (officieel: „wat in gaat tegen de nationale veiligheid en de morele orde”) kan op instigatie van RTÜK snel door de rechter worden geblokkeerd.

Sinds 1980 vormen de media een lucratieve sector voor Turkse ondernemers. Via hun mediapoot dwingen ze financiële gunsten af in Ankara voor andere sectoren van de holding. Ook al kende Turkije geen waarlijk vrije en onafhankelijke pers, zo ontpopte zich wel een pluriforme pers.

Meerstemmigheid

Vanaf 2009, toen Erdogan en de regerende AK-partij hun autoritaire gezicht lieten zien, kwam geleidelijk een einde aan die meerstemmigheid. Wie hoofdredacteur werd, welke columnisten werden ontslagen dan wel aangenomen, werd meer en meer afgestemd met het politieke gezag.

Anno 2018 bedisselt Ankara zelfs wie de eigenaar is van welk toonaangevend mediabedrijf. Formeel blijven de media in private handen maar feitelijk worden ze genationaliseerd. De 890 miljoen dollar die met de overname van de Dogan Media Groep is gemoeid zou lager liggen dan de daadwerkelijk prijs, maar het budget te boven gaan van Demirören Holding, zo wordt algemeen gespeculeerd.

Na de mislukte militaire staatsgreep midden 2016 zijn de meer uitgesproken oppositiemedia vrijwel weggevaagd. Honderden journalisten werden ontslagen, circa 170 mediabedrijven zijn op last van de regering gesloten. En ruim 150 journalisten zijn verwikkeld in één of meer rechtszaken. Zo’n zeventig daarvan zitten in een Turkse cel. Om enigszins zicht te houden op de omvangrijke stroom processen tegen journalisten is bijvoorbeeld expressioninterrupted.com opgezet.

De aanklachten komen vrijwel allemaal op hetzelfde neer: betrokkenheid bij de mislukte coup en ondersteuning van een terreurorganisatie – van de islamitische Gülenbeweging, die achter de mislukte coup zou zitten, tot de radicaal linkse DHKP/C en de Koerdische beweging PKK – zonder er lid van te zijn. Journalisten worden zo gecriminaliseerd en in meerdere processen loopt de geëiste of uitgesproken strafmaat zelfs op tot levenslang.

Vorige maand was ik namens de Nederlandse afdeling van PEN – de internationale schrijversvereniging die zich inzet voor verdrukte schrijvers en journalisten, en voor de vrijheid van meningsuiting – in de gevangenis van Silivri, ten westen van Istanbul, waar tot laat in de avond de zesde zitting plaatsvond tegen achttien journalisten van de oppositiekrant Cumhuriyet. Het proces gaat deze week verder. Tegen hen worden straffen tot 43 jaar geëist zonder dat er afdoende bewijsmateriaal wordt overlegd voor daadwerkelijke betrokkenheid bij terreur. Een van hen is onderzoeksjournalist Ahmet Sik, een van de eersten in Turkije die waarschuwde voor infiltratie van de Gülenbeweging in het politiekorps. Het bizarre is dat Sik daarvoor in 2012 óók werd opgepakt, toen de AK-partij en de Gülenbeweging nog samen optrokken.

In die rechtszaal begreep ik opnieuw hoe belangrijk collectieve en internationale solidariteit is voor al die journalisten in Turkije die een hoge prijs betalen voor het ontbreken van persvrijheid en een rechtspraak die onder het politieke gezag functioneert. De vreugde in de ogen van de Cumhuriyet-journalisten toen ze op de publieke tribune de stoet internationale waarnemers zagen die naar Silivri waren afgereisd. Ze staan niet alleen in hun strijd voor een democratisch Turkije.

Wat nog rest is een handjevol oppositiemedia, waaronder de kranten Cumhuriyet, Birgün, en Evrensel. Goed voor een oplage van zo’n veertigduizend. Maar de overname van de Dogan Media Groep treft ook hen. De distributie van kranten komt geheel in handen van Demirören Holding en deze zal naar verwachting niet toestaan dat publicaties van anti-regeringsstemmen breed over het land worden verspreid. Aan de vooravond van de vervroegde parlements- en presidentsverkiezingen op 25 juni die de autoritaire machtsbasis van Erdogan moeten legaliseren, is dat een grimmig scenario. Met de verdere inkapseling van de media controleren de AKP en Erdogan niet enkel de verkiezingscampagnes, maar ook de berichtgeving over de resultaten. Met nieuwe wetgeving waardoor voortaan ook ongestempelde stembiljetten worden meegeteld, kan het belang daarvan niet genoeg worden benadrukt.