‘Sammour, zal ik je weer zien?’

Syrië Yassin al-Haj Saleh schrijft zijn vrouw sinds 2013 open brieven. Hij dacht dat ze in een cel zat in Douma. Tot die cel weer openging.

Ex-gevangenen van Jaish al-Islam uit Douma arriveren op 9 april in de Syrische hoofdstad Damascus. De beelden gaven hoop aan families die al jaren in het ongewisse verkeren over het lot van hun geliefden. Foto SANA/AFP

‘Weet je wat er rondom je aan de hand is, Sammour?”, schrijft Yassin al-Haj Saleh (56) op dinsdag in zijn negende open brief naar zijn vrouw sinds zij in december 2013 spoorloos verdween in Douma – waarschijnlijk in een gevangenis van Jaish al-Islam, de rebellen die de stad in handen hadden. „Wellicht kun je de bombardementen horen en uit het lawaai en het gedrag van je ontvoerders afleiden dat het deze keer anders is. Heel anders, Sammour.”

Sammour is een koosnaam voor Samira al-Khalil, een van de vier Syrische activisten die sinds hun verdwijning bekendstaan als ‘Vier van Douma’. De anderen zijn Razan Zaitouneh, haar man Wael Hamade, en Nazim Hamadi, advocaat en dichter. Activisten van het eerste uur, toen de Syrische revolutie nog ongewapend, seculier en democratisch was. En toen Douma nog niet volledig in handen was van rebellengroep Jaish al-Islam.

Yassin al-Haj Saleh, nu in Duitsland, vermoedt dat zijn vrouw in 2013 door de rebellen werd ontvoerd. Wat er daarna met haar gebeurd kan zijn, weet hij niet.

„Het lijkt erop dat het emiraat van Jaish al-Islam zijn laatste adem uitblaast”, schrijft Al-Haj Saleh in de brief aan zijn vrouw, nadat de groep vorig weekeinde als laatste van de rebellengroepen in Ghouta akkoord ging met een veilige aftocht naar oppositiegebied in het noorden – in ruil voor vrijlating van hun gevangenen.

Valse hoop

Heel even ging het hart van Al-Haj Saleh en zijn vrienden sneller kloppen. Beelden op de staatstelevisie van regeringssoldaten die de gevangenissen van Jaish al-Islam in Douma opengooiden, gaven hoop aan families die al jaren in het ongewisse verkeren over het lot van hun geliefden.

Het bleek valse hoop. De circa tweehonderd vermiste gevangenen in de bussen die vorige week maandag vanuit Douma in Damascus aankwamen waren regeringssoldaten, maar ook vrouwen en kinderen, veelal alawieten die door Jaish al-Islam waren gegijzeld – zij werden in 2015 in kooien door de stad geparadeerd als menselijke schilden tegen de luchtaanvallen van het regime.

Een verslaggever van Gulf News, een krant uit Dubai, zag hoe in het centrum van Damascus duizenden boze familieleden betoogden; hoogst uitzonderlijk in Syrisch regeringsgebied. Ook opmerkelijk: de staats-tv zond de betoging rechtstreeks uit en deed interviews met de familieleden.

Die waren woedend. Op de militanten van Jaish al-Islam omdat die mochten vertrekken met hun families, terwijl zoveel anderen vermist blijven. Maar ook op de regering, omdat die valse verwachtingen had gecreëerd door te beloven dat alle gijzelaars van Jaish al-Islam zouden vrijkomen. De overheid verdedigde zich door te zeggen dat Jaish al-Islam het aantal gijzelaars overdreef om sterker te staan bij de onderhandelingen.

Geen spoor van de ‘Vier van Douma’. Hun familie en vrienden wilden geen interviews geven. Begrijpelijk: geen nieuws is in dit geval allesbehalve goed nieuws. En met de veilige aftocht die Jaish al-Islam heeft gekregen, is ook het laatste drukmiddel om hen vrij te krijgen verdwenen.

„Het is niet te vatten dat een emiraat gebaseerd op kidnapping, foltering en moord vandaag zomaar ontbonden kan worden, terwijl het lot van hun slachtoffers een mysterie blijft”, zeiden de familie en vrienden vorige week nog. „Als deze mensen hun straf zomaar kunnen ontlopen, hoe kunnen wij dan eisen dat Bashar [president Assad] en zijn handlangers wel gestraft moeten worden?”

Maar als de Vier zouden zijn vrijgelaten, hadden ze meteen weer in de cel kunnen belanden, nu in regeringsgebied. Yassin al-Haj Saleh zat voor de oorlog zestien jaar vast, zijn vrouw Samira vier jaar. Ze hadden zich juist in oppositiegebied gevestigd omdat zij gezocht werden door het regime.

„Samira werkte met de overige ‘Vier’ op het kantoor van het Violations Documentation Center toen een groep gewapende en gemaskerde mannen binnenviel”, zegt Leen Hashem, Syrië-onderzoeker van Amnesty in Beiroet. „Sindsdien is niets meer van ze vernomen.”

Gevangenenruil?

Dat hun ontvoerders van Jaish al- Islam waren, ligt voor de hand, zegt Hashem. „Anders dan in de rest van Ghouta, waar diverse rebellengroepen naar de macht dongen, heeft Douma altijd stevig onder de controle van Jaish al-Islam gestaan.”

Al die tijd bleef het stil. „Jaish al-Islam zegt dat het regime hen gevangenhoudt; het regime ontkent dat. Is er op een moment een gevangenenruil geweest? Wij weten het niet.”

Wat ook meespeelt: anti-Assad- activisten in plaatsen als Aleppo en Douma hebben de wandaden van de rebellengroepen niet aan de grote klok gehangen. Omdat ze voor hun leven vreesden, ook omdat de strijd tegen het regime altijd voorrang had.

Ten minste één activist heeft die stilte doorbroken. Firas Abdullah, een jonge fotograaf uit Douma, schreef op Facebook nadat hij naar Saraqib in Noord-Syrië was geëvacueerd: „Ik heb gewacht tot dit moment om de waarheid te vertellen over deze bende die met ijzeren vuist over ons heeft geregeerd, net als IS.”

Misdaden tegen menselijkheid

Abdullah omschrijft Douma onder Jaish al-Islam als ‘dictatuur’ met zeven gevangenissen vol met mensen die kritiek leverden. „Ik verlaat nu de stad, een getuige van de misdaden tegen de menselijkheid die er zijn aangericht door de criminelen, Assad en de leiders van Jaish al-Islam.”

Yassin al-Haj Saleh sluit de negende brief af met: „Ik heb een droom, Sammour. Dat ik weldra weer je stem zal horen, je weer zal zien, dat we het leven kunnen hervatten dat ruim vier jaar geleden onderbroken is.”

Hij heeft ook nieuws voor haar: zelfs al zij vrijkomt, zal ballingschap haar nieuwe lot zijn, zoals voor zoveel andere Syriërs. „Maar maak je daar alsjeblieft geen zorgen over, Sammour! We zullen samen zijn, omringd door vrienden voor wie jouw afwezigheid al die jaren heel pijnlijk is geweest. Samen zullen we een nieuwe gemeenschap vormen, eentje waarin het goed leven is, Sammour. Dikke kus, mijn geliefde.”

    • Gert Van Langendonck