Een minister van grote woorden

Hugo de Jonge | Profiel

Minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge is er niet speciaal op uit om wetten te maken. Dat duurt hem te lang. Hij wil dingen in de gezondheidszorg laten veranderen door de zorgsector zelf. Daarom gaat hij vaak op werkbezoek. „Wat heb je ook altijd prachtige pakken aan.”

Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) lanceert het programma ‘Thuis in het verpleeghuis’ in aanwezigheid van de bewoners van verpleeghuis De Kreek. Het programma wordt ingezet om de verpleeghuiszorg de komende jaren merkbaar en meetbaar te verbeteren. Robin Utrecht

Wat heeft hij zich de afgelopen jaren verbaasd over Haagse zorgdebatten. Moeilijk jargon, onbegrijpelijke afkortingen, ingewikkelde stelseldiscussie. Nauwelijks te volgen voor patiënten.

Zo wilde Hugo de Jonge (CDA) het dus niet gaan doen, toen hij werd gevraagd als minister van Volksgezondheid en vicepremier in het kabinet Rutte-III.

Een klein half jaar zit De Jonge nu op zijn nieuwe post. Vanaf de eerste dag heeft hij zijn belangrijkste ambtenaren duidelijk gemaakt: geen uitgebreid gesleutel meer aan het systeem. Tegen zijn secretaresse zei hij: we gaan minimaal twee keer per week op werkbezoek, wat er ook gebeurt.

Uit presentaties, werkbezoeken en gesprekken met de minister en mensen die met hem werken blijkt steeds duidelijker hoe vicepremier Hugo de Jonge (1977) zijn politieke geloof in de praktijk brengt.

De Zeeuw met vetkuif en hippe schoenen (die buiten de politieke bubbel geen irritatie opwekken, maar het ijs breken) weigert te geloven dat Haagse politiek een ver-van-mijn-bed-show moet zijn voor burgers.

Hij wil direct invloed uitoefenen op het leven van mensen, dicht op de huid van de burger zitten. Zo deed hij dat als wethouder in Rotterdam en zo wil hij het blijven doen. Iedereen moet voelen en merken dat het kabinet er voor hen is.

De Jonge: „Het is hier te weinig gegaan over wat mensen merken van veranderingen die in Den Haag worden ingezet. Ik wil het verschil maken in het leven van mensen.”

Wie kijkt naar De Jonge on tour, ziet een minister die een nieuw soort politiek wil uitdragen. Een vicepremier die zich verantwoordelijk voelt voor het gevoel dat Rutte-III overbrengt. „Handen uit de mouwen” noemt De Jonge het vaak. En niet voor niets benadrukt hij steeds: dit is een wethouderskabinet. Van de 24 bewindspersonen hebben er 16 ervaring in het lokale bestuur – 12 van hen waren ooit wethouder.

„Als wij laten zien dat we daadwerkelijk met problemen van mensen bezig zijn, kan dat helpen het vertrouwen van mensen in de landelijke politiek te herstellen”, zegt De Jonge.

Het is, zegt hij, zijn persoonlijke invulling van het regeerakkoord (titel: ‘Vertrouwen in de Toekomst’).

Expliciet afgesproken is het volgens De Jonge niet, maar hij ziet ook bij collega’s voorbeelden van de dicht-op-de-huid politiek. Denk aan het besluit van dit kabinet om de gaskraan in Groningen helemaal dicht te draaien. Goed voor de mensen, slecht voor de financiën.

De Jonge: „Ik denk dat veel bewindslieden hun opdracht hetzelfde interpreteren als ik.”

Robin Utrecht

Soundbites

Er klinkt pianomuziek door de serre van verpleeghuis De Kreek in ’s-Gravenzande. Hugo de Jonge komt binnen en maakt een rondje. Hij kletst wat met medewerkers, met patiënten, met zorgbobo’s – altijd aanwezig bij dit soort bijeenkomsten. Veel grapjes, voor iedereen een persoonlijke noot. Tegen Jan de Vries van vakbond CNV Zorg en Welzijn: „Wat heb je ook altijd prachtige pakken aan. Waar koop je die toch!?”

Hier in ’s-Gravenzande presenteert De Jonge zijn plannen voor de verpleeghuiszorg. Het is twee weken geleden, en één van de vele actieplannen die hij aankondigt. Zijn stijl van politiek bedrijven vraagt niet om lange wetgevingstrajecten – die noemt hij „de langzaamste weg naar resultaat” – maar om concrete en behapbare plannen.

Wat heb je ook altijd prachtige pakken aan. Waar koop je die toch!?

Zo kwamen er actieprogramma’s tegen eenzaamheid (‘Eén tegen eenzaamheid’), voor een betere arbeidsmarkt (‘Actieprogramma Werken in de Zorg’), voor betere ouderenzorg (‘Pact voor de Ouderenzorg’), voor betere jeugdzorg (‘Zorg voor de Jeugd’) en dus voor betere verpleeghuiszorg (‘Thuis in het verpleeghuis’).

Elk programma heeft zijn eigen soundbites (‘Oma moet het merken’) en duidelijke maatregelen. Daarover is dan al op het ministerie onderhandeld met belangenverenigingen, werkgevers- en werknemersorganisaties.

Er staan zonder uitzondering grootse plannen in. 70.000 extra werknemers voor de verpleeghuizen, isoleercellen in de jeugdverpleging verleden tijd, alle 75-jarigen bezoeken en vragen of ze eenzaam zijn.

De presentaties volgen een vast stramien. De Jonge loopt zijn rondje op een locatie die door het ministerie is uitgezocht. Zijn departement heeft altijd wel een gelikte videopresentatie gemaakt en De Jonge houdt een praatje. Daarna een drankje, selfies en weer bij chauffeur Tim in de auto.

Luister ook de podcast over Wopke Hoekstra (minister van Financiën) en Hugo de Jonge (minister van Volksgezondheid): dé nieuwe talenten van het CDA.

Tomatensoepje

In ’s-Gravenzande ging het over hoe de 2,1 miljard euro die beschikbaar is voor betere verpleeghuizen uitgegeven moet worden. In zijn toespraakje citeerde De Jonge, een beetje onverwacht, Barack Obama. „Change will not come if we wait for some other person or some other time. We are the ones we’ve been waiting for. We are the change that we seek.”

Een paar ouderen, bezig een tomatensoepje weg te lepelen, keken verbaasd op. Een man achter de piano begeleidde de uitspraak met een vrolijk riedeltje. De Jonge ging onverstoord verder: „Er zijn geen excuses meer. Het geld is er, de ruimte om te verbeteren is er. Nu moeten ouderen merken dat het beter gaat.”

In een rustig hoekje van de zaal drinkt de minister even later een glas sinaasappelsap. Het klopt, geeft hij meteen toe: wetgeving heeft hij nog weinig ingezet. En ja, hij weet dat dit het klassieke machtsmiddel is van een minister. Het is alleen niet zijn favoriete middel.

Jerry Lampen

De Jonge: „Voor je het weet ben je de halve regeerperiode onderweg voordat er iets verandert. Dat wil ik niet. Wat dat betreft ben ik, denk ik, een heel praktische minister. Ik heb meer instrumenten tot mijn beschikking dan regels en pegels.”

Belangrijk onderdeel van zijn werkwijze: stimuleren. Zorgen dat mensen weer trots zijn om, bijvoorbeeld, te werken in de ouderenzorg. „Ik wil dat er anders over verpleeghuizen wordt gepraat”, zegt De Jonge in ’s-Gravenzande. „Het moet een mooie plek zijn om te werken. Ik zet mijn positie in om mensen daarvan te doordringen.”

PR is daarom voor hem ook belangrijk, al krijgt hij juist om die reden ook kritiek. „Deze minister heeft kennelijk een enorme behoefte aan profilering”, zei Hans Buijing, voorzitter van de Branchebelang Thuiszorg Nederland, in een interview met NRC.

Lees ook: het interview met Hans Buijing

Pakje kauwgum

De Jonge ziet dat anders. Natuurlijk ziet hij er graag goed uit. Maar zijn optredens staan, vindt hij, altijd in dienst van patiënten en mensen die in de zorg werken. Dáárom zit hij met ouderen bij Pauw te vertellen over eenzaamheid, doet hij mee aan amusementsprogramma De Kwis met Paul de Leeuw, laat hij zich in een sneeuwstorm door EenVandaag in een minuscule lelijke eend proppen om een rondje te rijden.

De Jonge is zich zeer bewust van zijn positie en steeds bezig met hoe hij overkomt. Wanneer hij een actieplan presenteert in het kantoor van wijkzorgmedewerkers in Utrecht is dat even zichtbaar. Zijn glanzend blauwe pak contrasteert een beetje met het kleine zaaltje met tapijt en systeemplafond – aan de wanden hangen foto’s van plaatselijke jeugd.

Wanneer De Jonge een plakkaat in ontvangst moet nemen, wil hij van zijn plastic stoeltje opstaan en naar voren lopen. Even houdt hij zijn pas in. Uit de binnenzak van zijn jasje komt een pakje Sportlife Extramint – hij gooit het snel onder zijn stoel.

In de tuin van het kantoor lacht hij om een vraag over het pakje kauwgom. „Ik zal laten zien waarom ik dat doe”, zegt hij „Kijk, als ik op de foto ga met dat pakje in mijn binnenzak… dan staat mijn jasje bol. Dat ziet er niet uit.”

Het moet er goed uitzien. Maar serieuzer is een andere tactiek: steeds weer dezelfde boodschap herhalen. In zijn geval zijn dat allerlei varianten op „merkbaar” en „merken”. In verpleeghuis De Kreek: „Ouderen moeten merken dat ze het beter krijgen.” In het jeugdzorgkantoor in Utrecht: „Jongeren moeten merken dat het beter gaat in de sector.”

Dat is dus ook waar hij op afgerekend kan worden. Merken patiënten straks dat hun leven is verbeterd?

Natuurlijk, er zijn meetbare doelstellingen bij: komen er inderdaad 70.000 extra werknemers in de verpleeghuizen bij, stopt het separeren van jongeren in de geestelijke gezondheidszorg?

Minister Hugo de Jonge helpt in de bediening van een kerstdiner voor eenzame ouderen georganiseerd door het Nationaal Ouderenfonds. Olaf Kraak

Stok achter de deur

De minister heeft (financiële) prikkels in zijn actieplannen ingebouwd om eventueel vooruitgang te kunnen afdwingen. Maar meer dan bij wetgeving – die meteen verplicht voor iedereen geldt – maakt De Jonge zich afhankelijk van medewerking in de zorgsector zelf. Zijn actieplannen zijn erop gericht dat zij hun werk beter gaan doen, meer gaan samenwerken. Dat is bewust, want De Jonge gelooft dat werkelijke verandering alleen van de grond komt als mensen in de zorg het ook willen. Er is wel een risico: krijgt hij de zorgsector niet mee, dan vormen zijn plannen minder een stok achter de deur dan wetgeving zou doen.

Mensen die met De Jonge onderhandelen over de plannen voelen daardoor vertrouwen, maar hebben ook het idee dat het succes van zijn ministerschap voor een groot deel afhankelijk is van hen.

Monique Kempff van NU’91, een belangenvereniging voor verpleegkundigen en verzorgenden, houdt wel van het „charme-offensief” dat De Jonge voor de zorg houdt. „Maar dan moet het er wel uit komen. Als de zorgsector niet meegaat in zijn plannen, kunnen zijn woorden weleens hol blijken te zijn.”

„De Jonge heeft flair”, zegt ook Frank Bluiminck, directeur van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland. Maar: „De vraag is nu: maakt de minister zijn grote woorden waar?”

De Jonge kijkt minder naar de lange termijn dan zijn voorganger Edith Schippers (VVD). Zij kreeg, juist door aan het zorgstelsel te sleutelen en met lastige wetgeving aan de slag te gaan, voor elkaar dat de zorgkosten voor het eerst in decennia werden afgeremd.

Zo’n hoger doel heeft De Jonge niet. In de achtertuin van het zorgkantoor in Utrecht schudt hij zijn hoofd. „Ik ben daar niet op die manier mee bezig. Ik wil gewoon dat mensen merken dat we voor hen aan de slag gaan. Dat Den Haag hen ziet, luistert naar hun problemen en er iets aan doet. Dat is het belangrijkste.”

    • Enzo van Steenbergen