Column

Hoe kun je nou dronken je koning eren?

In Nederland politiseren we alles wat los en vast zit. Let maar op: zo tegen 4 mei zullen er weer mensen vurig stellen dat de Nationale Dodenherdenking niet inclusief genoeg is. Toch is er in dit tijdperk van identiteitspolitiek nog één evenement over dat onomstreden is: Koningsdag! Jong en oud, Ajacieden en PSV’ers, fans van Dotan en Ronnie Flex, ‘allochtoon’ en ‘autochtoon’, jubelen tezamen ‘Oranje boven’. 27 april is zo bezien een dag van wapenstilstand. Even geen culturele oorlogen. Maar wat zegt Koningsdag eigenlijk over de inwoners van dit land?

Koningsdag begon als bottom-up initiatief om het staatshoofd in het zonnetje te zetten. Inmiddels heeft het zich ontwikkeld tot een oranjefestival waar men zich als het even kan lam zuipt en sullig gedraagt. Het is vooral te danken aan het open en flexibele karakter van de Nederlandse monarchie dat Koningsdag een onschuldig volksfeest is gebleven en alle polariserende debatten over globalisering, multiculturalisering en identiteitspolitiek heeft overleefd. Zo heeft prinses Beatrix het onder haar moeder Juliana en haar oma Wilhelmina gebruikelijke defilé op paleis Soestdijk afgeschaft, om op Koninginnedag juist het land in te gaan. Op deze manier wilde zij benadrukken dat het om ‘het volk’ ging, en niet om haar als staatshoofd. Over dienend leiderschap gesproken!

De Koningsdag nieuwe stijl die onder haar zoon is doorgevoerd, heeft niet alleen de Koningsspelen geïntroduceerd, ook worden voortaan steden bezocht met een karakteristiek centrum. Op deze manier draagt zijne majesteit bij aan citymarketing. Vrijdag is Groningen aan de beurt. Dan mag heel Nederland zien dat de Hanzestad één van de mooiste centrums en de beste universiteiten van Europa heeft. En zo is Koningsdag verworden van een dag waarop ‘het volk’ het staatshoofd in het zonnetje zet, tot een dag waarop het tegenovergestelde gebeurt. Over dienend leiderschap gesproken!

„Gefeliciteerd met Willem”, zei ik tegen de dronkelappen. Ze keken me vreemd aan

Vorig jaar ontdekte ik in Amsterdam dat de festivalisering van Koningsdag veel zegt over wie wij zijn. Ik deed toen onderzoek voor een boek over Nederlanderschap. „Gefeliciteerd met Willem”, zei ik tegen de dronkelappen. Ze keken me vreemd aan. „Oh ja… het is natuurlijk zijn verjaardag. Gefeliciteerd ouwe”, antwoordde er een. Ik keerde huiswaarts in het besef dat deze collectieve leegte en sulligheid de dubbelzinnigheid van Nederland blootlegt. Ik woon hier nu tien jaar, en na tien van zulke dagen meegemaakt te hebben, kwam ik tot de conclusie dat de ware aard van de Nederlander besloten ligt in zijn voortdurende zelfontkenning. Opmerkingen die ik keer op keer hoor: ‘Ik ben niet trots op Nederland’ of ‘ik vier Koningsdag voor de gezelligheid, maar ik heb niets met het Koninklijke Huis’. Ik blijf mij daarover verbazen.

Bij de volgende Koningsdag, vrijdag aanstaande, ga ik met vrienden in Amsterdam langs verschillende kraampjes om literaire klassiekers te verzamelen. Ik zal de onschuld en luchtigheid van de dag tot mij nemen en net als voorgaande jaren een glimlach met vreemden delen. Waar nodig zal ik mij later op de avond onder het genot van een biertje net zo sullig gedragen. Maar ik woon lang genoeg in Nederland om te weten dat mijn medelanders en ik, ondanks onze verschillen, op Koningsdag onbewust fungeren als gratis pr-machine voor het Nederlandse nationalisme en haar majesteit. Dat dit tot nu toe zonder enige politisering gebeurt, is best briljant. Leve de Koning, eindbaas van deze bende!