Recensie

Monument voor een tragische cartograaf

Jacob van Deventer (ca. 1500-1575)

Jarenlang trok deze cartograaf langs steden en dorpen van het Habsburgse rijk. Maar de vraag is of iemand zijn werk ooit te zien kreeg. Nu is er een schitterende editie van zijn monnikenwerk.

Kaarten van Woerden (lb), Naarden (rb), Oldenzaal (lo) en Ootmarsum (ro) van Jacob van Deventer Foto’s uit besproken boek

Het moet een merkwaardig gezicht zijn geweest in Nederlandse dorpen en steden in het midden van de zestiende eeuw: een vreemdeling die kerktorens en stadswallen beklom, hardop zijn passen telde terwijl hij over straten en pleinen, langs sloten en grachten liep en daarbij ijverig aantekeningen maakte. Lieden met belangstelling voor stadswallen, bastions en poorten werden nogal eens verdacht van spionage. Maar hier was een landmeter aan het werk, met een vrijgeleide in het Nederlands en in het Frans van koning Philips II.

Hij werkte aan een reuzenproject: de kartering van de Nederlandse steden en grotere dorpen die tot het Habsburgse Rijk behoorden, dus onder de heerschappij vielen van Karel V en Philips II. Hiertoe behoorden het huidige Nederland, België en Luxemburg en stukken van Frankrijk en Duitsland. Plattegronden van 226 van die steden, opgemeten en getekend in de periode 1545-1575 zijn bewaard gebleven. Het zijn fraaie, gedetailleerde manuscriptkaarten, deels gebonden in twee atlassen in bezit van de Nationale Bibliotheek in Madrid, en deels los en verspreid over verschillende bibliotheken. Van al die kaarten is nu een schitterende editie gemaakt. Geen facsimile’s of een loodzware onhanteerbare uitgave, maar een royaal boek met nieuwe digitale opnames van al die kaarten, de meeste op zestig procent van de ware grootte.

Uniformiteit

Wie enigszins is ingevoerd in oude kaarten of wie een geschiedenis van zijn eigen stad in de kast heeft staan, herkent de kaarten van Jacob van Deventer (ca. 1500-1575) onmiddellijk. Ze hebben een grote mate van uniformiteit in formaat en schaal. De steden zijn weergegeven in loodrechte projectie, waarbij kerken, kloosters, abdijen, stadhuizen, stadspoorten en vestingwerken in scheve projectie zijn ingetekend. Veel voorkomende elementen als woonhuizen, bruggen, bomen en sluizen worden aangeduid met kleine symbolen. Het meest kenmerkende is nog de inkleuring: de huizen in rozerode tinten, het omliggende weide- en akkerland, bossen en moerassen in variaties groen, de waterlopen in blauw.

Wat daarbij opvalt, is de grote hoeveelheid groen, dus onbebouwd terrein dat binnen de stadsmuren lag. Daarbuiten liggen de land- en waterwegen, en vaste elementen als kloosters, leprozenhuizen, een reeks molens en een galgenveld. De schaal varieert van 1:7400 tot 1:8400. Vergelijking met moderne kaarten laat zien hoe nauwkeurig Jacob van Deventer te werk is gegaan.

Over de cartograaf, Jacob van Deventer (ca. 1500-1575), is weinig bekend. Geboren in Kampen, naar de Latijnse School in Deventer en daarna een studie in de meest nabijgelegen universiteitsstad Leuven, dat staat wel vast. Wat hij studeerde is niet duidelijk, maar waarschijnlijk kwam hij daar in contact met wiskundigen en cartografen. Later ontpopte hij zich in Mechelen als een cartograaf die een reeks kaarten van Nederlandse gewesten maakte. Voor wie of voor welk bestuurscollege is niet duidelijk. Ergens in de jaren veertig zette Van Deventer zich aan de onderneming om ook de steden in die gewesten vast te leggen. Hij heeft er jaren over gedaan en dat alles zonder luchtballon, satelliet of drone.

Zo schimmig als Jacob van Deventers leven was, zo onduidelijk is ook voor wie hij die kaarten heeft gemaakt en welke functie ze hadden. De samenstellers van deze uitgave houden het erop dat hij als vrije ondernemer aan het project is begonnen en de koning heeft weten te interesseren. Die heeft hem betaald en hem die vrijgeleide laten verstrekken. Maar Philips II heeft het resultaat nooit onder ogen gekregen.

Waarvoor dienden die kaarten? De eerste gedachte gaat naar een militaire functie; met deze kaarten zouden belegeraars hun voordeel kunnen halen. Maar daarvoor ontbreken toch te veel elementen. Hadden ze dan een bestuurlijke, juridische of fiscale functie? Ook daarover bestaat geen eensgezindheid. Bovendien vertonen de kaarten nergens gebruikssporen zoals aantekeningen, beduimelingen, scheurtjes, vouwen et cetera. Alles wijst er op dat het project nooit is voltooid.

Jacob van Deventer stierf in 1575 in Keulen waar hij drie jaar eerder naar toe was verhuisd. De atlasdelen kwamen in handen van Spaanse overheidsdienaren en belandden later in Madrid. Pas in de negentiende eeuw doken ze weer op, maar nu als historische curiositeit.

Heren burgemeesters

Het heeft iets paradoxaals, zo niet iets tragisch. Het langdurige en kostbare monnikenwerk van Jacob van Deventer, die jarenlang van stad tot stad is gereisd met in zijn koffer, pennen, papier, een stappenteller, passer, kompas en niet te vergeten zijn vrijgeleide om aan de heren burgemeesters te tonen, zodat hij ongestoord zijn werk kon doen. Betaald is hij dus wel, maar zijn hele project is kort na zijn dood in de la verdwenen. Sinds de herontdekking van deze kaarten zijn er met verschillende technieken deeluitgaven verschenen, maar deze keer zijn alle kaarten voor het eerst integraal uitgegeven. Het boek bevat een gedegen inleiding, elke plattegrond heeft een informatieve begeleidende tekst en aan het eind van het boek staan nog korte hoofdstukken met een overkoepelende visie over stadsontwikkeling en de verschillende vormen van de steden met een grote nadruk op de relatie met water. Een fraai monument voor een bijna vergeten cartograaf.

    • Roelof van Gelder