Zachtjes bezinnen, svp

Stilte Kloosters bieden tegen betaling ook rust en bezinning aan mensen ‘van buiten’. Soms botst dat met de stilte die de broeders betrachten. „Sommige gasten denken dat het hier een hotel is.”

Foto Daniel Niessen

‘Je denkt niet aan wat er voor je ligt. Je denkt niet aan wat er achter je ligt. Je bent alleen hier. Nu. In stilte.” In het Dominicanenklooster in het Gelderse Huissen zitten acht vrouwen en één man op hun knieën in een kring. In het midden staan vijf waxinelichtjes in een kruisvorm, aan de muur van de lichte ruimte hangen schilderijtjes met daarop losse termen als ‘Aarde’, ‘Zijn’, en ‘Hart’. Iedereen zwijgt en heeft de ogen gesloten. Deze groep is op stilteretraite: drie dagen lang, van zondag- tot en met woensdagmiddag, doen ze mee met het ochtend- en het avondgebed van de broeders in het klooster, mediteren ze tussen de middag en eten ze drie keer per dag samen. Allemaal zwijgend.

De stilteretraites zijn onderdeel van de programma’s die het Dominicanenklooster sinds een jaar of tien aanbiedt naast de kerkdiensten van de broeders. Het klooster moet wel, zegt directeur Aalt Bakker, die in samenspraak met de broeders en de abt alle activiteiten in het klooster vormgeeft. „Vroeger woonden hier vijfenzeventig broeders. Nu zijn dat er nog twaalf. Het gebouw stond na de periode van ontkerkelijking tijdens de jaren zestig ineens halfleeg.” Het klooster is groot: om alle onderhoudskosten te kunnen blijven dekken moest het op de een of andere manier nieuwe mensen aantrekken. Dat doen ze nu met ‘bezinningsprogramma’s’, waarbij het kloosterritme gecombineerd wordt met moderne vormen van zingeving als yoga en mindfulness. En de traditionele stilte dus.

Inmiddels is het weer druk in het Dominicanenklooster: zo’n 25.000 bezoekers overnachten er jaarlijks, van wie ongeveer 1.000 komen voor de stilteretraite en zo’n 5.000 voor de andere programma’s, zoals een leiderschapsworkshop of een schrijf- of schildercursus. De overige bezoekers zijn individueel te gast, ze gaan er met hun werk op heidag of huren een deel van het klooster voor een zelfgeorganiseerde sessie. Bakker noemt het een „kruisbestuiving van allerlei mensen die op allerlei manieren op zoek zijn naar verstilling en bezinning”. Naast het klooster komt nieuwbouw met extra kamers, voor nog meer gasten.

Jongere bezoekers

Steeds meer kloosters bieden naast hun religieuze programma alternatieve activiteiten aan die voor iedereen toegankelijk zijn. De Sint-Adelbertabdij van Egmond organiseert bijvoorbeeld net als het Dominicanenklooster al een aantal jaren stilteretraites. Daarnaast biedt de abdij onder meer kruidencursussen aan en er is een filosofische leesgroep. De Benedictijnse abdij in Doetinchem heeft sinds een paar jaar een apart centrum waar retraites en stilteprogramma’s worden georganiseerd, inclusief zenmeditaties. En in het Protestantse Nijkleaster in Jorwert, zegt Bakker, willen ze ook dit soort programma’s gaan organiseren. Het aantal kloosters in Nederland is de afgelopen jaren rap afgenomen. Uit een inventarisatie van kloostergids.com blijkt dat er nog rond de dertig kloosters in gebruik zijn als religieuze instelling – vaak wonen er nog zo’n tien zusters of broeders, en wordt de overige ruimte benut als gastenverblijf. Volgens een onderzoek van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed uit 2005 zouden er in Nederland tussen de honderd en tweehonderd gebouwen moeten staan die ooit als klooster gebruikt werden. Het merendeel daarvan is inmiddels omgebouwd tot party- of conferentiecentrum, bed and breakfast of ‘bezinningscentrum’, al dan niet met religieuze insteek.

Foto Daniel Niessen

Het Dominicanenklooster biedt vergeleken met andere kloosters veel programma’s, vaak wel een stuk of vijftien per maand. Twee of drie daarvan zijn altijd stilteretraites. Het aantal aanmeldingen is de afgelopen vijf jaar zeker verviervoudigd, zegt Bakker. Steeds meer mensen – vooral vrouwen, zegt Bakker – willen een paar dagen in stilte doorbrengen. „We zien ook dat de bezoekers steeds jonger worden. Vijf jaar geleden waren het vooral vijftigplussers, nu zijn er ook veel dertigers en veertigers.” Verblijven in het klooster is niet per se duur: het stilteprogramma dat op dit moment bezig is, getiteld ‘Op zoek naar…’, kost een kleine driehonderd euro voor drie overnachtingen en drie maaltijden per dag.

