Een bus vol schaars geklede meisjes voor de Heineken-staf

Promotiemeisjes Heineken wordt in Afrika geconfronteerd met grensoverschrijdend gedrag van werknemers, ook van Europese expats. Huidig topman Van Boxmeer had in Congo een relatie met een promotiemeisje.

Seks als transactie: in veel Afrikaanse landen is het niet ongebruikelijk en sommige expats van de brouwer doen er enthousiast aan mee, blijkt uit gesprekken met vijftien voormalige Heineken-werknemers in Europa en Afrika. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

‘Wij hadden met het personeel van mijn afdeling een jaarlijkse conferentie in een luxe hotel”, zegt een oud-expat van Heineken die kort geleden terugkeerde uit Afrika. „Beetje teambuilding, spelletjes doen en er werd soms iemand van het hoofdkantoor ingevlogen voor een voordracht. ’s Avonds was het dansen en drinken en tegen elf uur arriveerde een buslading met tientallen schaars geklede meisjes, die beschikbaar waren voor in de hotelkamer. Wat gênant, dacht ik de eerste keer dat ik dat meemaakte. Boys will be boys, zei een senior manager die naast me zat.”

Veel voormalige medewerkers van Heineken in Afrika zitten vol met zulke verhalen, met vaak als kern: plezier voor de mannen en professioneel of materieel voordeel voor de vrouwen. Vorige maand schreef NRC al dat promotiemeisjes van Heineken in Afrika bijna twintig jaar na de eerste alarmbellen nog steeds slachtoffer zijn van misbruik en ook vandaag de dag onder druk staan om met leidinggevenden naar bed te gaan. Heineken maakte donderdag op de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering bekend dat het de werkomstandigheden van Afrikaanse promotiemeisjes nu laat onderzoeken.

Lees ook: Promotiemeisjes van Heineken verkopen bier met hun lichaam.

Het ruilmiddel seks

Seks als transactie: in veel Afrikaanse landen is het niet ongebruikelijk en sommige expats van de brouwer doen er enthousiast aan mee, blijkt uit gesprekken met vijftien voormalige Heineken-werknemers in Europa en Afrika.

Zo had je de Nederlandse directeur van de Heineken-dochter in Nigeria, die twee lokale minnaressen een baan gunde als secretaresse waarvoor ze volgens vriend en vijand ongeschikt waren. Of de directeur van het brouwbedrijf in Rwanda, ook Nederlander, die zijn liefje een auto van de zaak gaf. Ook kreeg zij een contract als toeleverancier van brandstof over de grens in de Democratische Republiek Congo, terwijl de concurrentie goedkoper en beter was.

Dan was er de lokale personeelsdirecteur, eveneens in Congo, klein van stuk maar almachtig bij de lokale vestiging van Heineken. Zijn bijnaam: le tireur d’élite, ofwel de scherpschutter. Vrijwel elke vrouw die bij Heineken in Congo werkte, moest seks met hem hebben, ook als ze zich daar fysiek tegen verzette. Soms klonk er lawaai uit zijn kantoor.

De algemeen directeur in Congo in een deel van die periode was niemand minder dan Jean-François van Boxmeer, de huidige topman van ’s werelds tweede bierbrouwer. Hij was van 1990 tot 1996 expat in het land dat toen nog Zaïre heette, eerst drie jaar als verkoopdirecteur en daarna als topman. Wat hij deed tegen de uitspattingen in Congo? Niets, zeggen ingewijden.

Zelf was de Belg volgens diverse collega’s uit die tijd jong en onstuimig: een rokkenjager. Hij was getrouwd met zijn landgenote Donatienne Bodart, wier vader al sinds de koloniale tijd een belangrijke rol speelde bij de Heineken-brouwerijen in Afrika. Volgens ingewijden had hij Van Boxmeer na talrijke afwijzingen bij andere bedrijven aan een traineeship geholpen bij Heineken. Eenmaal in Zaïre begon de jonge manager een relatie met een lokaal promotiemeisje. Ook deze vrouw profiteerde van de verhouding: ze werd manager van de brouwerijwinkel waar T-shirts en andere merchandising te koop waren. Volgens Heineken ging het om een relatie met wederzijdse instemming van een „toen jonge manager met een collega”.

Tijdens de aandeelhoudersvergadering van Heineken gaf Van Boxmeer toe dat hij ooit een relatie heeft gehad met een promotiemeisje, maar hij zei ook dat hij dat als een privézaak beschouwt.

„Collega’s gaan ervan uit dat je met het halve land naar bed gaat”, merkte een teruggekeerde expat. „Het is de norm. De lokale omgeving verwacht dat ook en ziet het vaak niet als een probleem. Voor veel expats is het verleidelijk.”

Geen prioriteit

De cultuur van grensoverschrijdend gedrag die heerst bij Afrikaanse vestigingen van Heineken, is volgens interne bronnen de voornaamste reden dat misstanden niet worden aangepakt. „Het werd door onze mensen zo gewoon gevonden dat het geen issue was”, zegt Hans Wesseling, een oud-manager personeelszaken op het hoofdkantoor in Amsterdam die in 2004 de Promotion Girls Policy schreef. Daarmee moest in theorie een eind komen aan de wanpraktijken waarvan de promotiemeisjes ook toen al slachtoffer waren. Dat leidde in 2000 voor het eerst tot publieke verontwaardiging, toen in Cambodja.

Heineken beloofde vorige maand na de berichten over promotiemeisjes direct beterschap: „Duidelijke regels, training, kledingvoorschriften, verbod op drinken van alcohol tijdens het promoten, toezichthouders van het promotiebureau in bars en vervoer naar huis van werk.”

Op het toezicht in de bars na stond dit allemaal ook al in het beleid uit 2004, maar daarmee gebeurde weinig. Uit intern onderzoek uit 2007 bleek dat Heineken wereldwijd zeventig markten met promotiemeisjes als riskant kenmerkte, maar ook dat werd goeddeels terzijde geschoven. Van Boxmeer zit sinds 2001 in de raad van bestuur op het hoofdkantoor van Heineken en is sinds 2005 de baas. Maar voor hem heeft het dossier kennelijk nooit prioriteit gehad. Op de aandeelhoudersvergadering erkende hij dat de kwestie te lang „onder de radar” gebleven was.

Wesseling: „Die maatregelen waren er vooral voor de buitenwacht die zich druk maakte. Het was een antwoord op onze critici, maar intern werden de misstanden niet als een probleem gezien, en zeker niet als ons probleem.”

En zo bleven promotiemeisjes hun lichaam inzetten om bier aan de man te brengen en konden managers ongestoord hun gang blijven gaan met ondergeschikte vrouwen.

Het meest opzienbarende verhaal is misschien wel dat van een landelijk topman, die veel waarde hechtte aan zijn gezondheid maar kennelijk weinig ophad met voorbehoedsmiddelen. Vrouwen op wie hij zijn zinnen had gezet, stuurde hij altijd eerst langs de medische afdeling. Voor een aidstest.

Olivier van Beemen is auteur van het onlangs verschenen boek 'Bier voor Afrika'.

    • Olivier van Beemen