Advocaat Weski vindt dat ze is afgeschilderd als een warhoofd

De Amsterdamse rechtbank stelde deze week in een vonnis dat „door het zeer wijdlopige en grammaticaal niet kloppende taalgebruik” het de rechters niet duidelijk is geworden wat Weski beoogde te zeggen.

Portret van advocate Inez Weski. Foto Robin Utrecht/ANP

De Amsterdamse rechtbank heeft zich schuldig gemaakt aan „lasterlijke agressie” door strafpleiter Inez Weski afgelopen donderdag in een vonnis af te schilderen als een onbegrijpelijk warhoofd. Weski, al veertig jaar advocaat en een van de meest ervaren strafpleiters van Nederland, is van mening dat de Amsterdamse rechtbank donderdag niet alleen Naoufal F. veroordeelde (wegens het beramen van een moordaanslag) maar ook haar, als diens raadsvrouw.

In een speciale overweging in het vonnis laten de rechters weten dat ze in het geheel geen chocolade konden maken van het betoog dat Weski vorige maand in deze strafzaak hield. Haar pleidooi duurde twee dagen en telde 197 pagina’s (exclusief bijlagen). In het vonnis – waarin de verdachte een straf van achttien jaar cel kreeg opgelegd – staat dat „door het zeer wijdlopige en grammaticaal niet kloppende taalgebruik” van advocaat Weski het de rechters niet duidelijk is geworden wat ze beoogde te zeggen. De rechters oordelen dat het „lastig is gebleken de structuur in het betoog te ontdekken”.

Ongebruikelijke woorden

Het zijn zeer ongebruikelijke en persoonlijke woorden in een juridisch vonnis. Een onlangs gepensioneerde en ervaren Amsterdamse rechter noemt de uitspraak over de strafpleiter „een degradatie die zelden een advocaat ten deel valt”. Een andere Amsterdamse rechter zegt dat het pleidooi van Weski gelet op de terechtwijzing van zijn collega’s wel „echt heel warrig moet zijn geweest”.

Het is trouwens niet voor het eerst dat rechters Weski een warhoofd noemen. Het gerechtshof Den Bosch dat in 2017 wapenhandelaar Kouwenhoven tot 19 jaar veroordeelde, noemde het pleidooi van zijn advocaat Weski in die zaak „een bijna onontwarbare kluwen van kritiekpunten, stellingen en beweringen.”

Weski betoogde tijdens de strafzaak dat haar cliënt geen eerlijk proces kreeg. Volgens haar heeft het Openbaar Ministerie de telefoongegevens van verdachten – PGP-data die op een computerserver in Canada waren opgeslagen – onrechtmatig en in strijd met het internationaal recht verkregen. Ook heeft ze kritiek op de manier waarop met de 3,6 miljoen berichten is omgegaan nadat de Canadese autoriteiten de gegevens aan Nederland hebben overgedragen.

Poging tot wraking rechtbank

Weski is aangeslagen door het vonnis. Volgens Weski wordt de onalledaagse magistratelijke sneer aan haar adres mede ingegeven door het feit dat zij eerder – tevergeefs – probeerde de rechtbank te wraken omdat de rechters niet onpartijdig waren. Ze zegt dat de rechtbank „gegronde verweren wegredeneert door te stellen dat de verdediging wartaal uitkraamt”.

Weski zegt te betreuren dat ze de rechters na het vonnis niet opnieuw kan wraken. „Je kan slechts hopen, dat in hoger beroep wel magistratelijk en onafhankelijk zal worden geoordeeld met respect voor de wet en de advocaten.”