Rutte krijgt die dividendbelasting maar niet van tafel geveegd

Formatie

Alle ontkenningen ten spijt blijken er wel degelijk formatiestukken te zijn over de dividendbelasting. De oppositie ruikt een kans.

Mark Rutte tijdens zijn persconferentie vrijdag. Foto Lex van Lieshout/ANP

Wéér zit premier Mark Rutte (VVD) met de veelbesproken dividendkwestie, die hem al sinds het aantreden van het nieuwe kabinet kwelt. En wéér zit hij met vragen over zijn geloofwaardigheid. De oppositie in de Tweede Kamer maakt zich op voor een nieuwe ronde lastige vragen aan de premier.

Een maand geleden hoopte Rutte de discussie over het afschaffen van de dividendbelasting eindelijk achter zich te hebben gelaten. Multinational Unilever kondigde aan haar hoofdkantoor te verplaatsen van Londen naar Rotterdam. „Geweldig nieuws voor Nederland”, jubelde Rutte. Hét bewijs voor de juistheid van het omstreden plan uit het regeerakkooord, dat 1,4 miljard euro kost. Het Unilever-nieuws kwam ook nog eens op een heel geschikt moment: vijf dagen voor de gemeenteraadsverkiezingen.

Maar nu is de zeurende kwestie terug – met dank aan onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam. Uit een verzoek dat zij deden op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), blijkt namelijk dat er tijdens de kabinetsformatie wel degelijk documenten zijn opgesteld over de dividendbelasting. Het ministerie van Financiën weigert die stukken vrij te geven omdat anders „de noodzakelijke vertrouwelijkheid” van de kabinetsformatie geschaad zou worden.

Rutte en de onderhandelaars van de andere coalitiepartijen hebben altijd gezegd dat ze „geen herinnering” hebben aan stukken over deze kwestie. Rutte zei dit vrijdag opnieuw, tijdens zijn wekelijkse persconferentie, die voor het grootste deel over deze zaak ging. Daarbij had hij heel veel woorden nodig om uit te leggen dat er volgens hem eigenlijk niets vreemds aan de hand was. Formeren is „hééél complex”, zei Rutte, en tijdens de onderhandelingen komen „ik wééét niet hoeveel stukken voorbij”.

Met deze onthulling heeft de oppositie nieuwe munitie in handen om het Rutte moeilijk te maken. Met name GroenLinks, SP en PvdA willen al vanaf de start van het kabinet weten hoe deze maatregel („een cadeau voor buitenlandse investeerders”) tot stand is gekomen: hij stond namelijk in geen van de verkiezingsprogramma’s van de coalitiepartijen. Hoe kan de coalitie zonder enige documentatie te hebben, zo’n ingrijpend besluit nemen? Was er misschien een stevige lobby van multinationals aan de gang?

De ministers Koolmees (Sociale Zaken, D66) en Schouten (Landbouw, ChristenUnie), beiden secondant bij de formatie, zeiden vrijdag dat de documenten weliswaar bestaan, maar dat deze alleen aan een specialistische ‘zij-tafel’ over belastingen waren ingezien – en niet door de hoofdonderhandelaars. Rutte zei vrijdag hetzelfde.

Een vreemde verklaring is dat wel. Tijdens een speciaal debat over de belastingverlaging, november vorig jaar, zei Rutte nog dat de coalitie tot het besluit was gekomen „op basis van internationale gesprekken”. Ook vertelden betrokkenen dat het de premier zélf was die de dividendbelasting ter tafel had gebracht in de formatie – en dat het dus niet in eerste instantie afkomstig was van de fiscale zijtafel.

Vooralsnog houdt de coalitie de rijen gesloten. Dat zullen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie waarschijnlijk ook doen, mocht het volgende week of later opnieuw tot een Kamerdebat komen.

Toch is Rutte ook dan niet verlost van de kwestie. De UvA-onderzoekers proberen bij de rechter alsnog publicatie van de interne memo’s af te dwingen. Eén keer eerder was er jurisprudentie over een vergelijkbare zaak, en toen kreeg het kabinet gelijk. Maar dat was wel vijftien jaar geleden.

En ook als de rechter het ministerie in het gelijk stelt, komt de dividendbelasting vanzelf weer terug. Het kabinet moet de maatregel namelijk nog altijd écht doorvoeren – en dat gaat volgens de planning gebeuren in de begroting van volgend jaar.

Kansen genoeg dus voor de oppositie om de geloofwaardigheid van de premier in twijfel te trekken.