Opinie

    • Menno Tamminga

Eigen talent eerst? Vergeet ’t maar

Wat is er mis met eigen kweek? Grote Nederlandse ondernemingen leiden hun toekomstig kader wel op, maar kiezen toch vaker voor een buitenstaander, zo lijkt het wel als zij een topfunctie te vergeven hebben. Soms komen zij wel uit de sector, soms juist helemaal niet. Het viel me vorig jaar op bij ABN Amro. De raad van bestuur was gekrompen van zeven naar drie. Allen buitenstaanders. Voorzitter Kees van Dijkhuizen werkte bij het ministerie van Financiën en bank NIBC. Clifford Abrahams, de financieel directeur, bij verzekeraar Delta Lloyd. En Tanja Cuppen bij de Rabobank.

Zoals dat gaat als je denkt dat je iets nieuws hebt gezien: het lijkt opeens overal. Bij Schiphol vervangt de ene nieuwkomer, Dick Benschop, de vorige nieuwkomer, Jos Nijhuis, voorheen accountant, als president-directeur. Frans Muller volgt Dick Boer op als bestuursvoorzitter van Ahold. Boer was een levenslange supermarktman, Muller niet. Afgelopen week nam Eelco Blok afscheid als bestuursvoorzitter van KPN. Hij werkte er zijn hele leven. Zijn opvolger is de Italiaanse Colombiaan Maximo Ibarra, voorheen bij Wind Tre, wel een telecombedrijf. Meer voorbeelden? De topman en de financieel directeur van verf- en chemiegigant AkzoNobel. Ingenieursbureau Arcadis. Bodemonderzoeker Fugro.

Er blijven uitzonderingen. Pieter Elbers (KLM), levenslang in de ‘blauwe familie’. Frans van Houten (Philips), die laatst in Het Financieele Dagblad zei dat hij nog jaren wil blijven.

Lees ook dit interview met Ingrid van den Maegdenbergh over de ziel van de topmanager

Wat maakt buitenstaanders zo populair? Staat het bedrijfsleven er zo slecht voor dat ondernemingen opeens massaal behoefte hebben aan mannen en vrouwen met een frisse blik die ze in eigen gelederen niet hebben (opgeleid)? Nee, de zakenwereld verkeert juist in blakende toestand. Hoge winsten, lage rente, onmachtige vakbonden. Dat duidt niet op een grote vraag naar fixers en klusjesmannen (m/v) die de mislukkingen van hun voorganger moeten opruimen.

De ene helft van het bedrijfsleven leidt het topkader op voor de andere helft

Is het dan de dynamiek van de economie, het tempo van verandering dat zo hoog is? Kunnen buitenstaanders dat wél aan? Ook niet zo overtuigend. Dan zou de rekrutering van zoveel buitenstaanders een schreeuw van paniek zijn.

Twee redenen resteren. De eerste is dat de high potentials die een gooi naar de top doen, zelf graag van baan en werkgever wisselen. De ene helft van het bedrijfsleven leidt zodoende het topkader op voor de andere helft. Een beetje zoals in de voetbalwereld. Efficiënt is het niet. Grote bedrijven pronken met hun beproefde management development, maar ze missen het ultieme rendement: eigen kweek in de top. Mogelijk raken de potentials teleurgesteld in hun werkgever: de weg naar de top is lang en je voorgangers in de management-klasjes hebben het ook niet gehaald.

De tweede reden kan zijn dat de commissarissen die de bestuurders benoemen, niet op eigen kweek vertrouwen. Een soort interne oppositie tegen het old boys network.

De consequentie laat zich uittekenen. Het aanstormende topkader én de commissarissen die hen benoemen, hebben minder waardering voor managers van ‘binnen’. Zij verkiezen buitenstaanders. Nieuwkomers. Huurlingen. Die zijn duurder. Vandaar die almaar stijgende topbeloningen.

Menno Tamminga schrijft over economie en ondernemingsbeleid.
    • Menno Tamminga