Merlijn Doomernik

‘Vrouwen, zorg dat je zichtbaar bent!’

Marry de Gaay Fortman | Advocaat

In haar boek Verdrink geen dooie eend beschrijft zij hoe hard de top van het bedrijfsleven is. „Meer mannen moeten one of the girls worden.”

Ze is het schoolvoorbeeld van een succesvolle vrouw in een mannenwereld. Bij advocatenkantoor Houthoff aan de Zuidas, waar ze advocaat-partner is, zijn negen van de 47 partners vrouw, de andere 38 man. Als commissaris houdt ze toezicht op De Nederlandsche Bank. En op luchtvaartmaatschappij KLM, waar de topman, financieel directeur en operationeel directeur alle drie man zijn – en van de negen managers in de laag daaronder zijn er twee vrouw.

De top van het bedrijfsleven is een harde wereld, zegt Marry de Gaay Fortman. Hoe zij zich daar staande hield, beschrijft ze in het boek Verdrink geen dooie eend, dat maandag verschijnt.

Ze stuitte regelmatig op vooroordelen van haar collega’s. Bijvoorbeeld toen ze als advocaat-medewerker in aanmerking kwam om partner te worden bij het kantoor. Ze kwam op gesprek bij de leidinggevende die haar moest beoordelen. Goed voorbereid over haar commerciële en inhoudelijke bijdrage aan het kantoor stapte ze zijn kamer binnen, gespannen. Zijn eerste vraag: „Zo Marry, hoeveel kinderen wil jij eigenlijk nog?”

Haar mond viel open. Wát een impertinente vraag, dacht ze. Ze wilde die vraag niet beantwoorden, maar ze wilde ook niet boos worden – dat zou verspilde energie zijn. Ze zei: „Geen idee. Hoeveel wil jij er zelf eigenlijk nog?”

Het is een tactiek die ze is gaan verfijnen en een naam gaf: beminnelijke doeltreffendheid. Als iemand een nare opmerking maakt – uit onwetendheid of om je te kwetsen – maak die dan op een rustige en tactvolle manier onschadelijk, bijvoorbeeld met een goedgeplaatste grap of vraag. Zonder over mensen heen te walsen, of er té veel aandacht aan te besteden door de strijd aan te gaan.

Zo beschrijft ze een onderhandeling, waarbij de man die tegenover haar zit, haar tot twee keer toe „regentesk” noemt. De eerste keer reageerde ze door te zeggen dat ze dat vervelend vond. De tweede keer voelde ze „drift opborrelen”. Ze dwong zichzelf rustig te blijven en vroeg waaróm hij toch steeds dat woord gebruikte. Zijn antwoord: „Om jou te plagen.” Een ongemakkelijke stilte volgde. Ze schrijft: „Juist doordat ik professioneel bleef, kwam zijn gedrag als een boemerang terug.”

Dit soort situaties – als iemand probeert een gesprek een negatieve en doelloze kant op te sturen – is ze ‘dooie eenden’ gaan noemen. Haar devies: geef die ‘eenden’ niet te veel aandacht, maar blijf focussen op je doel.

Juist doordat ik professioneel bleef, kwam zijn gedrag als een boemerang terug

Denkt u dat je deze tactiek ook kunt leren als je van nature wat minder sociale vaardigheid en empathisch vermogen hebt?

„Ja. Maar er moet in het bedrijf ook een cultuur zijn die máákt dat je dat kunt veranderen. Dat je dat bij elkaar mag zien en elkaar daarop mag aanspreken. Op een beminnelijke manier. Geef je iemand een publieke aframmeling, dan beschadig je hem of haar, maar ook jezelf.”

Precies op dat moment weigert de pen van een van de interviewers. Binnen een seconde zegt De Gaay Fortman: „Wil je een pen van mij?” Ze loopt naar een ladekast en haalt er een Houthoff-pen uit. „Hier, deze schrijft heel goed.” Lachend: „Dat zie ik dus ook.”

„In mijn boek noem ik oud-minister Klaas de Vries. Hij zag het in vergaderingen als mensen hun thee op hadden, en schonk dan nieuwe in. Ook dat zorgzame is beminnelijkheid, het leidt tot een prettige sfeer waarbinnen iedereen beter tot zijn of haar recht komt.”

Kostte het u moeite dat te leren?

„Aan de ene kant niet: ik heb de sociale intelligentie. Maar van nature ben ik niet geduldig of tactvol. Ik wil heel graag dingen voor elkaar krijgen en dat doe ik niet altijd via de meest beminnelijke weg. Juist omdat ik daar af en toe tegenaan ben gelopen, heb ik geleerd dat ik effectiever en rustiger kan zijn. Dus als ik het kan, kan iedereen het leren.”

