Niet bouwen in het groen, maar een hoogwaardige compacte metropool

Bouwen in het groen om de woningnood op te lossen? Een slecht idee, vindt Adri Burgmeijer. Richt je liever op een compacte stad en een nieuwe Oost-Westlijn.

In het artikel Bouwen in het groen? Een schijndiscussie in de Amsterdambijlage van NRC van 31 maart wordt door Tjeerd Dijkstra een pleidooi gehouden om ten noorden van Amsterdam een aantal nieuwe bouwlocaties aan te wijzen en ze met metrolijnen te verbinden met de hoofdstad.

Ik vind dat een opportunistische kijk op het wegzetten van woningen en een aantasting van het open landschap. Het levert geen bijdrage aan de vraag naar stedelijk wonen met een hoogwaardig voorzieningenniveau. Dat vraagt juist naar een complete en aaneengesloten stad.

Dijkstra’s gedachte gaat, evenals die van de provincie, uit van versnipperde bouwlocaties op enige afstand van de stad, plekken waar toevallig weinig geluidshinder te verwachten is, om daarmee aan het woningtekort te voldoen. Ik vind dit een slecht ruimtelijk model. Het tast niet alleen het groen aan, maar zorgt ook voor veel meer verkeersbewegingen. Het in strijd met de vraag naar hoogfrequente openbaarvervoerssystemen. Bovendien zal het niet bijdragen aan de zo noodzakelijke duurzame bouwwijzen.

In plaats van Dijkstra’s oplossing zou ik willen pleiten voor een stad die compact en aaneengesloten is en kansen biedt voor een stedelijke sfeer. Dat is immers de reden dat de trek naar de stad zo hoog is en van de wens om er te blijven wonen en werken. Het sluit ook beter aan op de gevraagde versnelling van de bouwproductie. Nabijheid en compactheid is bovendien een vereiste bij de verduurzaming van het urbane systeem.

Dat betekent dat je zoveel mogelijk gebruik maakt van bestaande infrastructuur en deze verder intensiveert, ofwel vooral bouwt binnen het bestaande aaneengesloten stadsgebied. De druk op en in de stad is blijvend hoog. Amsterdam moet daarop inspelen en zich blijven concentreren op locaties als Havenstad, Zuidoost, IJburg en Noord. Daarbij kan trouwens wél de door Dijkstra geopperde extra woningbouwlocatie net buiten de Ring, Elzenhagen-Plus, interessant zijn, omdat deze aansluit op de eindhalte van de Noord/Zuidlijn.

Om de gerichtheid op de stad en de efficiëntie van het stedelijk systeem te ondersteunen, zal Amsterdam zich komende tijd moeten richten op de realisering van de Oost-Westlijn. Deze lijn levert een heel wezenlijke bijdrage aan de vergroting en verdichting van de stad. Deze lijn voegt werkelijk iets toe aan het spoor- en metronet in en rond Amsterdam. Ze verbindt stedelijke concentraties als IJburg, Sciencecenter, Museumplein, via Amsterdam-West en verder met Schiphol. Zo’n hoogwaardige ov-ader is ook een noodzakelijke opmaat naar een autoluwe, en daarmee duurzame stad.

Deze Oost-Westlijn hoeft niet per se door het IJmeer, maar kan ook via land, langs Weesp en Bloemendalerpolder, de stad verbinden met de zo naar vervoer snakkende locaties Almere-Poort en Almere-Pampus.

Op deze manier komt er een stad tot stand die aaneengesloten is op basis van een efficiënt vervoerssysteem. Met deze verdichting zal Amsterdam een werkelijke bijdrage leveren aan een duurzamer samenleving, eentje die de afstanden beperkt en het particuliere autoverkeer laat afnemen.

Dijkstra’s voorstel om metrolijnen te verlengen naar de dunbevolkte polderwijken Purmer en Wormer levert geen draagvlak voor de stad, maar voert terug naar het overloopbeleid van de vorige eeuw. Het gaat ten koste van grote groengebieden en biedt geen kans op duurzame vervoerssystemen en energiezuinig wonen. Voor verduurzaming is compacte opzet de enige goede weg.

Ook warmtenetten zijn gebaat bij compactheid, kortere afstanden hebben minder warmteverlies. In Amsterdam wordt al een flink deel bestreken door warmtenetten. In Almere is de stadswarmte vrijwel geheel afkomstig van de elektriciteitscentrale Diemen.

Nu eindelijk de Noord-Zuidlijn is gerealiseerd, wordt het tijd een sterk nieuw Oost-West-model aan te hangen om te voorkomen dat er een wildgroei van provinciale locaties ontstaat. Met de opgedane kennis en ervaring van de Noord-Zuidlijn kan in vol vertrouwen de Oost-Westlijn worden opgepakt. Een precieze tracering ervan heeft nu de hoogste urgentie. Investeerders staan te trappelen om die planologische zekerheid waarop zij hun marktgerichte vastgoed kunnen baseren. Nu is het moment aangebroken waarop Amsterdam zijn aantrekkingskracht als hoogwaardig compact stedelijk centrum kan uitbouwen.

Stedebouwkundige