De laatste bewoners van Varkenoord

Feyenoord Bas en Janny Ras wonen al 36 jaar in een huisje op Varkenoord, het trainingscomplex van Feyenoord. Ze moeten eruit vanwege een grote verbouwing van het terrein. „Oude bomen moet je niet verplanten.”

Het echtpaar Ras zit in de woonkamer achter de vitrage. Zaterdagmiddag, het drukste moment van de week. Dertien teams spelen thuis vandaag. Bas (93) zit in zijn vaste stoel in de hoek, met zicht op de Kuip en een van de twee doelen van het hoofdveld van Varkenoord. Vrouw Janny (86) zit naast hem.

36 jaar wonen ze in een van de twee woningen op het trainingscomplex van Feyenoord, voor prof-, jeugd- en amateurtak. De afstand van hun deur tot het hoofdveld is ruim twintig meter. Ze vertellen dat er soms een bal tegen het raam komt – één keer brak de ruit. En de bal belandt via het kapdak ook wel eens in de sloot achter het huis.

Ze kijken tegen de achterkant van de dug-out van de bezoekende club. Soms staat er een spelersbus op het weggetje voor hun huis en zien ze niks. Jaren terug ging Bas nog staan om zo over de heg heen wedstrijden te kunnen kijken. Nu blijft hij in zijn stoel. Hij ziet erg slecht.

Alleen als er gejuicht wordt, weet hij dat er gescoord is. Al weet hij het pas zeker als omroeper Hans Fortuin de doelpuntenmaker bevestigt.

De oudste jeugdteams van Feyenoord en AZ spelen. Gejuich klinkt.

Bas Ras: „Hoor. Doelpunt.”

Het blijkt een mooie redding van de Feyenoord-keeper te zijn.

Feyenoord speelt zondagavond de finale van de KNVB-beker: Die is uitgegroeid tot een prijs met prestige

Verhuizing in mei 1982

Het idee om hier te gaan wonen kwam van de toenmalig voorzitter van de amateurvereniging, Sportclub Feyenoord. Het leek hem handig, omdat Bas dagelijks op de club was. Janny: „Thuis was hij op visite, zei ik altijd.” Bas, lid sinds 1949, was wedstrijdsecretaris, scheidsrechter, keeper en medeoprichter van de inmiddels opgeheven honkbalclub Feyenoord.

Ze woonden in Charlois. Janny vreesde dat haar man nooit meer van Feyenoord af zou komen als ze naar Varkenoord verhuisden. „Maar ja, omdat hij hier altijd was, zou het eigenlijk niet gek zijn.” Hun drie kinderen, al uit huis, waren voorstander. In mei 1982 namen ze hun intrek, op de dag dat in de Kuip de finale van Europacup I tussen Aston Villa en Bayern München werd gespeeld.

Ze vallen niet op, de twee eenlaagse woningen, achter de hoge heg en struiken. Ze worden ook wel de witte huisjes genoemd. In 1956 zijn ze gebouwd voor mensen die vaak op de club moesten zijn, zoals de terreinchef, kantinebeheerder of trainers.

Bas: „Zegt je dat iets, Adriaan Koonings?”

Janny: „Dat weet hij toch niet, Bas.”

Bas: „Hij heeft in het eerste gespeeld hoor.”

Koonings (1895-1963) was rechtsbinnen bij Feyenoord en werd na de oorlog ook trainer bij de club. Hij ging wonen in het huis waar het echtpaar Ras nu verblijft toen hij restaurateur werd van het clubhuis op Varkenoord.

Henk van der Stoep (86), archivaris van Sportclub Feyenoord, vertelt dat in het andere huisje onder anderen de Tsjechoslowaakse trainer Georges Sobotka en spelers Cor Veldhoen en Hans Kraay sr. woonden.

„Het leven op Varkenoord was voor ons eigenlijk één grote zomervakantie”, vertelt Hans Kraay jr. In de jaren zestig groeide hij er op met zijn zus, toen hun vader speler en jeugdtrainer was bij Feyenoord. Vanuit zijn slaapkamer had hij zicht op het hoofdveld.

Hoogtepunt was dat hij als vijfjarig ventje mocht helpen bij het kalken van de lijnen en mee kon op de grasmaaier met toenmalig jeugdspeler en terreinknecht Jan Boskamp. Kraay: „Als ik aan Jan denk, denk ik nog altijd aan de geur van gras en kalk.”

Een cadeautje van de club voor Ras.

Foto David van Dam

Het was de mooist mogelijke plek waar hij kon opgroeien, zegt Kraay, al was het huis erg klein. Kraay senior, in oktober overleden, genoot er. Kraay: „Hij was heel ontspannen.” In de trainerscarrière die volgde was dat vaak anders, hij had veel stress. Kraay: „We hebben later allemaal heimwee gehad naar Varkenoord.”

Met zo’n 80 vierkante meter is de woning van het echtpaar Ras iets groter dan het andere huisje. Het is uitgebouwd voor de vorige bewoners: het gezin van Kees Pijl junior, kantinebeheerder en zoon van de legendarische midvoor en trainer van Feyenoord. Het huisje waar de familie Kraay verbleef, is nu onbewoond, nadat de huidige terreinchef een ander onderkomen had gevonden.