Dus als ik het kan, kan iedereen het leren

Marry de Gaay Fortman werd in 1965 geboren als dochter van Bas de Gaay Fortman, partijleider van de PPR, die later opging in GroenLinks. Als kind klom ze in bomen en zat ze op judo, waar ze een vervaarlijke „judoblik” ontwikkelde en al snel zó goed was dat ze met de jongens meevocht. Tot de judobond daar bezwaar tegen maakte – die vond het vervelend voor de jongens als die van een meisje verloren. Ze was dus niet heel meisjesachtig, kun je denken. Ze typeert zichzelf in het boek als ‘tomboy’ in het gezin van vijf meiden.

Beïnvloedt die ‘jongensachtigheid’ hoe u nu als vrouw in een mannenwereld functioneert?

„Ik denk dat dat onverschrokkene me wel helpt. En doordat ik vroeger met jongens speelde, kan ik goed met hen ‘bonden’. Je ziet in de bedrijfstop dat mannen veel minder goed weten hoe ze met vrouwen moeten werken. Dat zou moeten veranderen. Eigenlijk moeten meer mannen one of the girls worden.”

Hebt u een streepje voor vergeleken met andere vrouwen, die wel ‘meisjesachtige’ dingen deden?

„Misschien doorzie ik ‘het spel’ beter, door mijn tomboy-achtergrond. Als ik één ding aan vrouwen mag meegeven, de gouden tip: zorg dat je zichtbaar bent. Het is zo jammer als vrouwen die steengoed zijn, vooral anoniem op hun kamer zitten. Be good and tell it – zorg dat opvalt waar je in uitblinkt. Mannen zijn daar goed in, maar vrouwen kunnen het ook leren. Dat kan ook zonder ellenbogenwerk.

Het is zo jammer als vrouwen die steengoed zijn, vooral anoniem op hun kamer zitten

„Het helpt al enorm om duidelijk je ambitie uit te spreken en niet al te terughoudend te zijn. Als je daar te laat mee begint, loop je al snel vijf jaar achter op de carrière van een mannelijke collega die wél meteen zegt: ik wil hier partner worden. De laatste jaren worden vrouwen gelukkig veel zelfbewuster.”

Is de bedrijfstop ook geschikt voor minder competitieve, directe, slagvaardige vrouwen?

„Ik zie ook heel veel mannen die die eigenschappen minder hebben. Ik hoop dat ik juíst een inspiratie ben voor vrouwen die denken: ik was vroeger géén halve jongen. Volgens mij komen vrouwen al goed voor zichzelf op. Maar het probleem is dat ze nog steeds te weinig ruimte krijgen. Ik zie veel vrouwen die op een mooie positie zitten, maar moeite hebben om de volgende stap te nemen, omdat die hun niet gegund wordt. Of omdat mannen zich niet goed in hen kunnen verplaatsen, bijvoorbeeld doordat twijfel direct gezien wordt als onkunde. Bij vrouwen komt twijfel vaak voort uit een behoefte alles zorgvuldig af te wegen. Het is zo jammer als dat negatief gelabeld wordt.”

Er zijn wettelijke normen voor meer vrouwen aan de top. Werken die niet?

„Nou, er is nog wel wat te bereiken in Nederland. Bedrijven moeten het in hun jaarverslag verantwoorden als ze níet 30 procent vrouwen in de top hebben. Slechts 6 tot 9 procent van de bedrijven voldoet aan die rapportageplicht. In landen om ons heen zie je dat met quota de discussie in één keer voorbij is. Daarom vind ik dat de overheid naleving van die bepalingen zou moeten afdwingen. Dat kan best met die database van 1.600 vrouwen in de top [van de Stichting Topvrouwen.nl waar De Gaay Fortman voorzitter is, red.] Maar tegelijk moet je ook wat aan de bedrijfscultuur doen.”

Een quotum zou goed zijn?

„Ja, ik noem het tijdelijke dwang. Dat je het in één keer rechttrekt. En dan is het nóg maar 30 procent. Dus wat is rechttrekken? In Frankrijk worden topbenoemingen niet alleen nietig verklaard als ze in strijd zijn met de grens van 40 procent, maar ook de beloningen worden opgeschort. Nou, dán gaat het opeens heel hard. Ik ben wat feller geworden omdat ik zie dat het gewoon te langzaam gaat.”

