Recensie

Hoe en waarom traden deze bewindslieden voortijdig af?

Daar stond hij dan achter zijn spreekgestoelte in de Tweede Kamer: de minister. Beter gezegd: de in opspraak geraakte minister. De bankjes in de vergaderzaal waren volledig bezet. De stilte was een nerveuze stilte. Er stond wat te gebeuren. De feitelijke mededeling van zijn ontslag kwam er nog ferm uit. Maar daarna brak de stem van Halbe Zijlstra: ‘Ik doe dat met spijt in mijn hart.’ En afgelopen was het met een Haagse politieke carrière van elf jaar. De VVD’er Halbe Zijlstra was vanaf dat moment alleen nog maar de man die moest aftreden vanwege ‘de leugen’. Zo gaat dat dus. Het ene moment excellentie met al het ontzag dat bij de functie hoort, het andere moment de persoon die niet meer te handhaven valt en verder door het leven moet met ‘de kwestie’. Een roemloos einde is in de politiek ook vaak een getekend einde.

Het aftreden van Zijlstra was te recent voor het boek en proefschrift Verloren vertrouwen waarop historica Anne Bos onlangs promoveerde. Bos, verbonden aan het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis, onderzocht de gang van zaken rondom het aftreden van ministers en staatssecretarissen in de periode tussen 1967 en 2002. De afstand in tijd biedt het voordeel dat gebeurtenissen beter geplaatst kunnen worden.

Verloren vertrouwen is een boek vol politiek drama. Want soepel dan wel geruisloos aftreden komt vrijwel nooit voort. Braks, Brokx, Evenhuis, Van der Linden, Van Eekelen, Ter Veld, Peper, In ’t Veld: we kennen ze alleen nog maar van het aftreden, niet van hun beleid. Het aftreden dat door henzelf bijna altijd als zo onrechtvaardig werd ervaren. Met tranen, boosheid, verbittering als gevolg.

Thematisch gegroepeerd (conflict in het kabinet, conflict met de Kamer, aftreden wegens een persoonlijk feit) worden alle voortijdige vertrekkers behandeld. Het waren er negentien in 35 jaar: negen ministers en tien staatssecretarissen. Dit komt neer op ongeveer één opgestapte bewindspersoon per twee jaar. Sinds 2002 zijn al zestien ministers en staatssecretarissen voortijdig opgestapt oftewel gemiddeld één per jaar. Dit zegt overigens weinig. Want zoals Bos stelt kent ieder aftreden een uniek verhaal met een eigen dynamiek. Toch blijft de vraag of er nu eerder wordt afgetreden als gevolg van een gewijzigd klimaat: een strenger parlement, een mede door sociale media hardere publieke opinie.

Regels zijn niet op te stellen, meent Bos. Aanblijven of vertrekken is uiteindelijk een politiek besluit met al zijn opportunistische afwegingen. Het zijn deze afwegingen die het boek zo interessant maken. De kwesties zijn wel enigszins bekend. Maar wat is er aan zo’n stap vooraf gegaan? Veel. En ook veel wat tot nu toe minder bekend was, zoals koningin Juliana die er in 1980 aanvankelijk niet voor voelde minister Frans Andriessen ontslag te verlenen. Kon hij niet even met ziekteverlof, suggereerde zij. Juliana vreesde dat Andriessens vertrek zou kunnen leiden tot een kabinetscrisis. Het zou betekenen dat haar al aangekondigde troonsafstand in een politiek turbulente tijd zou vallen.

Meestal is een aftreden het gevolg van een combinatie van factoren en blijft het gissen wat de doorslag gaf. Trad de politiek onervaren minister Hayo Apotheker (Landbouw, D66) in 1999 onverwacht af omdat hij de baan niet aankon of omdat hij niet uit de voeten kon met de Varkenswet, zoals hijzelf beweerde? Ook Bos slaagt er niet in het ultieme antwoord te geven. Dat hoeft ook niet. Voortijdig aftreden is bijna altijd een gevolg van politiek trek- en duwwerk en persoonlijke worsteling. In Bos’ proefschrift is dit proces knap in kaart gebracht.

    • Mark Kranenburg