Dat maakt het echtpaar Ras de laatste bewoners van Varkenoord. Uiterlijk medio volgend jaar moeten ze eruit, vanwege een grote verbouwing van het verouderde, bijna nostalgische sportcomplex, dat in 1949 werd aangelegd.

Ze huren het huis van Sportclub Feyenoord, die helpt bij het vinden van een nieuwe woning. Het liefst zouden ze hier blijven. Janny: „Oude bomen moet je niet verplanten, zeg ik altijd. Die paar jaar dat we nog leven.” Ze zucht. Ze ziet op tegen een verhuizing. „Ik moet er niet aan denken.” Ze maakt zich zorgen over het slechte zicht van haar man – of hij zijn weg wel weet te vinden in de nieuwe woning.

Ze realiseren zich dat dit huis niet meer van deze tijd is. De grond is verzakt, het onderhoud loopt achter. Janny: „Ik durf het raam haast niet te openen, want dan vliegt hij uit de sponning.” Ze hebben een tweekamerwoning op het oog in een seniorenflat verderop in Rotterdam-Zuid.

De keet werd een kantine

Veel is veranderd in die bijna zeventig jaar dat ze op Varkenoord komen. De keet werd een kantine, een flesje limonade werd cola, het scorebord werd digitaal, gras werd kunstgras.

Feijenoord werd Feyenoord, het oude Sint Clara Ziekenhuis even verderop werd gesloopt en buslijn is 48 opgeheven, waardoor Janny sinds enkele jaren tegen betaling met een wijkbusje mee moet als ze boodschappen gaat doen. Een auto hebben ze nooit gehad. „Mijn man deed alles op de fiets. Daardoor is hij zo oud geworden. Nooit gedronken. Nooit gerookt. Alleen die ogen, voor de rest is het allemaal nog goed. Dement is hij gelukkig ook nog niet.”

Bas: „Nou, ik vergeet wel eens wat.”

Janny: „Dat doe je allemaal.”

In november 1944 werd Bas Ras meegenomen door de Duitsers. Met andere mannen werd hij samengebracht in de Kuip, die de nazi’s hadden gevorderd. Hij werd tewerkgesteld in Duitsland. Bas: „Je dorst niet te weigeren, want ze stonden met geweer aan de deur.” Later werd hij huisschilder en kwam hij bij Feyenoord. De Sportclub benoemde hem tot Lid van Verdienste. In augustus is hij 69 jaar lid.

Janny: „Hij heeft tot zijn 75ste lopen scheidsrechteren. Ik kan je allerlei spullen laten zien hoor.”

Bas: „Nou. Nee joh.”

Hij leidde 1.716 duels. Even later loopt Janny naar achteren om foto’s te pakken. En een boekje waarin Ras vanaf 1949 de uitslagen en data bijhield van duels waarin hij zelf speelde. De clublogo’s heeft hij ingekleurd. Hij vertelt trots dat hij als keeper Feyenoord 4 haalde.

Het boekje waarin Bas Ras vanaf 1949 per seizoen de resultaten bijhield van de teams waarin hij speelde.

Foto David van Dam

Janny heeft nooit voor een baas gewerkt. Ze hielp in de kantine. Janny: „Ik heb altijd achter mijn man gestaan, dat hij zijn werk hier kon doen. Als je dat niet doet als vrouw, drijf je van elkaar af. Ik ken er genoeg die gescheiden zijn, omdat die vent altijd op Varkenoord zat.”

Post wordt via één gezamenlijke brievenbus bij het hek afgeleverd, voor zowel amateurclub, jeugdacademie als de familie Ras. Tot een paar jaar terug sorteerde Bas de brieven en bracht hij ze bij de verschillende afdelingen langs. Janny heeft die taak overgenomen, nu Bas zo slecht ziet.

Brand in het jeugdhonk

Ze zijn er altijd. Ook ’s nachts als het terrein verlaten is en de Kuip stil. In maart 2005 schrok Janny vroeg in de ochtend wakker van een knal. Het naastgelegen jeugdhonk stond in lichterlaaie. Het brandde volledig uit, hun woning liep ook schade op. Janny: „Ik was helemaal overspannen.” Uit politie-onderzoek bleek dat het is aangestoken.

Bij thuisduels van Feyenoord staat het uren voor de aftrap al vol op Varkenoord met fans. Er wordt gedronken, geürineerd in de bosjes en vuurwerk wordt afgestoken. Het zijn niet de meest prettige dagen voor het echtpaar. Een keer stond de heg in de fik. Als de fans weg zijn, spuit Janny altijd het erf om het huis schoon.

Tot twee jaar terug gingen ze naar het stadion. Ze hadden een plek op de eretribune, naast clubbestuurders en andere notabelen. Sinds Bas zo slecht ziet, gaan ze niet meer.

Ze horen het als Feyenoord scoort in de Kuip.

Bas: „Als ze juichen, zeggen we: oh, ze hebben gescoord. En ja hoor. Even later zien we het doelpunt op tv.” Voor altijd verbonden.