Is de leegstand van winkels nog te stoppen?

Detailhandel Te veel winkels staan leeg, onder meer door de opkomst van online winkelen. De bouw van woningen op de plek van lege winkelpanden is een oplossing, maar daar is niet iedereen voor.

Foto's Robin Utrecht

Het is zaterdagmiddag, rond half twee, het eerste warme weekend van het jaar. Maar toch zijn de terrassen langs de jachthaven van het Entrepot-gebied naast de Kop van Zuid nagenoeg leeg.

Het gebouw, een rijksmonument dat vroeger als pakhuis diende, zucht al jaren onder leegstand. Op dit moment bedraagt die misschien wel 70 procent, zegt de bewaker van de Jumbo die er nog wel zit. „Maar dat komt ook doordat de supermarkt naar voren verplaatst wordt”, zegt hij. „Daardoor kunnen ze de ruimte die nu leegstaat niet verhuren.”


Volgens de cijfers van onderzoeksbureau Locatus uit april 2017 is de leegstand in het Entrepot-gebouw met meer dan 30 procent het hoogst van alle winkelgebieden in Rotterdam. Daarmee is niet gezegd dat het met de rest wel meevalt. Een leegstand tot 4 procent van de winkelpanden per winkelgebied wordt gezien als gezond, alles wat daar boven zit is problematisch. En dat is in driekwart van de winkelgebieden van Rotterdam het geval.

De vraag is wat daar aan te doen is.

Het Entrepot-gebouw was vroeger een hele gewilde plek, met populaire restaurants en volle terrassen. „Maar dat is al heel lang niet meer zo”, zegt voorzitter van de ondernemersvereniging, Peter Koopmans. Zijn stem klinkt bedrukt. De klad kwam erin tijdens de crisis, en sinds de opkomst van winkels aan de Vuurplaat zo’n vijf jaar geleden, met een Albert Heijn, een Lidl, en een reeks halal-winkels, is het Entrepot-gebouw als winkelcentrum volgens hem eigenlijk niet meer levensvatbaar.

Uit een enquête onder de 3.500 omwonenden bleek dat zij vooral behoefte hebben aan winkels die je vroeger vond in een gewone winkelstraat, zegt Koopmans, met een goede kaaswinkel, een poelier, een notenbar. „Maar het lukt niet om die naar het Entrepotgebouw te halen. En ik heb zeker veertig eigenaren van dat soort zaken gesproken.”

De vraag is wat de gemeente moet doen met de groeiende leegstand in winkelgebieden. „Het is een heel groot probleem”, vindt mede-oprichter van de Rotterdamse detailhandelsvereniging Retail 010, Anke Griffioen, eigenaar van een schoenenhandel aan de Nieuwe Binnenweg. Winkels zorgen voor veel banen, zegt zij, dus met de teloorgang van winkelgebieden gaat ook werkgelegenheid verloren.

Online winkelen

Wat haar betreft is de crisis niet de echte oorzaak van de meeste faillissementen. „Het échte probleem is de opkomst van online winkelen. Ik was laatst op een schoenencongres in Italië. Daar bleek dat Italiaanse schoenenfabrikanten een derde minder schoenen verkochten voor het komende jaar aan winkeliers. Steeds meer handel gaat via internet.”

En dan is er de opkomst van data- gestuurd adverteren op sociale media. „Iemand die zoekt naar gympen loopt door de stad, vindt niet wat hij of zij wil, kijkt even op internet wat daar het aanbod is. En een dag later plopt een onweerstaanbare deal op via Facebook. Daar kunnen kleinere winkeliers niet tegenop.”

De enige manier om leegstand tegen te gaan, is winkels uit straten verwijderen, zegt hoogleraar aan de Erasmus Universiteit in online winkelen, Cor Molenaar. „Zeker een derde kan eruit. Maak er maar woningen van, of zet er bedrijven in.Of gooi de gebouwen desnoods plat en bouw er iets nieuws.”

Maar ja, daar willen veel winkeliers niet aan. Neem de Noorderboulevard, de naam voor de combinatie van de Zwartjanstraat en Noordmolenstraat in Rotterdam-Noord. Dat was tot eind jaren ’90 een florerende straat met de traditionele slager, bakker en groenteboer.

De omwonenden deden er hun dagelijkse boodschappen. Maar dat is al jaren niet meer zo. Er staan panden leeg, die verkrotten. Ze staan tussen winkels die wel succesvol zijn zoals wijnhandel Chateautjes, maar ook winkels waarvan onduidelijk is wat ze verkopen. „Het type winkel zonder profiel. Je kan je afvragen of die wel winst maken. In het slechtste geval dienen ze als dekmantel”, zegt Griffioen – winkels waar geld dat is verdiend met handel in drugs wordt witgewassen.

Toch willen de winkeliers die het wel goed doen niet dat winkelpanden woningen worden. Volgens Henk Raats, eigenaar van het pand aan de Zwartjanstraat waarin parfumerie ICI Paris zit, gaat „de loop” dan uit de straat. Hij gelooft dat de panden die nu leegstaan, gevuld kunnen worden met succesvolle winkeliers, zoals de Koekela, op de Nieuwe Binnenweg. „Daar wordt nu mee gepraat. Dan komen er zeker klanten. Die gaan dan ook naar de andere winkels op de Zwartjanstraat.”

Het zou echt onverstandig zijn nu te investeren in het veranderen van winkels naar woningen, vindt hij. „Er komen straks een paar honderd nieuwe bewoners in de appartementen in de voormalige gevangenis aan de Noordsingel, die wordt omgebouwd tot een luxe wooncomplex. Kapitaalkrachtige mensen die hier kunnen komen winkelen.”

