Column

Het Loppersum van de luchtvaart

De hemel boven Kudelstaart is een schoolbord vol lijnen en vegen. De Westeinderplassen spiegelen het zomerblauw; aan de overkant glimt de Schipholtoren. Elke twee, drie minuten glijdt er een vliegtuig omhoog. Eerst in stilte en dan bereikt het grommen de oevers, met een diepe trilling, als van onweer. Daarna komt er een blazend stofzuigergehuil bij.

Kudelstaart is zo’n dorp waarvan je ziet dat het ooit mooi moet zijn geweest. Kerkje. Wit manegegebouwtje. Vrijstaande huisjes waar inwoners het onkruid tussen de tuinpadtegels staan weg te schrapen alsof er niks aan de hand is. Alsof er geen vrachtverkeer dendert, geen vliegtuigen razen. Alsof dit nog hetzelfde dorp is als toen Wim Kan en Corry Vonk er woonden. André van Duin heeft er een vakantiewoonboot. Dit is een Nederland dat eigenlijk al voorbij is, opgeslokt in een technologisch landschap en in kabaal.

Verderop zet Aalsmeer zich schrap voor de meivakantie. Hier lijken de vliegtuigen wel stalen gebouwen die vanachter de huizen opdoemen. Elke vijf minuten is het alsof er een bak knikkers over een zinken dak rolt. Dit is het Loppersum van de luchtvaart. Misschien moet André er de Freek van worden? Ook hier lijken overheid, toezicht en bedrijfsleven te dicht op elkaar te zitten. Verschil 1: hier gaat het verval geleidelijk. Verschil 2: hier doet Nederland alléén weinig tegen.

Terwijl ik een rondje om deze plas maak, zit een inwoner uit Aalsmeer bij de Raad van State, voor een hogerberoepzaak tegen het niet optreden van de inspectie bij de overschrijding van de geluidsnorm. Die man krijg niet of misschien wel gelijk. En dan? Die vliegvelden blijven groeien, en dit geweld is op papier kennelijk keurig binnen de norm.

Uiteindelijk kun je het probleem alleen aanpakken op het niveau waar het ontstond: de markt. Vliegen is domweg veel te goedkoop geworden. Dat kun je alleen gezamenlijk, internationaal, rechttrekken. En vermoedelijk ook alleen in theorie. De trein stimuleren? Dat moet Europees.

Straks dus Lelystad Airport. Voor gebieden als de Veluwe komen vast afspraken – hoe vaak, hoe laag – zoals ze er hier voor Nationaal Landschap Het Groene Hart vast ook waren. Toch ging het naar de klote, stukje bij beetje.

We moeten hopen dat een volgende generatie schoon transport uitvindt. Tot die tijd kan en moet onze overheid de laatste restjes dorpen en natuur sparen. Opdat het daar niet wordt als hier.

Witte bruggetjes glinsteren in de verf. Een zeilbootje glijdt langs. Veertig tellen lang hoor je vogels kwetteren alsof er niks aan de hand is.

Christiaan Weijts schrijft iedere vrijdag een column.