Aanpassing DNA helpt tegen ernstige bloedarmoede

Gentherapie

Patiënten met een ernstige vorm van bloedarmoede zijn succesvol behandeld met gentherapie.

Afwijkende rode bloedcellen in bloed bèta-thalassemie-patiënt. Foto Getty Images

Gentherapie tegen de ernstige erfelijke ziekte bèta-thalassemie heeft voor het eerst een groepje patiënten genezen. 15 van 22 patiënten die in Frankrijk en de VS meededen aan een eerste experiment met mensen konden één tot twee jaar na de behandeling zonder regelmatige, levensreddende bloedtransfusies. De andere patiënten hadden beduidend minder bloedtransfusies nodig, schrijven de onderzoekers in een donderdag gepubliceerd artikel in The New England Journal of Medicine.

De ziekte is een van de eerste „waarvoor gentherapie zou kunnen worden toegepast bij een grote patiëntenpopulatie die voornamelijk in ontwikkelingslanden wonen”, schrijft een commentator in hetzelfde tijdschrift. Het is een juichend commentaar, maar prijs, beschikbaarheid van en uitvoering van de gentherapie worden ongetwijfeld een probleem.

De therapie wordt voor de markt klaar gemaakt door het Amerikaanse bedrijf BluebirdBio. Er is een laatste fase-3-studie bezig en het bedrijf heeft afspraken met de Europese en Amerikaanse medicijnregistratiebureaus om versneld tot de markt te worden toegelaten.

Bèta-thalassemie is een erfelijke ziekte waarbij het zuurstoftransporterende eiwitcomplex hemoglobine slecht werkt. Het is een recessief-erfelijke ziekte: patiënten erven ziekmakende genen van hun vader en hun moeder, die zelf niet ziek zijn.

De ernst van de ziekte varieert met het soort mutatie in het ziekmakende gen. Bèta-thalassemie veroorzaakt ernstige bloedarmoede door ontregelde bloedaanmaak en -afbraak. Er kan orgaanschade ontstaan. Bloedtransfusies kunnen een tijdlang levensreddend zijn. Stamceltransplantatie kan genezing brengen, maar is voor weinig patiënten beschikbaar.

De gentherapie is uitgevoerd door bepaalde bloedstamcellen van de patiënten af te nemen en die in het laboratorium te infecteren met een virus dat ‘gezonde’ genen in het DNA van de bloedstamcellen plaatst. Daarna worden die bloedvormende stamcellen teruggegeven aan de patiënt, waarin ondertussen de eigen bloedvormende cellen met chemotherapie zijn uitgeschakeld.

Het klinkt eenvoudig, maar gentherapie voor bèta-thalassamie heeft een geschiedenis van vallen en opstaan van 30 jaar. Dit eerste experiment is gedaan met jonge (5 tot 35 jaar), ernstig zieke patiënten. Ze waren zo ziek dat ze de afgelopen twee jaar minstens acht keer een transfusie met rode bloedcellen nodig hadden.