Recensie

Het einde van het hart van de Jodenhoek

Expositie Van de Rapenburgerstraat zoals die in 1940 was, is bar weinig over. In het Stadsarchief is de straat weer tot leven gewekt.

Rapenburgerstraat 122, de ijswinkel van Herman Gerritsen (witte jas) en Marie Gerritsen-Parser (links), omstreeks 1935 Foto’s uit besproken boek

„De eens zo levendige straat is van de Grote Ramp nooit hersteld”, schrijft schrijver Guus Luijters in Rapenburgstraat 1940-1945, het boek dat is verschenen bij de gelijknamige tentoonstelling in het Stadsarchief. Dat is zacht uitgedrukt. Er is bar weinig over van de Rapenburgstraat van voor 1940, toen een straat vol winkels, bedrijven en overbevolkte verdiepingen die het hart van de ‘Jodenhoek’ was. De even zijde is na de oorlog zelfs helemaal gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Van de oneven kant is minder dan de helft blijven staan, waaronder de prachtige synagoge en joodse leerschool met de grotendeels glazen gevels op nummer 109.

Met de sloop van de gebouwen werd al gedurende de oorlog begonnen, nadat de joodse bewoners – zo’n 90 procent van de straat – in de jaren 1941-’43 waren weggevoerd naar Duitse vernietigingskampen als Auschwitz. Veel huizen kwamen toen leeg en werden vooral in de laatste oorlogswinter ontdaan van alle opstookbare onderdelen, waardoor ze zo bouwvallig werden dat ze moesten worden gesloopt.

Maar nu is de Rapenburgerstraat uit de eerste oorlogsjaren weer tot leven gewekt in het Stadsarchief. Daar heeft elk toenmalig adres in de straat een paneel gekregen, waarop niet alleen staat wie er precies woonden, maar ook informatie over de bewoners die afkomstig is uit het bevolkingsregister, inboedelinventarissen, politierapporten en andere archiefstukken.

Soms is dat niet veel. „Aan Sientje bestaan geen herinneringen”, zo staat bijvoorbeeld vermeld over Sientje Abram die met haar vader, moeder en drie broers woonde op nummer 36huis. Sientje, over wie Luijters in 2011 het lange gedicht Sterrenlied publiceerde, werd geboren in 1931 en woonde bijna twee jaar in de Rapenburgerstraat toen twee politieagenten op 4 september 1942 het hele gezin Abram van huis haalden. Zes dagen later werd ze in Auschwitz vermoord.

Maar over bijvoorbeeld Moses Hangjas, die met zijn vrouw en hun tien kinderen op nummer 26-II woonde, hebben de tentoonstellingsmakers veel gevonden in rapporten van de politie en het Gemeentelijk Bureau voor Maatschappelijke Steun. Zoals zoveel bewoners in de Rapenburgerstraat was Hangjas marktkoopman. Vaak verdiende hij niet genoeg om in het levensonderhoud van zijn gezin te voorzien en deed hij een beroep op de ‘steun’. Begin mei 1942 werd Hangjas gearresteerd wegens illegale handel in voedselbonnen, iets later begon zijn vrouw een gokhol in hun woning.

De vaak uitgebreide rapporten eindigen abrupt in september 1942 met een eenregelige mededeling: „Gezin is 17/9/42 naar Duitsland vertrokken.” Alle twaalf gezinsleden vonden hun einde in Duitse vernietigingskampen. Hun gegevens eindigen, zoals die van het overgrote deel van de bewoners van de Rapenburgerstraat, met ‘vermoord in Auschwitz’ of ‘vermoord in Sobibor’.

Tentoonstelling Rapenburgerstraat 1940-1945. T/m 17 juni in het Stadsarchief, Vijzelstraat 32. Boek Rapenburgerstraat 1940-1945, Guus Luijters. uitgeverij Nieuw Amsterdam, 192 pagina’s, € 19,99.