‘Iedereen hier heeft een elektrische fiets’

Spitsuur Michel Strikker (48) nam bewust niet het hotel van zijn ouders over. Hij wilde tijd hebben om samen met zijn vrouw Adrie Hemmink (43) de kinderen op te voeden. „We ontbijten met zijn allen. Dat moment is heilig.”

Michel: „Je merkt dat we dichtbij Duitsland zitten.” Adrie: „Ze zeggen ‘Herr Dokter’ en als je van adel bent vinden ze het geweldig.” Foto David Galjaard

Adrie: „Duitsland begint in onze achtertuin.”

Michel: „Mijn ouders hebben nog in dit huis gewoond. Het was een inklaringskantoor, van de douane. Ze waren ondernemers en hebben een boerderij verbouwd tot landhuishotel. Mijn ouders waren altijd aan het bouwen. Zo ben ik opgevoed: stilstand is achteruitgang.”

Adrie: „Ik kom ook uit de buurt, uit Hertme, een dorp met evenveel koeien als mensen. Fantastisch.”

Michel: „Nu heeft mijn broer het hotel overgenomen. We hebben samen nog een camping. Die kans kwam voorbij en daar moet je dan inspringen, vind ik.”

Adrie: „Ik heb even in Amsterdam gestudeerd. Mijn ouders zeiden al ‘zou je dat nou wel doen’. Ik merkte al snel dat ik iedereen – oma met stok, moeder met kind – voorliet in de tram. En dan gingen de deuren alweer dicht. Na een half jaar vroeg ik aan mijn ouders of ik toch niet terug mocht komen. Toen heb ik in Enschede verder gestudeerd.”

Michel: „We wonen buiten het dorp. Ik zou niet in De Lutte zelf willen wonen. Dat lijkt me iets te beklemmend.”

Adrie: „Als ik vijf minuten te laat bij school ben, krijg ik al een appje van andere ouders, ‘hé, je bent er niet?’

Michel: „Je merkt ook dat we dichtbij Duitsland zitten.”

Adrie: „Ze zeggen ‘Herr Dokter’ en als je van adel bent vinden ze het geweldig. Ik ga zeker een keer per week de grens over voor boodschappen of om een vriendinnetje van mijn dochter thuis te brengen.”

Michel: „Op zondag halen we kaiser-broodjes bij de bakker in Gildehaus.”

Adrie: „Ze hebben ook leuke spullen in de supermarkt, zoals Spätzel, een soort eiernoedels. Die heb je niet in Nederland.”

Elektrische fiets

Adrie: „Ik voel me niet Nederlands of Duits, maar Twentenaar. Het buiten zijn, een hechte gemeenschap vormen.”

Michel: „Ik heb met een groepje vrienden een paar panden in Duitsland, dat zie ik als investering. We hebben een Duitse ‘Hausverwalter’, een beheerder. Ik noem hem bij zijn voornaam, maar hij noemt mij nog altijd Herr Strikker.”

Adrie: „Als je vraagt ‘blijf je eten’, zeggen ze nee. Dat komt te dichtbij.”

Michel: „Ze zijn wat formeler in Duitsland. We hebben zo’n vijftig woningen in de portefeuille. Vaak panden met meerdere woningen, soms met een restaurant.”

Adrie: „Dat is ook een verschil: Duitsland is echt een huurland. Terwijl de huizen er veel goedkoper zijn – daarom wonen er zoveel Nederlanders vlak over de grens.”

Michel: „Die pandjes zijn ons pensioen. Ik krijg een huurstroom binnen, daarmee los ik de hypotheken op de panden zo snel mogelijk af. Het pensioenstelsel in Nederland vind ik net een piramidespel. Er komen steeds meer mensen bij die er gebruik van maken en er zijn steeds minder mensen die er geld in stoppen. Ik organiseer het liever zelf.”

Adrie: „Wij proberen samen de kinderen op te voeden. Daarom is hij ook niet de horeca in gegaan.”

Michel: „Mijn ouders waren eigenlijk altijd aan het werk. ’s Ochtends om zeven uur moesten ze het ontbijt doen en soms zaten ze om één uur ’s nachts nog met de laatste gast aan tafel. Onze woonkamer was de lounge.”

Adrie: „Er zijn jeugdfoto’s van Michel, met een vlinderstrikje achter de bar. Daar ziet hij er echt niet gelukkig uit.”

Michel: „Nu doe ik business development bij mijn bedrijf FBD. We detacheren door het hele land zo’n honderd mensen in de financiële sector, op het hogere managementniveau. Ik heb bewust geen vast bureau. Waar ruimte is, ga ik zitten. Maandag, dinsdag en vrijdag ben ik vrij veel op kantoor. Dan hebben we vergaderingen en presentaties. Woensdag en donderdag heb ik afspraken buiten de deur. Ik rijd rond de 40.000 kilometer per jaar.”

Adrie: „Dat is ook inherent aan in Twente wonen.”

Michel: „Onze oudste dochter Elin fietst elke dag tien kilometer op en neer naar school. Naar de handbal vijf kilometer. Maar ze heeft wel een elektrische fiets. Dat heeft bijna iedereen hier in de buurt.”

Adrie: „Er zitten meer dan vijftig kinderen uit Duitsland op school. Die komen ook allemaal met de elektrische fiets. Er zijn kinderen die 20 kilometer fietsen, van Bad Bentheim naar Oldenzaal.”

Michel: „’s Ochtends eten we aan tafel, met zijn allen, tussen kwart over zeven en half acht. Op mijn werk weten ze dat dit moment heilig is. ‘s Avonds weten we nooit of het lukt om samen te eten. Ik dek de tafel voordat we naar bed gaan. Om kwart voor acht springt Elin op de fiets.”

Adrie: „Ik breng Zara rond acht uur naar school. Met mooi weer op de fiets. Dan ligt het eraan hoe mijn dag is. Ik ben gisteren naar kunstbeurs Tefaf in Maastricht geweest, in een dag heen en terug. Dat doe ik om bij te blijven, om prijzen te zien. Op maandagochtend ga ik altijd naar de Vereniging Oudheidkamer Twente, een stichting die zich hard maakt voor het behoud van het culturele erfgoed van Twente. Dat vind ik belangrijk want als je niet weet waar je vandaan komt, ga je er ook niet voor vechten. Vaak hebben we maandagavond een vergadering.”

Michel: „Mijn eten zet ze in de magnetron klaar en soms komen we elkaar tegen op de snelweg.”

Adrie: „Op donderdag ben ik vaak bij museum de Twentse Welle. Ik beschrijf daar de sieraden in de collectie voor de catalogus en in het museum.”

Michel: „Soms heeft ze vondsten.”

Adrie: „Laatste zag ik een paar emaillen oorhangers in de kelder. Dat is wel iets bijzonders dacht ik. Ik liet ze zien aan een collega in Amsterdam in het Rijksmuseum die promoveert op emaille-onderzoek. En inderdaad, ze kwamen uit de late Renaissance. Dat haalde de krant.”

Michel: „Gemiddeld ben ik twee avonden per week om zes uur thuis. Ik weet nooit of het lukt, ook met de files. Soms probeer ik Zara nog op te halen van toneel, die is om kwart voor zes klaar.”

Adrie: „Ik taxeer ook wel eens juwelen of edelstenen ’s avonds bij mensen thuis.”

Michel: „Soms tennis ik op dinsdag met wie kan. Ik houd er wel van als het een beetje chaotisch is. Er ligt hier een natuurgebied naast. Daar wandel ik graag om mijn hoofd leeg te maken.”