Ik hoop dat ik juíst een inspiratie ben voor vrouwen die denken: ik was vroeger géén halve jongen

Er zijn meer vormen van discriminatie op de arbeidsmarkt, zoals naar etniciteit. Is dat niet ook belangrijk?

„Absoluut. Voor mij is diversiteit essentieel. Het gaat me niet alleen om vrouwen, maar ik zeg wel: pas op dat die verschillende groepen niet tegen elkaar uitgespeeld worden.”

U bedoelt een opmerking als: discriminatie van minderheden is pas een probleem, waar hebben jullie topvrouwen het over?

„Ja, want dan loopt nog steeds de witte man ermee heen, met het been. Daar ga ik recht voor staan. Bijna als bij rugby (ze spreidt haar armen wijd): dáár kom je niet mee weg, dat moeten we ons niet laten gebeuren. Vrouwen zijn nog steeds de grootste minderheid en we zijn hier al heel lang mee bezig. Daarom doe ik ook een cri de coeur aan de politiek, om het laatste stukje te repareren.”

Hoe combineert u het drukke werk met een gezin met vier kinderen?

„Een van de belangrijkste dingen die ik vrouwen wil zeggen: ook als je de zorg voor het huishouden gedeeltelijk uit handen geeft, neem je nog steeds je verantwoordelijkheid naar je partner, gezin of privéleven. Als je je kinderen als een soort taxidienst overal naartoe rijdt, onthouden ze dat niet hoor, later. Ze onthouden de bijzondere momenten waarop je er was. Ik was er bijvoorbeeld heel kien op dat ik in schoolvakanties rustiger aan deed. Dan ging ik thuiswerken. Buiten die vakanties vond ik het makkelijker om heel hard te werken – dan hadden de kinderen ook hun eigen dingen. Maar juist als ze vrij zijn en in het weekend kun je leuke dingen doen en een hele zaterdag met ze optrekken op het hockeyveld.”

Vinden uw kinderen ook dat u er genoeg bent?

„Dat moet je aan hen vragen. Maar ze vonden het wel leuk een beetje hun gang te kunnen gaan. Wat me wel veel moeite heeft gekost: om er echt te zijn, als je thuis bent. Ik herinner me dat mijn dochter een verhaal aan het vertellen was, en ik was afgeleid door mijn mobiel. Ik dacht: ik luister wel tegelijk. Dat ging natuurlijk niet en ik stelde een vraag die niet helemaal aansloot. En zij hield op met praten. Ik zei: ah joh, doe niet zo flauw. Vertel me dat verhaal. ‘Nee, dat krijg je niet te horen.’ En de volgende dag ook niet. Dus ja… je kinderen voeden jou ook op.”

Je kinderen voeden jou ook op

Maar op de ‘nu even niet-momentjes’ gaan alle luiken dicht, zegt De Gaay Fortman. Dan wil ze er echt voor iemand zijn. „Maar zelfs dát is lastig, want ook dan kan het zijn dat ik ergens een spoedadvies moet geven of een cliënt te woord moet staan.”

De Gaay Fortman onderbreekt het gesprek. „Even één seconde”, zegt ze. Ik bedenk me iets belangrijks. Ze belt een assistent om door te geven dat haar zoon over een half uur thuis komt. Intussen schenkt ze nog wat water in voor haar gasten.

Het klinkt alsof u het druk genoeg hebt. Waarom heeft u dit boek geschreven?

„De uitgever vroeg me dit boek te schrijven, dus ik heb het idee dat ik ben overgehaald. In het boek noem ik dat typisch vrouwelijk. De vraag was eigenlijk: wil je een boek schrijven over je carrière als vrouw in een mannenwereld? Maar ik werd pas echt enthousiast toen ik doorhad dat je die vraag breder kunt opvatten: ik wilde schrijven over de heersende cultuur in de bedrijfstop, die effectiever, beminnelijker en diverser kan.”

Kennen mensen in het bedrijfsleven de theorieën die u beschrijft niet al?

„Het is niet nieuw. Ik ben geen business goeroe, ik heb geen grote nieuwe theorieën, maar ik zeg wel: ga het nou gewoon doen. Ik heb voor twee soorten boeken een zwak. Het Amerikaanse managementboek en de biografie. Ik wilde het boek persoonlijk houden, ook al begeef ik me daarmee buiten mijn comfortzone. Ik hoop dat die combinatie het leuk leesbaar maakt.”

Leuk leesbaar?

„Ja, mijn grootste ambitie is dat niet alleen mensen in het bedrijfsleven het lezen, maar ook de algemene lezer. Grappig hè? Ook in die zin ben ik dus ambitieus.”