Opinie

    • Arjen Fortuin

In de Leeuwenhoek: embedded bij de dementerenden

Zap Adelheid Roosen en Hugo Borst verbleven voor een documentaireserie vier weken in het verpleeghuis De Leeuwenhoek. Ondanks de sterke scènes blijf je na de eerste aflevering met een dubbel gevoel achter.

Adelheid Roosen voor de lachspiegel (Human)

De eerste beelden waren aanstekelijk: Adelheid Roosen en Hugo Borst die aan weerszijden hun hoofden op de schouders van een dementerende bejaarde leggen. Roosen die de oude en inmiddels vrijwel volledig apathische mevrouw Bahadoer mee in bad neemt en haar als een reuzenbaby in het water wiegt.

Bij Pauw, waar de fragmenten van de vierdelige HUMAN-reeks In de Leeuwenhoek dinsdagavond werden getoond, hadden Roosen en Borst het over de huidhonger die ontstaat als mensen de taal uit hun vingers zien glippen – prachtig woord. Ze verbleven vier weken in het Rotterdamse verpleeghuis De Leeuwenhoek.

De eindtune van Pauw had amper geklonken of de voorpret kreeg een andere draai: Trouw publiceerde een uitgebreid stuk over ouderenmishandeling in precies De Leeuwenhoek. De instelling stond in 2016 op een zwarte lijst van de inspectie en is daar vorig jaar van verwijderd, maar kennelijk gaan er nog steeds dingen mis. Er wordt tegen bewoners geschreeuwd, sommigen lopen blauwe plekken op.

Woensdag probeerde de directeur van de koepel bij Nieuwsuur, dat uitgebreid over de misstanden berichtte, de schade te beperken door het aantal klachten te relativeren en veel context te geven. Daarbij gaat het vooral om het tekort aan goed opgeleid personeel in de grote steden. Waar een instelling het met minder en minder goed geschoolde mensen moet doen, gaat er méér mis.

Allemaal waar, maar toch keek ik donderdagavond anders naar de lieflijkheden uit In de Leeuwenhoek. Dat ligt niet aan Borst en Roosen, die zich met grote toewijding om de patiënten bekommeren. Borst voerde gesprekjes over voetbal. Van een man weet hij al snel dat hij ooit linksbuiten was. Had hij meer een Coen Moulijnbeentje of een Piet Keizerbeentje? Moulijn, zegt de man en hij komt dan uit zichzelf met een herinnering: „Ik was watervlug.”

Even later klaagt hij over de rollator waar het personeel hem mee wil laten lopen: „Die wijven hierzo, man man man.” Daar zie je de onredelijkheid die óók bij het ziektebeeld hoort. Borst suggereert dat men bang is dat hij valt. De man, gedecideerd: „Ik ben gevallen, ik ben gelijk weer opgestaan.” Borst: „Natuurlijk, dat ben je gewend als linksbuiten.”

„Adelheid is een beetje ongeduldig”, zegt Borst al snel in de uitzending en inderdaad probeert Roosen met volle kracht leven in de brouwerij te brengen. Door dat bad, door een lachspiegel naar binnen te halen, door te aaien en te dansen en door een catwalk met pruiken en hoedjes te organiseren.

Mooie beelden, die afgewisseld worden met ernstiger materiaal zoals een interview met echtpaar waarvan de man op het punt staat naar de Leeuwenhoek te verhuizen. Hun scherpe gekibbel maakt duidelijk hoe zwaar dementie op een relatie kan drukken.

Je blijft ondanks de sterke scènes met een dubbel gevoel achter. Hoe representatief zijn deze beelden? Zijn Borst en Roosen om de tuin geleid, hebben ze niet goed opgelet of valt het wel mee met de misstanden? Je zou er de twee makers het liefst zelf over horen, al moeten we eigenlijk eerst de hele reeks van vier afwachten.

Hoe dan ook vestigt de zaak de aandacht op een oude waarheid: dat een organisatie die documentairemakers embedded laat gaan altijd ook de eigen pr op de agenda heeft staan, óók als alles gefilmd mag worden. Dat beïnvloedt altijd het resultaat – hopelijk wordt in het geval van In de Leeuwenhoek nog duidelijk in welke mate dat is gebeurd.

    • Arjen Fortuin