De zoveelste nagelstudio

„Onzin”, zegt hoogleraar stedelijke ontwikkeling Wouter Vanstiphout, die wekelijks door die straat wandelt. „Die tijd is gewoon voorbij. Je kunt die winkels prima verbouwen tot een woning. De straat gaat er dan alleen maar beter uitzien. Er zijn zeker gezinnen die het leuk vinden om in een levendige buurt te wonen, tussen de winkels.” Ook gelooft hij niet dat de toeloop daardoor vermindert. „Voor lege panden of de zoveelste nagelstudio komen de mensen toch ook niet naar de Noorderboulevard.”

Probleem is wel dat winkelstraten zoals de Noorderboulevard in Noord, de Middellandstraat en Vierambachtstraat in West, de Dordtselaan op Zuid als communicerende vaten door de stad lopen. Hun sociale functie zou verdwijnen. „Dat zijn winkellinten waar de wijken van oudsher omheen gebouwd zijn. Het zijn ontmoetingsplekken, vooral voor ouderen. Dus als je die er tussenuit haalt, heb je wel een probleem”, zegt Vanstiphout.

Het probleem is volgens hem overigens niet na de jaren ’90 begonnen, maar al veel eerder, sinds de opkomst van grote supermarkten buiten het centrum. „Toen zag je al dat kleine winkeliers het moeilijker kregen. Omdat de meeste mensen liever alles snel in hun boodschappenkar willen gooien in plaats van naar allerlei verschillende winkels gaan.”

Volgens onderzoekers van adviesbureau McKinsey moeten gemeentes het bouwen van nieuwe winkels actief ontmoedigen, simpelweg omdat er geen groei meer in het marktsegment zit. Maar dat gebeurt niet, zegt Vanstiphout, „in elk geval niet in Rotterdam”.

Komende jaren worden winkelcentra er juist uitgebreid. Winkelcentrum Zuidplein krijgt extra ruimte voor allerlei voedingswarenwinkels en modezaken als onderdeel van het bouwproject ‘Hart van Zuid’, aan de Coolsingel wordt gebouwd aan een nieuw winkelcentrum Forum met daarin het voormalige ABN Amrokantoor waarin tegenwoordig boekhandel Donner gevestigd is. En in de toekomst moet er – als onderdeel van Feyenoord City – een 600 meter lange promenade met winkels en horeca komen tussen de Kuip – waarin woningen moeten komen – en het nieuwe voetbalstadion.

Uit het slop

Ondertussen is de nabij gelegen winkelboulevard Zuid, de combinatie van de Beijerlandselaan en de Groene Hilledijk, de laatste jaren juist weer uit het slop aan het komen. „De winkeliers hebben zich er verenigd”, zegt SP-raadslid Aart van Zevenbergen die daar in de buurt woont en er zijn boodschappen doet. „Maar velen hebben het nog steeds moeilijk.”

Toch willen de winkeliers absoluut niet dat de gemeente winkelpanden laat ombouwen tot woningen, schrijven zij in een brief aan de gemeenteraad. Net als de winkeliers van de Noorderboulevard omdat de loop dan volgens hen uit de straat verdwijnt waardoor de winkels die blijven zitten wegkwijnen.

Gezien deze discussie is het de vraag waarom de gemeente dan een hele nieuwe promenade met winkels en horeca vlakbij de boulevard Zuid wil bouwen. „Dat heeft te maken met vastgoedbelangen”, zegt Vanstiphout, die het daar niet mee eens is. „In mijn ogen heeft de gemeente een publieke taak.” En het is niet in het publieke belang om daar een nieuwe winkel- en horecaboulevard aan te leggen die direct kan concurreren met de bestaande winkelstraten om de hoek, wil hij maar zeggen.

Volgens een woordvoerder van de gemeente gaat het niet om méér, maar bétere vierkante meters. Dat betekent dat oude winkelstraten zouden moeten transformeren naar woonstraten en er nieuwe winkelgebieden bij kunnen komen.

Maar ook Van Zevenbergen heeft vraagtekens bij de nieuwe horeca en winkelpromenade van Feyenoord City. „Ik weet niet op wie die nieuwe zaken zich dan gaan richten. Op een hip publiek? Feyenoord-supporters zijn niet hip. Die gaan liever naar een café als de Cosy Corner. Je weet het gewoon niet, hoe het uitpakt. Dit is nog wel iets waarover ik vragen ga stellen aan het stadsbestuur.”

Volgens Vanstiphout ligt de oorzaak van de problemen die ontstaan door de bouw van nieuwe winkelcentra bij de dienst Stadsontwikkeling van de gemeente. Die verdient aan het verkopen van grond en bouwvergunningen. „Dat moeten ze niet als uitgangspunt nemen. Ze willen nu dat groene parkje naast de Markthal laten bebouwen. Terwijl veel Rotterdammers dat juist leuk vinden. Laat de gemeente die grond terugkopen.” Ook al kost dat miljoenen? „Ja, ook al kost dat miljoenen. Nu komt er weer een nieuw gebouw, met vast ook weer nieuwe winkels. Rotterdam wil zich toch zo graag profileren als woonstad? In de Markthal wonen ook mensen. Laten ze daar dan ook eens rekening mee houden.”

(23 april 2018) In een eerdere versie van dit stuk stond in een citaat van Anke Griffioen: “De meeste handel gaat via internet.”. Dat klopt niet, en moet zijn: “Steeds meer handel gaat via internet.” Hierboven is dat aangepast.