Opinie

    • Sjoerd de Jong

Wel gif, geen gif, ander gif: over de Skripal-zaak en nepnieuws

Gaaf voorbeeld van nepnieuws. De Russische minister van Buitenlandse Zaken Lavrov kwam zaterdag met nieuws over de zaak-Skripal, dat breed werd opgepikt.

Hij had „vertrouwelijke informatie” ontvangen dat het Zwitserse laboratorium waar de tegen de Skripals gebruikte gifstof werd getest, sporen had gevonden van een heel andere, ‘westerse’ stof BZ (3-chinuclidinylbenzilat), waar de NAVO, Groot-Brittannië en de VS over beschikken.

Aha, westers gif! Het lag dus weer eens anders dan ‘de media’ ons hadden voorgespiegeld. Het nieuws suisde door argwanende Twitteraccounts, maar ook vrijwel alle media brachten het nieuws. Opmerkelijk, tenslotte.

Maar klopt het? Het incident is een mooie illustratie van de praktijk van nepnieuws, een begrip waarover de verwarring soms ook compleet is. Op een leerzame bijeenkomst van juristen in Utrecht verdedigde ik deze week nog een ‘precieze’ definitie ervan, tegenover een meer ‘rekkelijke’.

Nepnieuws is daarin ‘propaganda die zich voordoet als journalistiek’. Cruciaal is daarbij dat het kanaal dat nepnieuws produceert neutraal journalistiek moet ogen. Een meer ‘rekkelijke’ definitie omvat ook halve waarheden en insinuaties die door de media simpelweg, of zelfs klakkeloos, worden overgenomen.

Valt wat Lavrov deed eronder?

NRC Handelsblad bracht de ministeriële onthulling dinsdag onderkoeld en in de juiste context, onderin een artikel over de ‘informatieoorlog’ tussen Rusland en het Westen. Dat bevatte de bewering van Lavrov en de eerste, formele reactie van de VN-organisatie voor chemische wapens OPCW. Hoor en wederhoor, wat kun je meer doen als krant?

Nou ja, misschien toch wel iets meer. Want al op maandagochtend plaatste de Neue Zürcher Zeitung kritische vraagtekens bij het brisante nieuws van Lavrov. In een uitvoerig stuk (waar een beter kranten-Duits lezende oud-collega me op attendeerde) legt dat dagblad keurig uit wat er mogelijk aan de hand was. Bij tests als deze worden doorgaans verschillende monsters gebruikt, mét de gifstof, zonder gif en met een ander gif. Dat gebeurt blind; de onderzoekers mogen natuurlijk niet weten welk monster het stofje bevat dat ze geacht worden te vinden.

Dat het Zwitserse laboratorium ook een ándere gifstof heeft gevonden, is dus helemaal niet opzienbarend en ook geen nieuws. Het zou gekker zijn als er niks anders gevonden was. Kortom, opmerkelijk aan de ‘onthulling’ van Lavrov was niet de inhoud, maar de daad zelf: blijven bewegen en de confrontatie zoeken.

Wetenschapsredacteur Karel Knip liet me weten dat het relaas van de Zwitserse krant hout snijdt. Hij wees er ook op dat BZ „een totaal andere stof is die een totaal ander, hallucinerend effect heeft” en bovendien niet onbekend is in ‘het oosten’. Human Rights Watch onderzocht in 1998 al eens aantijgingen dat de stof door Servische troepen was gebruikt na de val van Srebrenica. Dat leverde geen bewijs op, wel het „vermoeden” dat een BZ-achtig gas was gebruikt.

Hebben de Britten dan gelijk? Dat weten we niet. Maar de interventie van Lavrov laat wel zien hoe desinformatie werkt: liegen hoeft niet, het verspreiden van halve waarheden of het optuigen van iets triviaals tot een ‘onthulling’ kan al genoeg zijn.

Pas op woensdag liet de OPCW weten dat bij de tests inderdaad een voorloper van BZ , met de gezellige computernaam 3Q, was gebruikt als controlemonster. NRC bracht het in één alinea, een kortje onderin de pagina zonder uitleg over testprocedures en monsters. Ook andere dagbladen brachten de repliek van het OPCW in kleine berichten, de NOS deed het online uitgebreider.

Doen alleen ‘de Russen’ zoiets? Natuurlijk niet. Desinformatie is schering en inslag. Zie, op wereldschaal, de loze beweringen die de rechtvaardiging vormden voor de Brits-Amerikaanse aanvalsoorlog tegen Irak. Maar ook ongeverifieerde berichten uit Syrië kunnen eronder vallen (ook deze krant spreekt nog steeds van de ‘vermoedelijke gifgasaanval’ in Douma). Of die over de ramp met MH-17, zoals het voortdurend schermen met losse eindjes of dubieuze getuigen die twijfel moeten zaaien aan de ‘officiële lezing’.

Op die bijeenkomst in Utrecht dinsdag spraken ook twee advocaten van Kennedy Van der Laan die een zaak aanhangig maakten tegen de EU wegens het op de nepnieuws-lijst zetten van berichten van de blogs GeenStijl, The Post Online en, nota bene, regiokrant De Gelderlander. De EU rectificeerde. En inderdaad, op censuur of het chilling effect van zulke lijsten zit niemand te wachten. Zelfs een kritische opinie van de Amerikaanse politicus Ron Paul, die waarschuwde tegen het gevaar van censuur door het jagen op nepnieuws, werd door de EU aangemerkt als: nepnieuws.

Binnen de persvrijheid valt uiteraard ook het door de EU gehekelde bericht in De Gelderlander, gewoon een weergave, zonder commentaar, van de beweringen van een Russische raketfabrikant dat de fatale BUK niet op MH 17 werd afgeschoten uit rebellengebied. Aan de andere kant, is er in een informatie-oorlog nog wel zoiets als ‘gewoon weergeven’? De journalistiek heeft vooral de taak feiten uit te zoeken en beweringen waar mogelijk te verifiëren. Kan lang niet altijd, de waarheid komt zelden in één keer helemaal in de krant. Maar halve waarheden en loze kreten verdienen op zijn minst uitleg en context.

Immers, bij desinformatie is het doel niet eens het ongelijk van je tegenstander te bewijzen, maar verwarring te zaaien over diens gelijk. Tussen waar en onwaar ligt de eeuwige verleiding van cynisme, waar nepnieuws op inspeelt: laat maar zitten verder, ik geloof het allemaal wel.

Reacties: ombudsman@nrc.nl
    • Sjoerd de Jong