Recensie

Nauwe straten, gaslicht, paardenvijgen

In The Alienist jaagt een briljante psychiater op een seriemoordenaar in New York. Ondanks de losse eindjes, kun je als kijker niet wachten op de afloop.

Psychiater dr. Laszlo Kreizler in New York anno 1896.

Caleb Carrs The Alienist was een van de fijnste vakantieboeken van 1994. Helaas verzandde een verfilming in ‘development hell’ tot Netflix bijna een kwart eeuw later het groene licht gaf voor een serie.

The Alienist is een thriller in de trant van Thomas Harris, in de jaren negentig na The Silence of the Lambs immens populair. Bij Harris puzzelen empathische FBI’ers in een race tegen de klok psychologische profielen bij elkaar van geniale seriemoordenaars die geobsedeerde bloedrituelen aanrichten vol mutilatie, necrofilie of kannibalisme.

Inmiddels is dat concept in tv-series als Hannibal nogal absurd op de spits gedreven, met wekelijkse diners van mensenvlees en totempalen van lijken. Wat The Alienist indertijd onderscheidde van Harris-epigonen was de setting: New York anno 1896. De briljante ‘alienist’ (psychiater) dr. Laszlo Kreizler jaagt daar met journalist John Moore, zijn Watson, en de proto-feministische politiesecretaresse Sarah Howard op een homoseksuele Jack the Ripper. Kreizler zet moderne forensische inzichten in – psychiatrie, pathologie, vingerafdrukken – en heeft een heimelijke bondgenoot in commissaris Theodore Roosevelt, de toekomstige president. Zij staan voor het moderne Gotham van wolkenkrabbers, auto’s, film en radio, maar voorlopig houdt het oude New York van corrupte politie, kerk en regenten de seriemoordenaar nog de hand boven het hoofd.

Caleb Carr, een eminente militaire historicus, kruidde zijn thriller weelderig met historische detail, de Netflix-serie vertaalt dat in liefdevolle digitale recreatie van New York. The Alienist is ‘wereldbouwen’ op topniveau: een modderig Babylon van nauwe straten, gaslicht en paardenvijgen, van schimmige sloppen versus rijke herenhuizen vol gepolitoerd hout en blinkend koper.

Ook de casting deugt, met een overtuigende liefdeskwartet van gekweld genie Kreizler (Daniel Brühl), losbol Moore (Luke Evans), strijdlustige Howard (Dakota Fanning) en gekneusde huishoudster Mary (Q’orianka Kilcher) – al opereert de menselijke bulldozer Theodore Roosevelt (Brian Geraghty) iets te nuffig naar mijn smaak.

Toch haalt de serie niet het gewenste morbide niveau van True Detectives. Daarvoor leunt The Alienist te vaak op visuele clichés uit de David Fincher-school, blijken te veel scènes vullertjes of losse eindjes, voelen emotionele onthullingen soms geforceerd en is de sfeer van sluipend onheil en paranoia wat zwaar aangezet: in 1896 kwam de zon kennelijk zelden op in New York. Toch is het tempo erg voortvarend en kan ik na vijf afleveringen niet wachten op de afloop. Dan doe je iets goed: met The Alienist is het fijn bingen.

    • Coen van Zwol