Recensie

George Marina: weergaloze plek, zeer middelmatig eten

Ooit wilde je zo weinig mogelijk op de Spaklerweg komen. Nu is het in een vloek en een zucht een bruisende buurt geworden, en de horeca mocht natuurlijk niet achterblijven.

Foto Daniel Niessen

Ooit wilde je zo weinig mogelijk op de Spaklerweg komen… de gevangenis, de motorclub, een guur metrostation en de route als je auto weggesleept was. Nu is het in een vloek en een zucht een bruisende buurt geworden met nieuwbouw, creatieve bedrijven en ja, de horeca mocht natuurlijk ook niet achterblijven. George Marina, een telg uit de George-familie, biedt uitzicht op de brede Amstel en heeft een haventje, stadshaven Amstelkwartier. Anticiperend op veel vaarbeweging werd er een groot pand met gigantisch terras neergezet; mensen kunnen boven vergaderen of een trouwpartij geven, beneden is het restaurant. De tafels zijn van elkaar gescheiden door schermpjes, waardoor er privacy is. Licht, lucht en water doen de rest.

Als je een restaurant aan een jachthaven begint, zet je natuurlijk vis en schaal- en schelpdieren op de kaart en daar draait het dan ook vooral om bij deze zaak. In de bistrostijl die we van George gewend zijn, klassiek en toegankelijk en ja, nouveau chic. Als wij het restaurant bezoeken, zijn er een paar groepen, families die iets te vieren hebben, en verder goedgeklede mannen en vrouwen die niet op een dubbeltje kijken. En dat laatste moet je ook niet doen: je zit hier vorstelijk, maar daar betaal je ook voor.

Te veel voor wat het is, vinden wij. Na drie gangen en een fles die bij de huiswijnen staat, rekenen we 172 euro af. Dat komt in de eerste plaats door de pittig geprijsde gerechten, maar ook doordat alle bijgerechten apart besteld moeten worden. Voor niks gaat de zon op. Als we ‘gewoon’ water bestellen, wijst de bediening naar de flessen plat en bruisend op tafel – aan kraanwater doen ze hier niet. 6 euro, kassa! Het brood met boter vooraf, wel smakelijk trouwens, 4 euro, kassa! En zo gaat dat de hele avond door. Nu zijn wij wel wat gewend, maar óók verwend als het de smaak en kwaliteit aangaat en daarover hebben we wel een en ander op te merken.

We starten met drie oesters Rockefeller (15,-), een warme bereiding met spinazie en hollandaisesaus. Ze zijn sappig en smakelijk, maar de hollandaise is te dik en zelfs een beetje hard aan de bovenkant. De krab met garnalencocktail (19,-) is duidelijk à la minute gemaakt, het heeft gelukkig niet al uren in de koeling gestaan, met verse sla, krab, steurgarnalen, Hollandse garnalen en pittige cocktailsaus, niks mis mee, alleen de aangekondigde avocado ontbreekt.

Het pièce de résistance, fruits de mer (30,-), is ronduit karig. Aangekondigd zijn naast Hollandse garnalen, steurgarnalen, oesters en mosselen ook krab en rauwe kokkels. Die laatste twee ontbreken, de schaal wordt zonder boe of bah op tafel gezet, waarschijnlijk in de hoop dat wij, hooggeëerde gasten, het niet ontdekken. Als we reclameren, wordt verteld dat visleverancier Jan van As die dag geen kokkels had en er daarom (gekookte) venusschelpen worden geserveerd. Het ontbreken van de (dure) krab wordt subiet gecorrigeerd door kingcrab uit de keuken te laten komen. Goed opgelost, maar als wij niets gezegd hadden? En dat hoort dus niet zo. Temeer omdat het toch al geen rijk plateau is... alikruiken of scheermessen ontbreken, geen brood, friet of sla.

Zit je op zo’n mooie plek, betaal je de hoofdprijs en is het eten zo middelmatig… dit moet echt beter kunnen

De gegrilde octopus (19,-), het andere hoofdgerecht, is lekker met de edamame, maar een beetje stug en de bijbestelde bonensalade (5,-) is nauwelijks aangemaakt, waardoor de smaak vlak is. Enthousiast zijn we over de geroosterde bloemkool met dadels, appel en vadouvan (6,-), smeuïg en vol, en over de wijn, een volle houtgerijpte chardonnay (Dumanet, 38,-).

Het dessert, Baked Alaska (13,- voor twee), is een klassieker: cake, ijs en opgeklopt eiwit. Dat kan heerlijk zijn, maar deze is mierzoet en komt niet onder de grill vandaan, zoals dat vaak gaat, maar de gasbrander is er even opgezet. We laten ’m staan.

Zit je op zo’n mooie plek, betaal je de hoofdprijs en is het eten zo middelmatig… dit moet echt beter kunnen.

Journalist en recensent Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam.