Spektakel? Wachten is het devies

Luik-Bastenaken-Luik Op papier moet de beslissing in de oudste voorjaarsklassieker vallen op de Côte de Saint-Nicolas, de kuitenbijter vlak voor de finish.

Slotklim

Na een laatste verkenning van de Côte de Saint-Nicolas, de verwachte scherprechter in de finale van Luik-Bastenaken-Luik, weet Frank Vandenbroucke precies hoe hij het gaat doen. Rue de Bordelais, huisnummer 256, daar moet het gebeuren. „Daar ga ik ze allemaal uit het wiel rijden”, bluft VDB in alle voorbeschouwingen.

En inderdaad. Op zondagmiddag 18 april 1999, ruim tien jaar voor zijn tragische overlijden, schrijft ‘Il Bimbo d’Oro’ wielerhistorie op de Saint-Nicolas. Een verschroeiende aanval bij nummer 256, erop en erover bij koploper Michael Boogerd, solo op weg naar de zege in ‘La Doyenne’. Vlak daarna zal Vandenbroucke in verband worden gebracht met doping, maar zijn naam blijft staan op de erelijst. „Op hem stond daar echt geen maat”, herinnerde Boogerd zich jaren later.

Elf hellingen

Zondag starten 175 renners in Luik voor de 104de editie van Luik-Bastenaken-Luik, de laatste voorjaarsklassieker van dit seizoen. Ook nu is de Côte de Saint-Nicolas op papier beslissend, als laatste van in totaal elf hellingen in de Ardennen. Twintig jaar geleden besloot organisator ASO de kuitenbijter toe te voegen aan de finale, op ruim vijf kilometer voor de finish in het voorstadje Ans. Vanaf het voetbalstadion van Standard Luik gaat het 1,2 kilometer omhoog met een gemiddelde stijging van 8,6 en een maximum van 10,9 procent. Spektakel verzekerd? Wel de eerste jaren, met beklijvende aanvallen van ‘VDB’, Paolo Bettini of Boogerd. Maar de laatste jaren valt de beslissing zelden op de Saint-Nicolas.

Wachten, wachten, wachten is de laatste vijf edities het devies voor winst in de oudste van alle voorjaarsklassiekers – de eerste editie was in 1892. De favorieten houden elkaar zelfs tussen de huizen en grijze flats op de Saint-Nicolas in een ijzeren greep. Wie aanvalt, verspeelt energie voor de laatste anderhalve kilometer, die ook nog met vijf procent omhoog loopt. Dan maar sprinten in de troosteloze Rue Jean Jaurès van Ans. Met zondag weer alle kans voor de Spanjaard Alejandro Valverde, die met een vijfde zege recordwinnaar Eddy Merckx zou evenaren.

„Alejandro is een fantastische coureur, maar de concurrentie is niet zo sterk als in eerdere decennia”, zegt de in 2012 gestopte Oscar Freire, drievoudig wereldkampioen, in het blad Procycling. „Iedere weet vooraf dat Valverde de favoriet is in Luik en toch is er niemand die hem onder druk zet.”

Nivellering in de top

Nivellering in de top, steeds meer renners verteren een zware koers over 258 kilometer goed genoeg om tot het laatst mee te kunnen. Liever kans op een mooie ereplaats, punten voor de wereldranglijst en wat prestige dan alles riskeren met een (te) vroege aanval. Wordt de zwaarste van alle klassiekers een sprinterskoers?

Vroeger waren de Ardennen het ideale decor voor heroïsche ontsnappingen. Ab Geldermans soleerde in 1960 naar de eerste van vier Nederlandse zeges, na hem volgden Steven Rooks (1983), Adri van der Poel (1988) en Wout Poels (2016). Merckx trok vaak al tachtig kilometer voor de finish in de aanval op de Stockeu, waar op de top een monument voor hem staat. De ultieme solo door de sneeuw van Bernard Hinault in 1980, de aanval van Andy Schleck in 2009. Kan het nog, een ultieme aanval op La Redoute (veertig kilometer voor de eindstreep) of La Roche-aux-Faucons (op twintig kilometer)? Of desnoods een spetterende demarrage op de Saint-Nicolas, bij huisnummer 256.