Opinie

    • Luuk van Middelaar

Laten we de robots onder voogdij houden

Wat als een klunzige zorgrobot de thee omgooit en een bejaarde brandwonden oploopt? Wat als een zelfrijdende auto een ongeluk veroorzaakt, zoals Tesla overkwam? En wat als een fabrieksarbeider sterft door toedoen van een robot, zoals in juni 2015 gebeurde bij Volkswagen in Frankfurt? Dan duikt de vraag op waar schuld en aansprakelijkheid liggen: bij de robotfabrikant, de werkgever, de gebruiker – of bij de robot zelf?

Dit laatste klinkt ook vandaag als sciencefiction, maar toch bepleiten sommigen om robots ‘rechtspersoonlijkheid’ te geven. Het Europees Parlement heeft de Europese Commissie in februari 2017 opgeroepen een „specifieke juridisch status” voor robots te ontwikkelen, als „elektronische personen” met verantwoordelijkheid voor schade.

Kennelijk zou de robotindustrie de aansprakelijkheid voor ongelukken met-of-door robots – met of door, dat is de inzet van het debat – graag afwentelen op de gebruikers (die zich dan maar moeten verzekeren). Tegen dit idee ontstaat verzet, deze week met een brief van 150 robotica-experts aan de Commissie.

Geen moment te laat, want Saoedi-Arabië ging al verder: in oktober 2017 verleende het als eerste staatsburgerschap aan een robot. Een vrouwelijke nog wel: Sophia, gemodelleerd naar Audrey Hepburn. Met dit gebaar zei de ambitieuze kroonprins Mohammed bin Salman: zie mijn land in de technologische voorhoede! Inderdaad, straks mogen robots daar nog eerder zonder man achter het stuur dan vrouwen.

Nu het gebruik van robots zo snel groeit, en hun leervermogen en zelfcontrole toenemen, belanden vragen van aansprakelijkheid in de economische en juridische sfeer. Claimadvocaten slijpen hun messen. Terecht schrijven de 150 experts evenwel: vergeet niet de zwaarwegende maatschappelijke, psychologische en ethische kanten; dit is geen speelterrein voor enkel juristen. Want uiteindelijk raakt de status van robots de filosofische vraag wat een mens is, onze diepste morele en politieke overtuigingen. Het is beter dat we daar als samenleving over nadenken.

Voorstanders van robotrechten zeggen ‘Slimme robots handelen in bepaalde situaties als mensen; moeten we ze niet beschermen tegen misbruik?’ Ook beroepen ze zich op een analogie met de rechtspersoonlijkheid van bedrijven. Een bedrijf is, hoewel geen mens, aansprakelijk voor zijn handelingen, kan in de rechtszaal worden beboet of bestraft.

Maar achter bedrijven of andere collectieve rechtspersonen zitten individuele mensen die ter verantwoording kunnen worden geroepen. Achter een robot niet. Wat zou die tegen de rechter moeten zeggen: programmeerfoutje?

Met burgerschap voor robots, zoals in Saoedi-Arabië, springen de ongerijmdheden helemaal in het oog. In de westerse traditie veronderstelt burgerschap niet alleen intelligentie, maar allereerst een vrije wil en moreel oordeelsvermogen. Op de notie van ieders vrije wil rusten onze rechtsstaat en onze democratie. De advocaat die een gestoorde cliënt vrijpleit van een misdrijf zegt niet dat deze „te dom” is, maar „wilsonbekwaam” – iets heel anders.

Samenlevingen met een utilitaire opvatting over het goede, of met minder gevoel voor gelijkheid van alle mensen, ervaren kennelijk minder bezwaren tegen robot-burgers dan samenlevingen in de humanistische, postchristelijke traditie. Saoedi-Arabië of Japan (waar algoritmes aan een juridische opmars bezig zijn) zitten niet in een ‘voorhoede’ waar we achteraan moeten hollen, maar op een ander filosofisch pad. Laten wij in Europa robots liever onder voogdij houden. Niet de voogdij over minderjarigen, die ooit meerderjarig worden en aan onze greep ontsnappen, maar voogdij over permanent wilsonbekwamen. Want als we machines tot mensen maken, ontmenselijken we onszelf.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en hoogleraar Europees recht en EU-studies. Deze column is wekelijks.
    • Luuk van Middelaar