OPCW heeft zaterdag bezoek gebracht aan Douma

De in de Syrische stad verzamelde biomedische monsters worden verscheept naar een laboratorium in Rijswijk.

Een man loopt rond door Douma, een stad die ligt het Syrische gebied Oost-Ghouta. Foto EPA/Youssef Badawi

Na een week wachten in Damascus zijn de inspecteurs van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) zaterdag eindelijk in de Syrische stad Douma geweest. De experts hebben biomedische monsters en ander materiaal uit de plaats meegenomen om te onderzoeken of het 7 april het doelwit is geweest van een gifgasaanval.

De in Douma verzamelde spullen worden naar een OPCW-laboratorium in Rijswijk getransporteerd, meldt de organisatie op haar website. Van daaruit worden ze weer over andere laboratoria verspreid waar de analyse van de monsters plaatsvindt. De inspecteurs kregen tot zaterdag geen toegang tot het getroffen gebied. Ze zouden tegengehouden worden door Syrië en zijn bondgenoot Rusland, al ontkennen de Russen dat.

Begin april kwamen bij bombardementen op Douma tientallen burgers om het leven en raakte een veelvoud gewond. Beelden die na de aanval vrijkwamen, lieten burgers zien met schuim aan de neus en mond. De internationale gemeenschap reageerde woedend op de vermoedelijke chemische bombardementen en voerde vorige week uit retaliatie raketaanvallen uit op doelen van het Syrische leger. Het Westen vermoedt dat het regime van president Assad achter de aanval zit.

Lees ook: VS, Groot-Brittannië en Frankrijk vuren ruim honderd raketten af op militaire doelen in Syrië

Toekomstige stappen

De OPCW gaat de situatie nu opnieuw evalueren en overweegt een eventueel nieuw bezoek aan Douma. Dinsdag werden medewerkers van een veiligheidsteam van de Verenigde Naties beschoten in Douma, waarop de OPCW-medewerkers hun onderzoek uitstelden. De opgelopen vertraging is “onacceptabel”, zei een Russische regeringswoordvoerder zaterdag. Volgens het Kremlin zitten extremisten en strijders die niet willen dat de vermoedelijke gifgasaanval onderzocht wordt achter de aanval van dinsdag. Ook de luchtaanvallen van de VS, Frankrijk en het VK vorige week zouden de inspecties hebben vertraagd.

Douma ligt op een halfuur afstand van Damascus, waar de OPCW-experts zich ophielden. Ondanks dat de vermoedelijke gifgasaanval twee weken geleden is, kunnen de inspecteurs nog aanwijzingen vinden. Chloor en zenuwgas laat zoveel sporen achter dat de OPCW-medewerkers zelfs na enkele weken nog conclusies kunnen trekken.

Op basis van de verzamelde monsters en materialen stelt de OPCW een rapport op. De organisatie richt zich slechts op de vraag óf er een gifgasaanval is uitgevoerd, niet door wie dit gedaan zou zijn.

Lees ook: Sporen gifgas zijn lang terug te vinden
    • Guus Ritzen