Recensie

De twijfels van een overtollige man

Michael Kumpfmüller

De ik-verteller in deze roman personifieert de moderne man. Zelfvertrouwen is hem vreemd, schuldgevoelens leiden hem, vrouwen zijn hem de baas, ze kleineren hem net als zijn vader deed.

Uit: ‘A to B tales of modern motoring’, een fotoboek van de Britse fotograaf Martin Parr, met als onderschrift: ‘I often think: he doesn’t have to grow up and I do Foto Martin Parr/Magnum Photos/HH

Er bestaat geen liefdesrelatie zonder machtsverhouding, en waar de genegenheid tussen man en vrouw kiert, loert de strijd der seksen naar binnen. In Leerschool der liefde van de Duitse schrijver Michael Kumpfmüller (1961) kijkt een man van middelbare leeftijd terug op zijn liefdesleven.

Je hoeft het boek niet noodzakelijk als een generatieroman te lezen, maar Kumpfmüllers subtiele overdrijving en stereotypering verleiden daar wel toe. De beste reden om het als een moralistische vertelling te beschouwen, waarin de ik-verteller de moderne man personifieert, is dat deze benadering de beklemmendste leeservaring oplevert, waarna je je afvraagt hoe lang vrouwen zich nog aangetrokken zullen voelen tot de meelijwekkende schepsels die ze allang overvleugeld hebben.

Aan het begin van het verhaal heeft Georg, midden twintig, muziekdocent en weifelend componist, een onbevredigende relatie: Katrin en hij hebben in zeven jaar tijd niet één keer seks gehad. Kumpfmüller schrijft onderkoelde zinnen als: ‘Ze kwam uit een plaats vlak bij de Nederlandse grens en had al die jaren gedaan alsof ons seksuele probleem een kwestie was waar ze bij gelegenheid met genoegen over zou nadenken, alleen had die gelegenheid zich nog niet voorgedaan.’ De situatie is hopeloos, maar: ‘Ik kon haar niet laten zitten. Ik zou het minderwaardig hebben gevonden haar om die verpletterende reden te verlaten.’

Slecht geweten

Alles verandert wanneer hij Julika in zijn collegezaal ontdekt, een aantrekkelijke vrouw die hem met belangstelling bekijkt. Hij vindt de kracht zijn relatie te beëindigen, maar doet dit wel met een slecht geweten, en hij blijft ‘uit vals medelijden of uit lafheid, mocht dat niet hetzelfde zijn’ met zijn ex-vriendin afspreken om haar klaagzangen aan te horen. Met Julika ontwikkelt zich een nieuwe relatie. Seks inbegrepen.

Georg is een overtollig man, een literair type dat zijn wortels in de negentiende-eeuwse Russische literatuur vindt, een man die niet echt in zichzelf gelooft en de dingen op hun beloop laat. Met de hulp van een psycholoog probeert Georg erachter te komen ‘waarom ik geen greep kreeg op mijn leven’ – want op zijn zevenentwintigste heeft hij soms het idee dat hij iets van de toekomst moet maken.

Julika daarentegen is een en al dadendrang. Ze gaan samenwonen – op haar initiatief. Ze gaan trouwen – haar idee. Georg heeft voortdurend het gevoel dat hij tekortschiet. Wanneer Julika, die veel meer verdient dan hij, ’s avonds thuiskomt, klaagt ze dat er niet gestofzuigd is, terwijl hij de hele dag druk bezig is geweest met zijn proefschrift en een strijkkwartet.

Hij is te passief, te toegeeflijk, dat weet hij zelf ook wel: ‘Als ik in het restaurant Afrekenen! riep, dan moest ik dat doen op een volume dat de serveerster me ook hoorde.’ Verder hangt er tussen hen iets in de lucht, iets wat Julika niet eens hoeft uit te spreken: ‘Vrouwen hadden het niet makkelijk, zij hadden het moeilijker.’

Wanneer ze kinderen willen – zij wil kinderen – levert hij zijn aandeel ‘met een vleugje trots, omdat het zonder mij niet mogelijk was’, maar ook wel met het gevoel dat ze hem ‘berooft’. Ze krijgen drie kinderen en daarna is Julika chronisch overbelast. Georg kan fluiten naar seks en tederheden, maar voor ruzie is ze nooit te moe.

Wanneer hij als componist bekend wordt en serieus geld gaat verdienen (het succes overkomt hem eerder dan dat hij het nastreeft), toont ze zich niet blij, maar afgunstig. ‘Ze heeft je behoorlijk in de tang’, zeggen vrienden, ‘kan het trouwens zijn dat ze ons niet mag?’ En hij maar uitleggen dat het aan de doorwaakte nachten ligt dat ze hem uitscheldt.

Opnieuw is het een andere vrouw die een wending aan de zaken geeft. Nadat Georg een avontuurtje met een celliste heeft opgebiecht, speelt Julika de rol van martelares en zet hem het huis uit. ‘Mijn gevangenschap was voorbij.’ Dit speelt zich allemaal af in het eerste, zeer goed geschreven deel.

Patriarchaat

Het tweede deel biedt een terugblik op Georgs jeugd, met name op zijn autoritaire, egoïstische, zijn vrouw en kinderen kleinerende vader. Het beeld van het trieste huwelijk van zijn ouders maakt begrijpelijker dat Georg zich heeft ontwikkeld tot de man die hij is, iemand die opwellingen van mannelijkheid subiet onderdrukt uit schuldgevoel voor een patriarchaat waar hij in feite part noch deel aan heeft. Helaas is de gezinsthematiek in het verhaal te weinig verrassend om zo uitvoerig te worden beschreven.

Het derde deel is gewijd aan de vechtscheiding met Julika, waar de kinderen uiteraard de dupe van zijn, reden voor nog meer schuldgevoel bij Georg. Het geruzie over de alimentatie en het gedoe met lastige pubers leveren de zwakste bladzijden van het boek op.

Leerschool der liefde (met een legitieme verwijzing naar Flaubert) houdt de spanning niet vast, en wemelt trouwens van de fouten, die een corrector eruit had moeten halen. Maar het boek laat toch een sterke indruk na: die van de moderne overtollige man, die niets heeft dan zijn twijfels en zijn schuldgevoel, terwijl zijn voorvader bij Poesjkin, Toergenjev en Gontsjarov tenminste nog over een titel en een vermogen beschikte. Er is een scène die het allemaal samenvat: wanneer ze op hun bruiloft een wals moeten dansen, sist Julika, die haar echtgenoot elk initiatief uit handen heeft geslagen, hem toe dat hij haar niet leidt.