Anne Frank Huis overstag: keppeltjes én hoofddoekjes toegestaan

Talk of the Town

Dat een medewerker van het Anne Frank Huis geen keppel mocht dragen, leidde tot ophef. Het museum past zijn richtlijnen aan.

Foto Laura Vrijsen

Een medewerker van het Anne Frank Huis die geen keppeltje op mag – de chaos was compleet toen het Nieuw Israëlietisch Weekblad (NIW) vorige week met dat nieuws naar buiten kwam. Een half jaar lang, aldus het artikel, moest medewerker Barry Vingerling (25) een pet over zijn kipa dragen, omdat de directie twijfels had over de uitstraling van zo’n religieuze uiting in het museum. Dat juist het Anne Frank Huis – symbool van de onderdrukking van Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog – bezwaar maakte tegen een keppeltje, schoot velen in het verkeerde keelgat. „Keppeltjes VERBOTEN in Anne Frank Huis”, kopte de site GeenStijl. Op Twitter regende het negatieve reacties.

Vingerling wil niet op de specifieke zaak ingaan, maar wel vertellen waarom hij graag zijn keppel draagt. „Voor mij is het net zoiets als een uniform”, zegt hij. „Door een keppel te dragen ben ik in zekere zin een ambassadeur van de Joodse gemeenschap. Daardoor ben ik minder snel geneigd domme dingen te doen.” Een politieman gaat ook niet zitten zuipen in zijn werkkleding, zegt Vingerling. „Ik word een beter mens door mijn keppel.” Liefst draagt hij hem daarom ook tijdens zijn werk.

Vingerling, naast zijn baan ook student Midden-Oostenstudies aan de Universiteit van Amsterdam, staat vier dagen per week als publieksmedewerker in het museum. Zichtbaar voor de bezoekers, dus. En daar lag het probleem voor het Anne Frank Huis, zegt directeur Ronald Leopold. „Ons museum is een emotionele plek”, zegt hij, „en om te zorgen voor een optimale beleving voor de bezoekers, laten we de omgeving het liefst zo neutraal mogelijk.” Iedereen moet zich welkom voelen in het museum, is het idee.

Leopold begrijpt wel „voor 100 procent” dat het vreemd overkomt dat juist het Anne Frank Huis in eerste instantie moeite had met een medewerker die een keppel wilde dragen. „Maar we hadden simpelweg geen richtlijnen voor zoiets. Het was nog nooit voorgekomen. En we zagen wel in dat als we die keppel zouden toestaan, andere religieuze uitingen dan ook moeten kunnen.” Als de ene medewerker een keppetje op mag, kan je de andere medewerker moeilijk een hijab verbieden – daarin lag het lastige vraagstuk voor het museum.

Inmiddels heeft het Anne Frank Huis, na maanden overleg en vlak voor de verschijning van het artikel in het NIW, stelling genomen: zichtbare religieuze uitingen moeten kunnen in het museum. Keppeltjes én hoofddoekjes.

De andere twee uit de topdrie van meest bezochte musea – het Rijksmuseum en het Van Gogh – hadden al richtlijnen als het gaat om het zichtbaar dragen van religieuze uitingen. Bij het Van Gogh zijn die voor alle medewerkers toegestaan, mits ze voor bezoekers herkenbaar blijven als medewerker. „Op het kantoor hebben wij iemand werken met een hoofddoek”, vertelt een woordvoerder, „maar op dit moment staat er niemand in het museum met een zichtbare religieuze uiting.” Mocht zo iemand zich ooit aandienen, dan is die meer dan welkom, benadrukt hij.

Ook het Rijksmuseum laat in een reactie weten dat het dragen van religieuze uitingen in het publieksgedeelte is toegestaan.

Vingerling is intussen nog altijd aan het werk bij het Anne Frank Huis, inmiddels mét keppel. „Ik voel me zeker nog op mijn gemak daar”, zegt hij, „ondanks alle discussie.”

En de bezoekers? Die hebben vermoedelijk iets anders aan hun hoofd dan wat een medewerker van het museum op z’n hoofd heeft. De entree van het Anne Frank Huis is verplaatst van de Prinsengracht naar de Westermarkt, en dat is toch even zoeken geblazen.