opinie

    • Frits Abrahams

Laat de zon niet merken dat je huilt

We zaten aan het Vogelmeer, dat fraaie, kunstmatige stukje natuur in de Kennemerduinen. De lente gaf ons een mooie zomerdag. Er viel weinig te zien wat we niet al eerder hadden gezien – eendjes, rimpelloos water, een hoog overvliegende aalscholver – maar dat gaf niet. Er was zon en er was rust, meer hoefde niet.

Terwijl we ons in de warmte koesterden, moest ik opeens denken aan een liedje dat Don’t Let The Sun Catch You Crying heet. Het moest jaren geleden zijn dat ik het voor het laatst gehoord had. Toch was ik de melodie nog niet vergeten.

„Ken je dat nog?”, vroeg ik mijn vrouw. Ze schudde haar hoofd.

Ik begon het te neuriën, maar dat hielp niet, hoewel ik toch een verdienstelijk neuriër ben.

„Zegt de naam Gerry Marsden je nog iets?” vroeg ik.

„Nooit van gehoord”, zei ze.

„Van Gerry and The Pacemakers!”, riep ik ontsteld.

Toen begon ik zo pathetisch mogelijk You’ll Never Walk Alone te zingen: When you walk through a storm/ Hold your head up high/ And don’t be afraid of the dark…

„O, is dat van hém?”, vroeg ze.

Ik knikte. Het viel me weer eens op hoezeer het menselijke hoofd, althans het mijne, gevuld kan zijn met volstrekt onnutte kennis. Over de relativiteitstheorie en de theorie van de quantummechanica heb ik erbarmelijk weinig te melden, maar maak me midden in de nacht wakker en vraag me naar de eerste hits van Gerry and The Pacemakers uit de jaren zestig en ik som ze moeiteloos op: How Do You Do It? en I Like It.

You’ll Never Walk Alone is geschreven door de befaamde musicalcomponisten Rodgers en Hammerstein”, doceerde ik, „maar Gerry Marsden heeft het beroemd gemaakt. Dankzij zijn versie uit 1963 is het een mondiale, sentimentele voetbalhymne geworden, wat eigenlijk jammer is, want het is van oorsprong een mooi, sober lied. Toch vind ik Don’t Let The Sun Catch You Crying, dat hij wél zelf heeft geschreven, mooier, weemoediger vooral.”

Mijn vrouw liet mij vriendelijk begaan, want je moet de jongen in je man altijd even de ruimte geven, anders is-ie een beetje beledigd. We begonnen zelfs eendrachtig – we zaten nog steeds samen in de zon – aan de vertaling van de titelregel. „Laat de zon niet merken dat je huilt”, besloten we. Een mooie regel, hij zou ook van Menno Wigman kunnen zijn.

„Waar gaat dat lied verder over?”, vroeg ze nog, maar zó ver reikte mijn kulkennis niet. Ik beloofde het thuis te zullen opzoeken.

’s Avonds las ik op mijn laptop dat je volgens Gerry Marsden ’s nachts in je bedje best mag huilen als je een gebroken hart hebt, maar dat je moet ophouden met janken als ’s morgens toch weer de zon schijnt en de vogels zingen. Want al is het dan vervelend om te ontdekken dat je geliefde er met een ander vandoor is, liefde is maar een spel en kan altijd terugkomen, dus laat de zon daarom niet merken dat je huilt.

Nu pas besefte ik dat Marsden een optimistisch mens moest zijn, zoals ook uit You’ll Never Walk Alone blijkt. Wat er ook gebeurt, het komt altijd goed, een mens is nooit alleen. „Walk on, walk on, with hope in your heart, and you’ll never walk alone.”

Ik haastte me naar mijn vrouw met deze blijde boodschap.

    • Frits Abrahams