Die Op zoek naar-groep is behoorlijk homogeen. De vrouwen zijn grofweg tussen de veertig en zestig, hebben vrijwel allemaal kortgeknipt haar, dragen lichtgekleurde spijkerbroeken en dikke vesten en een fleurig sjaaltje om het geheel op te vrolijken. De redenen voor hun komst verschillen, blijkt in het kennismakingsrondje. Een is net gepromoveerd, van baan veranderd en verhuisd en komt hier „bedenken of dat nou allemaal zulke goede keuzes zijn geweest”. Een ander is mantelzorger voor twee familieleden en heeft naar eigen zeggen de afgelopen paar jaar geen enkel moment voor zichzelf gehad. Weer een ander had gewoon „zin in stilte”. Vrijwel iedereen heeft het Dominicanenklooster gevonden via Google; zoek op ‘stilte’ en ‘klooster’ en het is een van de eerste hits.

Zoeken naar de balans

De meeste groepsleden zijn atheïst. „Ik vind het reuzespannend straks, dat zingen met de broeders”, zegt een deelneemster van tevoren. Bij het gebed op zondagavond in de kapel zingen enkelen voluit mee met de hymnes en psalmen, anderen prevelen wat, de meesten zijn gewoon stil en kijken naar beneden. Als de broeders bij het gebed op maandagochtend buigen voor de vader, de zoon en de heilige geest, blijft het grootste deel van de stiltegroep gewoon rechtop staan.

Foto Daniel Niessen

Ja, zegt Bakker, af en toe schuurt het wel een beetje tussen de bezoekers en de broeders, die hier al veertig of vijftig jaar wonen. „Natuurlijk vinden de broeders het soms lastig dat hun huis nu wordt bevolkt door mensen die eigenlijk niets met religie te maken hebben”, zegt Bakker. Via de geestelijke gezondheids- en verslavingszorg komen er ook weleens groepen tienermoeders langs, dan vinden de broeders het ’s avonds wel erg lang onrustig.

Ook in de Sint Adelbertabdij in Egmond is het af en toe zoeken naar een goede balans tussen gastenverblijf en authentiek klooster. „Sommige gasten moeten eraan wennen dat ze hier bij een religieuze gemeenschap zijn, en niet in een hotel”, zegt secretaris Bram Verheijen. „Die vinden het ongemakkelijk om tijdens het middagdmaal stil te zijn, zoals dat gebruikelijk is bij de Benedictijnen.” En daar worden sommige broeders dan weer nerveus van. Toch hebben ze weinig keus: nog los van het feit dat de gasten in het klooster nodig zijn om een groot deel van het inkomen te verzorgen, staat het in de regels van Benedictus dat je mensen van buiten in je religieuze gemeenschap moet ontvangen. Dus of de broeders het nou leuk vinden of niet: die gasten horen erbij.

Volgens de Noorse schrijver Erling Kagge is stilte belangrijker dan ooit. Handig: die zit in onszelf. Nu nog ernaar luisteren.

In Huissen zijn de broeders, ondanks de kleine ergernissen, ook blij dat ze via de gasten-constructie in hun klooster kunnen blijven wonen, zegt Bakker. „Ik denk echt dat dit vrijere model de toekomst heeft”, zegt Bakker. Het Dominicanenklooster krijgt geen subsidie en draait volledig op het verblijf van gasten.

Bij de middagdienst zitten de deelnemers van ‘Op zoek naar…’ in de zijkapel in een kring rond een grote kaars. Het is er koud, veel vrouwen hebben hun jacks aangehouden. De groepsbegeleider heeft net een lied ingezet, weer zingen een stuk of drie deelnemers enthousiast mee. Laudate dominum, omnes gentes. De anderen staren naar de tekst die ze net kregen uitgedeeld en prevelen na een paar coupletten voorzichtig wat Latijn. Sommigen zitten simpelweg met hun ogen dicht.

Als het tijd is voor het avondeten zit de groep een beetje ongemakkelijk bij elkaar. De vegetarische linzensoep is opgediend, niemand eet. Iedereen kijkt naar de begeleider. Zal hij gaan bidden? En moeten wij dat ook doen? De begeleider ziet de blikken, glimlacht, en spreekt het verlossende woord: „Eet smakelijk.” Een zucht gaat door de groep, iedereen begint.

Lees ook: Horendol raakt Japke-d. Bouma van het lawaai in de kantoortuin: “Het lijkt hier op kantoor soms wel een legbatterij”
    • Doortje Smithuijsen